Romeinen 8:1-17 & 1 KORINTHE 15:35-45/53/57 - Hans. J. F. van Veen. Sen. Pastor (Budel (NB))

Thema:WAAR DE GEEST WOONT
Kerk:
Tekst:Romeinen 8:1-17 & 1 KORINTHE 15:35-45/53/57


Soms vragen we ons af, wanneer we voor een huis staan, of hier nog wel mensen wonen. Het lijkt ons onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk.- - - - Het is totaal onbewoonbaar, een krot, - Uitgewoond!. Maar wanneer zoiets op een monumentenlijst wordt geplaatst, en je jaren later opnieuw voor zo een woning staat, is het allerminst een bouwval. Vooral nu het zo opgeknapt is, is het een lust voor het oog. Je zou er zelf graag in wonen, zo mooi is het geworden, en dit met name door de aankleding waardoor het geheel zo fraai oogt.
Zo ondergaat ook ons leven een metamorfose, wanneer de Heilige Geest bij ons komt wonen en ons hele levenshuis er totaal anders uit gaat zien, je merkt nu Wie erin woont! - - - - Wanneer God bij ons woont, verandert alles. Het is een wonder.

Wanneer de Heilige Geest in ons woont, wordt alles anders in ons leven. Nu zijn er mensen, die menen dat je het niet zo zwart-wit kunt zeggen. Men wil het iets genuanceerder uitdrukken, want je zegt nogal wat. Er zijn namelijk mensen die niet durven zeggen dat ze kinderen van God zijn en dat de Heilige Geest in hen woont, want dat kan een mens toch niet zomaar zeggen, en ook niet zomaar geloven.

Toch zouden we niet graag gerekend worden bij de wereld, - - - - bij de wereld, bij de mensen , die in het vlees zijn, zoals Paulus daarover schrijft. Er zijn mensen die in het vlees zijn, en er zijn mensen die in de Geest zijn, zo zegt de apostel. Maar naar hun overtuiging behoren ze bij geen van beiden. Ze zitten er , naar hun gevoel, - - - - tussenin. Het woord van God laat ons weten dat het één van tweeën is en dat het hier om een absolute tegenstelling gaat. Zo zwart-wit is het nu eenmaal.
Maar wat bedoelt Paulus nu met mensen die in het vlees zijn?
In het vlees zijn betekent in Gods woord: precies zijn zoals we geboren zijn. In Adam zijn, zoals het in Romeinen 7 staat: :5. Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen.

In het vlees zijn is dus in zonde leven. Dat behoeft niet een opvallend zondig leven te zijn in allerlei uitspattingen. Het kan een voor het oog keurig leven inhouden van stipt een aantal dingen nakomen. Maar intussen is het maar al te waar dat die in het vlees zijn God niet kunnen behagen. Sommigen willen dat wel, anderen willen het perse niet. Het gaat echter niet om het niet willen, maar om het niet kunnen.

Waarom niet? En het antwoord hierop treffen we aan in Hebreen 11, :6. Maar zonder geloof is het onmogelijk GODE te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is,- - - - en een Beloner is dergenen, die Hem werkelijk zoeken. het is dus zonder geloof onmogelijk God te behagen, zoals we ook lezen in Romeinen 8. :5. Want die naar het vlees zijn, bedenken dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn bedenken, dat des Geestes is. :6. Want het bedenken des vleses is de dood, maar het bedenken des Geestes is het leven in vrede. :7. Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. :8. En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.

Deze mensen bedenken namelijk niet datgene wat van de Geest is, maar dat wat van het vlees is. Dit bedenken is de dood, hebben we kunnen lezen in vers 6, en voert naar de dood. Het bedenken van het vlees komt niet verder dan de mens en de menselijke waardigheid. Dan is het de mens die in alles beslist. Wij noemen dit vandaag autonoom, dat wil zeggen, dat ik zelf de wet bepaal, in wat ik denk, wat ik voel, wat ik meen en wat ik geloof is daarbij de norm. Dat is toch goed, want ik zie dat nu eenmaal zo, en mag ik.? Geef mij de ruimte!
Zo bestaat er geen onderwerping aan de wet van God, want men wil zelf serieus genomen worden. Daarbij verwerp je de wet van God meer dan dat je je daaraan onderwerpt. Je kunt je niet onderwerpen, en je wilt dat ook niet. Zo zit je nu eenmaal in elkaar. Daarom is het bedenken van het vlees geen neutraliteit, zegt de apostel in vers 7: Daarom is het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. Heel het denken van de mens en daarmee ook het bedenken van de mens komt uit het begeren, verlangen, willen. Daarbij wil ik alles zelf regelen in mijn eigen leven. Ben jij nog steeds zo bezig in zelfhandhaving, hoe mooi en vroom ook verpakt? Dat is de dood en voert je naar de dood. En daar heeft God geen behagen in. Hij wil je dood niet maar je leven.
Vroeger, - - - - waren wij (ook ikzelf) zegt Paulus (Romeinen 7) :5. Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om de dood vruchten te dragen. Maar nu is het totaal anders geworden. Jullie, Romeinen (Christenen te Rome) en ik, wij zijn in de Geest, want de Geest woont in ons.
Indien de Geest in u woont, - - - - zo zegt hij. Dat wil niet zeggen dat hij het nauwelijks kan geloven. Het betekend positief; daar het nu eenmaal zo is. Het staat inmiddels vast! Want er zijn wonderen gebeurd in deze grote wereld stad. Waar de satan hoogtij vierde is plaats gekomen voor de Heilige God. De Heilige Geest is gaan wonen in harten van uitgerekend deze mensen, zodat de Geest niet alleen in een enkeling woont, maar in heel de gemeente, die te Rome ontstaan is. De verkondiging van het evangelie is zo rijk gezegend geworden in die plaats, dat ze door echte bekering de Geest ontvangen hebben. Daarover sprak Petrus al op de Pinksterdag in Jeruzalem. (Hand.2):38. En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
Het is een groot wonder, wanneer de Heiligen Geest werkzaam is. Dan gebeurt er wat onder de verkondiging van het evangelie. De Heilige Geest werkt het geloof in het evangelie en tegelijk is het waar dat wanneer iemand tot geloof komt, deze de Heilige Geest ontvangt. Zo, dat de Heilige Geest gaat wonen in zo iemand, in de gemeente. Op deze wijze woont de Geest in u, troost de apostel hen.
Hoe kun je nu weten dat de Geest in je woont? Waar woont de Heilige Geest? Dat kun je merken aan de woonruimte. Want zegt Paulus, zo iemand de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. Met andere woorden: die hoort niet bij Christus, hoe mooi hij of zij ook zou kunnen praten Want indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij vervloekt (1Korinthe 16) :22.Indien iemand den Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking; Maran-atha! Dat is een woord dat Paulus niet spreekt op de markt, buiten de kerk, maar in de gemeente.
Helaas zijn er twee soorten mensen in de christelijke gemeente. Het mocht niet zo zijn, doch het is maar al te waar, en dat maakt alles even ernstig, want was Judas niet onder de twaalf discipelen?. Vandaar dat we voor de vraag staan op welke wijze zijn we lid van de gemeente des Heeren? Hebben we de Heilige Geest of niet? Hebben we de Geest van Christus of niet? - - - - Dit is een strikt persoonlijke vraag, want hebben we de Geest van Christus niet, dan hebben we Christus zelf niet. Dan zijn we, ook al hebben we de naam, geen christen. Dan leven we buiten Christus, dat is buiten het heil, buiten het leven. We hebben dan geen vrede.
Dat is een zeer ernstige zaak, want dan ben je verloren en ga je verloren, en dat nog wel als lid van Zijn gemeente! In een ander verband zegt Paulus indringend: wij, die weten hoezeer de Heere te vrezen is, bewegen de mensen tot het geloof. Daarom: kom tot Hem nu kan het nog. Nu is het nog niet te laat. Want wie tot Hem komt (en later zie je pas dat dit helemaal Gods werk was), - - - - die deelt in de Heilige Geest, die heeft niet alleen Christus, maar ook de Heilige Geest. Dan woont de Geest in je! Dan ben je niet meer in het vlees, maar in de Geest. Dan ben je niet meer dood, maar levend. Dan heb je de Geest, waardoor je roept: ABBA,VADER. Die Geest getuigt met je eigen geest dat je kind van God bent. (Romeinen 8) :16. Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

Ja, maar zullen velen zich gaan afvragen, Ja maar, hoe weet je nu dat de Geest in je woont? In Romeinen 8.: 10. En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid. zegt Paulus hier, indien Christus in u is, is de Geest van Christus in u. Christus en de Geest zij van elkander onderscheiden, maar tegelijkertijd onafscheidelijk verbonden. Je kunt wel beweren: ik geloof wel in Christus, maar heb de Geest niet, of: ik heb de Geest maar mis Christus. Dat kan niet waar zijn. Dat is nog iets anders dan of ik het me ook bewust ben op elk moment.

Wanneer iemand wordt wedergeboren, heeft hij/zij de Heilige Geest. Wanneer iemand gelooft, heeft hij/zij Christus en daarmee deel aan het heil dat hij/zij verworven heeft. Het gaat er daarom om of Christus in ons is. (Galaten 2) :19.Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou. :20. Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft. Dan is het waar; CHRISTUS LEEFT IN MIJ.

Wanneer wij tot geloof in Christus komen, komt Hij in ons wonen en wordt ons leven een leesbare brief van Christus, Ons leven wordt een christelijk leven. Christus is te zien in ons leven. Dat blijkt uit het leven van Zacheüs. (Lucas 19). Eerst leefde hij naar eigen normen, autonoom. Toen was hij zelf de baas, met alles wat dit meebracht, maar Jezus zegt, wanneer Hij hem ziet: kom vlug naar beneden, want Ik moet heden in uw huis zijn!
Wanneer Zacheüs de Heere ontvangt, wordt alles anders in zijn leven. Dan horen we: alles wat ik door bedrog heb ontvreemd geef ik vierdubbel terug, en de helft van mijn goederen geef ik aan de armen. Duidelijk wordt dat Christus niet alleen in zijn huis kwam , maar er ook woont, en zo gaat het tot op de dag van vandaag. Overal waar Christus binnenkomt, wordt het leven veranderd tot een christelijk leven in handel en wandel. Waar Christus zo woont, daar woont de Heilige Geest, - - - Daar woont God Zelf!

Als mensen zouden weten hoe het er bij ons van binnen uitziet, ze zouden niet binnen willen komen, en zeker niet bij ons willen wonen. Maar nu komt het grote wonder: God wel! Hij komt wonen in een onbewoonbaar verklaarde woning, daar waar geen mens wil zijn. Christus maakt door Zijn Geest woning in onze harten, zo is het evangelie.(Efeze 3) :17.Op dat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt; 18. Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte en hoogte zij.

Wonen, is er aan één stuk zijn. Wonen is nog wat anders dan even binnenwippen of op visite komen. Daarom is het zo een groot wonder dat de Heilige Geest niet maar even langs komt (hoe heerlijk dit al zou zijn), maar dat Hij komt wónen en onophoudelijk in ons leven wil zijn. Wanneer de Geest bij ons komt, blijft Hij bij ons. Jezus beloofde al: Hij blijft bij u tot in eeuwigheid. (Johannes 14) :16.En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; 17.Namelijk den Geest der waarheid. Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.

Wanneer wij ergens wonen, dan bepalen wij wie er binnenkomt, wie we ontvangen en hoe het bij ons is. We ordenen, regelen, richten in, maken schoon en al dergelijke dingen. Je kunt wel zien wie er woont! Je ziet het in één oogopslag. Waar de Heilige Geest Zijn intrek neemt, ga je het zien. Dan worden de bewoners van dat huis geestelijke mensen, die geestelijk gaan leven. Het gaat er geestelijk toe en men spreekt een geestelijke taal. We denken anders, willen anders, leven anders, praten anders. Doen alles anders, vanuit de inwoning van de Heilige Geest.

Zo ga je het merken waar de Geest woont. We ontvangen geestelijke ogen, waardoor we bidden: wend onze ogen van de ijdelheden af. Dat heeft consequenties voor de boeken en bladen in ons huis, voor de programma s die binnenkomen en al die dingen meer. Tegelijk bidden we: ontdek mijn ogen, opdat zij aanschouwen de wonderen van Uw wet. Dat houdt in dat Gods Woord open gaat en we gaan lezen wat naar Gods woord is. We krijgen ook oog voor Gods schepping, voor Zijn schepselen, voor onze naaste, vooral voor God Zelf en voor alles wat van God is: Zijn leiding, Zijn zorg, Zijn wil, Zijn dienst, om slechts iets te noemen.

We ontvangen oog voor de geestelijke nood van onszelf en van onze naaste en zien de dingen om ons heen, doorzien ze. wanneer Gods Geest in ons woont is dit ook te merken aan onze oren en onze mond. We sluiten onze oren voor het kwade en willen er niets van horen. We luisteren daarom ook niet naar van alles en nog wat en al het kwaad over een ander. Integendeel, ons oor wordt gescherpt voor wat heilzaam is. We luisteren naar God en leren luisteren naar mensen.

Zo gaat het ook met onze mond. Als we door de Geest worden geleid is het met vloeken en schelden gedaan. We leren bidden: zet Heer, een wacht voor mijn lippen en behoed de deuren van mijn mond. Vragen meteen ook: open mijn lippen, opdat mijn mond Uw lof verteld. Als er een woord tot opbouw is, dan spreken we anders. Anders leren we het voor ons te houden. Waar de Geest woont, ontvangen we geestelijke handen en voeten. Zo hebben we heel wat te doen in het koninkrijk van God. Een ieder kan voor zichzelf invullen wat daarbij behoort. Kortom, we worden een woonstede Gods in de Geest, zoals de Schrift dit noemt.

Waar de Heilige Geest komt wonen, wordt de hele gemeente een tempel van de Heilige Geest (2 Korinthe 6) :16. Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levende Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn. en elk van de gelovige wordt een tempel. (1Korinthe 3):16. Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in u lieden woont. Wanneer de zonde in ons woont en daarom de duivel vrij spel heeft, is het alsof vandalen huishouden. Dan wordt het een bende, want de dingen worden op z\\\'n kop gezet. Het wordt een chaotische en een onhoudbare toestand. De zonde verwoest en verstoort.
Maar waar de Heilige Geest komt wonen, ontstaat er in plaats van chaos orde: orde in denken en doen, orde in heel onze manier van leven. Want door de Heilige Geest komen de dingen op z\\\'n plaats, wordt ons leven een geestelijk leven, waar de vrucht van de geest gaat rijpen (Galaten 5). Liefde en alles wat daaruit voort komt siert ons huis. Ze kunnen dan wel zien Wie er bij ons woont! Wie zijn intrek genomen heeft bij ons. Het werk van de Heilige Geest is zo veel omvattend, dat je er altijd te weinig over zegt en er te gering van denkt. Waar de Geest werkt en zo in ons woont, heeft dit alles te maken met ons lichaam. Is dat wel waar, zo vragen sommigen zich af. Temeer daar Paulus in Romeinen 8 :10 zegt; dat het lichaam dood is om der zonde wil, terwijl de geest leven is om der gerechtigheid. Wat bedoelt de apostel hier? In vers 10 spreekt Paulus anders dan in vers 11. In vers 10 zegt hij dat het lichaam nog dood is om de zonde wil. Met lichaam wordt dan ons hele bestaan bedoeld.

Door de zonde is er heel wat gebeurd. Het loon van de zonde uitbetaald is de dood, zo laat God ons weten. De dood treedt als het ware in werking, lichamelijk, geestelijk, eeuwig. De zonde heeft enorme verwoestingen aangericht. Het is in één woord vreselijk. Daartegenover stelt Paulus dat de Geest leven is om der gerechtigheid Romeinen 5 : 1. Wij dan, gerechtvaardig zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus; 8:1 Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn., die niet naar het vlees wandelen maar naar den Geest.

Zo worden we gered van de dood en is er voor zondaren aan alle kant leven, tot in eeuwigheid toe. In Romeinen 8: 6 noemt Paulus dit leven en vrede, leven in harmonie. Op deze aarde heeft een christen al deel aan dit leven en aan deze vrede. En dan komt vers 11 welke het volgende vermeld. :11. En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont. De Heilige Geest woont in de gelovigen. Deze Geest zucht naar de volkomenheid. De Geest verlangt naar het volle heil. :23. En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing de verlossing onzes lichaams. :24. Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen? :25. Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid. :26. En desgelijks komt ook de Geest Zelf onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen, Christus is uit de doden opgewekt. Het graf kon Hem niet vasthouden. Hij is opgewekt als de Eersteling van hen, die ontslapen. Dat heeft grote betekenis voor het lichaam van de gelovigen, dat een sterfelijk lichaam is. Telkens sterft iets af. Naarmate mensen ouder worden zien we de aftakeling opvallender. We gaan slechter zien, minder horen, langzamer lopen en al wat bij het ouder worden \\\'hoort\\\'. We kunnen ook denken aan handicaps en al de kwalen en gebreken, die de mens hinderen. En er zijn maar weinig mensen die geen medicijnen hoeven te gebruiken! Door ongeneeslijke ziekten wordt ons lichaam gesloopt. De ontluistering is bij tijden snijdend en soms is het niet meer om aan te zien en herkennen we de mensen in korte tijd niet meer, zoals de ziekte heeft toegeslagen.

Als een mens dan geen Heelmeester heeft, - - - - geen Heiland, wacht alleen maar de dood en daarna nog voor diegene een afgrijselijke opstanding. Maar, als de Geest van Christus in ons woont, dan biedt Zijn opstanding uitzicht over dood en graf. De Geest maakt levend. Niet alleen het hart, maar ook het lichaam, want de Geest van Christus zal er voor zorgen dat straks het lichaam van de christen gelijkvormig zal worden aan het heerlijk lichaam van Jezus Christus. Want straks, als dit sterfelijke lichaam inderdaad sterft en begraven wordt, zal dit lichaam in onverderfelijkheid worden opgewekt, (1Korinthe 15) :35. Maar, zal iemand zeggen: Hoe zullen de doden opgewekt worden, en met hoedanig lichaam zullen zij komen?: 36.Gij dwaas, hetgeen gij zaait, wordt niet levend, tenzij dat het gestorven is; :37 En hetgeen gij zaait, daarvan zaait gij het lichaam niet, dat worden zal, maar een bloot graan, naar het voorvalt, van tarwe, of van enig der andere granen. :38. Maar God geeft hetzelve een lichaam, gelijk Hij wil, en aan een iegelijk zaad zijn eigen lichaam. Een geestelijk lichaam zal worden opgewekt!, En die hoop moet al ons leed verzachten!

Wie met dit uitzicht leeft, zal zijn lichaam niet minderwaardig achten en zal goed voor zijn lichaam zorgen. Een goede lichaamsverzorging hoort bij het christen zijn. En dan verzorging in de meest brede zin van het woord. In een voortdurende zorg van wat van de Heere is! Maar ver daarbovenuit gaat de rijkdom van Gods werk, dat de gelovigen ten volle deel ontvangen aan de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Het graf heeft niet het laatste woord. Een christen wordt begraven in de verwachting van de opstanding der doden.
Hoe moeilijk en hoe zwaar het bij tijden lichamelijk is voor Gods kinderen (want sommigen gaan er zwaar onderdoor), er is dan geen reden tot doemdenken. Als de geest maar in ons woont, zal het beste nog komen. Dat biedt troost, voor nu en straks, voor ziel en lichaam, Voor tijd en eeuwigheid. God zal zorgdragen dat Zijn beloften eenmaal volkomen zullen zijn vervuld. Alles wordt nieuw, werkelijk nieuw. Vandaar dat Paulus dit hoofdstuk afsluit met deze woorden :38. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, :39. Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.
AMEN.



Copyright 2003 - Kerken.com
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.