Home Winkel Links Preken Forum Overdenkingen Agenda Contact

Afdelingen 1. Algemeen 2. Afbeeldingen 3. Kennis Bassin 4. Kinderen 5. Meeting People 6. Muziek 7. Pastoraat 8. Winkel 9. Vakanties & Reizen 10. Nieuwsbrief Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen

Aangepast zoeken
 

Wij zijn allemaal van Hem (Romeinen 14: 1-12)
Preek afkomstig van Ds. M.H.T. Biewenga van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Enschede.

           

Liturgie

Zingen: Gez 222 (met cantorij)
Votum
Groet
Zingen: Ps 136:1,2,12,13
Leefregel: Ex 20:1-17
Zingen: Ps 33:5,8
Gebed
Schriftlezingen:
Romeinen 14:1-12
1 Korintiërs 8
Zingen: Gez 466:1,3
Kinderen gr 1-2 BK, 3-6 naar voren. Gesprekje
Zingen: refreintjes van EL 470 en 471
Lezen: H.C. Zondag 1
Preek
Zingen: Gez 303:1,2,5
Gebed
Collecte
Zingen: Ps 90:1,8
Zegen

Preek

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Mensen verschillen. Natúúrlijk verschillen mensen. En sóms zijn die ver¬schillen gróót, en soms zijn ze maar kléín. Gek genoeg -- moet u maar eens over nadenken -- zijn kléíne verschillen soms nog lástiger dan gróte. Je krijgt váker ruzie over kléíne dingen dan over gróte. Zoals je ook váker ruzie krijgt met mensen die vlakbíj je staan, dan met mensen die een eind van je áf staan.
In de kerk in Rome en in Korinte hadden ze ook ruzie. Want ook tóén al verschilden mensen van elkaar, ook kérkmensen. En waar de één heel báng voor was, daar zag de ander geen enkel probleem in. Ik wil u daar vanmorgen over vertellen; ‘t is geen níéuw verhaal, maar ‘t is belangrijk genoeg om het mee te dragen, in je hoofd en in je hart.

Ruzie in de kerk in Rome en in Korinte.
Wáár hadden ze ruzie over? Lieve mensen, over twéé dingen.
In de eerste plaats over het eten van vlees. En dat was níét omdat een deel van de gemeenteleden vegetariër was geworden ofzo, nee, dat had te maken met angst voor afgoden.
U moet weten: vlees, dat at je niet elke dag in die tijd, dat was luxe. En je kocht dat in de vleeshal, bij de sláger; maar dan wist je niet waar dat vlees vandaan kwam. Het kon best wezen dat dat stukje vlees dat jij wilde kopen, eerst in één van de vele tempels was geweest, en daar aan één of andere god gewijd was. En ja, dan lag het nú wel bij de slager, maar dan was het toch wel éérst in die témpel geweest. En kon je dan als Christen, als kind van God, zomaar dat vlees eten?
“O, dat kan best hoor”, zeiden sommigen; de zogenaamde ‘stérken’. “Want”, zeiden die, “afgoden bestáán helemaal niet; dus ‘t is gewoon grote onzin; niks aan de hand met dat vlees, je kunt het rustig eten”.
“Ja ja”, zeiden anderen -- en dat waren dan de zogenaamde ‘zwakken’; zo zouden ze zichzélf nooit genoemd hebben, maar dat doet Páúlus -- die ‘zwakken’, die zeiden tegen die ‘sterken’: “Dat kunnen jullie nou wel zéggen - dat afgoden niet bestaan - maar moet je eens kijken hoeveel mensen er in gelóven; en dan kan ‘t wel niks wezen, maar dan is het toch levensgevaarlijk; want je komt er wel mee in de sféér van die goden; en dat moet je niet willen; daar moet je zo ver mogelijk bij vandaan blijven! Dus: níét doen; gewoon rádikaal zijn; géén vlees eten; dan weet je tenminste zeker dat je niet in de gevarenzone terecht komt”.

Dat was het éérste wat er speelde in Rome en in Korinte. En nou kun je daar natuurlijk je schouders over ophalen, want vlees eten of géén vlees eten: dat speelt op díé manier níét meer voor ons. Hè, je kunt vandaag best overtuigd vegetariër zijn, en daar zijn op zich ook heus wel argu¬menten voor, maar níét omdat je door vlees te eten in de sfeer van de áfgoden terecht komt. Dát speelt geen rol meer.
Maar intussen is het punt waar ‘t om gáát natuurlijk herkenbaar genoeg. Dit soort dingen doen zich telkens wéér voor in de kerk.
Als je nou alleen eens denkt aan al die discussies over hoe je kerk moet zijn in deze wereld en in deze tijd. Mág je je áánpassen aan de wereld om je heen? Móét je dat misschien zelfs? Maar ga je dan niet zómaar over allerlei grenzen heen? En is dat niet levensgevaarlijk? Andere muziekinstrumenten in een kerkdienst? Vrouwelijke ambtsdragers? Andere liederen? Meer van de Geest? --- Ik noem nou zomaar een stel dingen op; ‘t gaat me niet eens om die dingen op zichzélf, het gaat erom dat het állemaal dingen zijn waar je zomaar precies dezelfde discussies over kunt krijgen als toen, in Rome en Korinte, over dat offervlees.
Concreet voorbeeld: twee weken geleden -- ‘k weet niet of u er wat van gezien hebt - toen was er op tv een kerkdienst vanuit de Nederlands Ge¬reformeerde kerk in Houten. Nou, dat is dan net als hier een Néderlands Gereformeerde kerk, maar er gaan wel een aantal dingen een beetje anders dan bij óns. En voor je ‘t weet zit je midden in de discussie: ben je vóór Houten, of ben je daartégen?
Lieve mensen, dit soort dingen komt telkens weer terug.

Dat geldt óók voor het tweede punt dat in Rome speelde. Daar geldt het zelfs nog stérker. Ik zei al: het eten van óffervlees is voor ons geen pro¬bleem meer; maar dat twééde punt, dat is en dat blijft wél een probleem. Waar gáát het om? Om die ene dag in de week die in het bijzonder aan God gewijd is. Voor óns is dat de zondag, in díé tijd zal het nog wel vooral zijn gegaan om de sabbat. Moet je één dag in de week houden als rustdag omdat de Here dat wil: dát was de vraag.
En weer: sómmigen zeiden: “Ja, dat moet, dat staat duidelijk in de bijbel”, terwijl ánderen zeiden: “Maar nu Christus is gekomen, geldt dat niet meer voor ons”. Nou, dat is dus een probléém. En ze zaten mekaar aan te kijken: “Jij leeft nog Oudtestamentisch”. “Maar jij denkt er veel te mákkelijk over”.

Sabbat - zondag. Ik denk dat dát ook wel het punt is waarop in de loop van de tijd de mééste conflicten zijn geweest tussen kinderen van God: Wat mag wél op zondag, en wat níét? En geldt dat gebod nou ook nog voor ons, vandaag? Is onze zondag eigenlijk hetzélfde als de sabbat in het Oude Testament?
In de Gereformeerd Vrijgemaakte kerken is daar een hevige strijd over gaande. Ik weet niet of u dat volgt, maar het is zelfs één van de redenen voor de afsplitsing die zich daar sinds anderhalf jaar aan het voltrekken is. De mensen die er uitgestapt zijn, die zeggen: “Gód wil dat wij rusten op de zondag”, terwijl de anderen, de grote méérderheid, die zeggen: “Nou, ‘t is wel heel góéd om op zondag te rusten, maar om nou te zeggen dat dat een rechtstreeks gebod van God is, dát toch net niet”. Ik weet niet of u ‘t zich zo gauw kunt voorstellen, maar ‘t is bijna hetzelfde, ze zijn het vrijwel met mekaar eens -- maar intussen zitten ze nu wel in twee verschillende kérken. Ja, zo kan dat dus gaan.

Nou zit u misschien al een tijdje bij uzelf te denken: “Beste dominee, allemaal leuk en aardig, maar wat heeft dat nou te maken met Zondag 1 van de Catechismus? Want dáár zou het toch over gaan vandaag, en dat is toch wel heel wat anders dan dít soort dingen!?”
Ja, dat zou je misschien wel dénken, maar ‘t is níét zo. Of liever gezegd: het bijzondere van de bijbel is nou juist dat de dingen zo heel direct aan elkaar gekoppeld worden. Terwijl het voor óns idee inderdáád een heel eind bij mekaar vandaan staat: dat ellendige geruzie in de kerk aan de ene kant, en daartegenover die grandioze belijdenis dat je helemaal en altijd eigendom bent van de Here Jezus -- maar Paulus zet die twee doodleuk pal naast mekaar neer.
Want, lieve mensen, ik zei dat ze ruzie hadden in de kerk -- en waarach¬tig niet over pietluttigheden; het ging echt ergens over -- maar nou het wonder; want óndanks die gróte verschillen klapte de kerk toch niet uit elkaar. Het blééf één gemeente, één kerk. Ze bleven bij elkaar. Hoe is het mogelijk? Als je naar óns kerkelijk verleden kijkt, al die scheuringen die er geweest zijn, of als je vandáág kijkt naar de kerkelijke werkelijk¬heid in 2005: hoeveel moeite het kost om elkaar na zoveel jaar weer terug te vinden in de wildernis van deze wereld --- lieve mensen, dan zeg je: “Maar hoe déden ze dat dan toch? Hoe kwám dat dan, dat ze dáár wél bij mekáár bleven, dat het één kerk bleef, in Rome en in Korinte?”

En nu moet u kijken, broeders en zusters, wat Paulus doet, in Romeinen 14, en in 1 Korinte 8, met die verschillende meningen van die mensen. Want ja, er is onenigheid in de kerk, ze komen er niet uit, en nou moet Páúlus, de grote apostel van Christus, díé moet nu maar eens vertellen wie er gelíjk heeft: “Paulus, geef je mening: hoe zit het nou: mag je dat vlees eten, of mag dat niet? En moeten we die ene dag in de week nog speciaal in ere houden, of hoeft dat níét meer?”
Even nadenken: wat zouden wij doen, als we zo’n vraag kregen? Nou, ja, ik denk: je zou proberen alles zo goed mogelijk op een rij te zetten, de Bijbel er natuurlijk bij open, en dan ga je áfwegen -- dit is er vóór en dat is er tégen -- en zó kom je dan tenslotte tot een keuze: “Volgens mij mag het wél”, of juist: “Nee, het mag níét“.
Mensen, Páúlus doet iets volkomen anders. Hij maakt geen keus. Hij zegt niet: De ene kant heeft gelijk of de andere. Hij heeft wel een méning hoor, begrijp me goed; Paulus weet waar hij staat: Romeinen 15:1: “Wij, de sterken”, zegt hij daar. Daar hoort hij dus bij, bij die stérken. Je mag wél vlees eten, en je hoeft je níét meer aan die sabbatswetten te houden.
Maar mensen, er is iets wat veel belángrijker is: want die ánder: is eigendom van de Here Jezus. Jij hebt een Heer in de hemel, maar hij heeft dat óók. Jij dient Hem, maar die ander doet dat óók. En goed, dan héb je verschillen; en dan dénkt die ander op een bepaald punt anders dan jij; maar kijk nou eens even verder; zie níét alleen die verschíllen; maar kijk eens naar de grond waar je op staat; waar je béíden op staat.
Jij bent eigendom van de Heer, maar die ánder is dat óók. En die ander is het níét met jou eens; en jij vindt dat eigenlijk helemaal verkeerd. Maar hij is wél, nét als jij, eigendom van de Here Jezus.
Lieve broeders en zusters, zó close koppelt Paulus de dingen aan elkaar. Romeinen 14:6: “Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God”. En dan diréct daar achteraan - die grote woorden: “Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer”. Wij zijn altijd van Hem.

1 Korinte 8, lieve mensen: eigenlijk zegt Paulus daar precies hetzelfde, alleen gebruikt hij andere wóórden. Hij heeft het over mensen die kennis bezitten; zo noemt hij dat. Dat zijn dezélfde mensen die in Romeinen 14 de ‘sterken’ worden genoemd: die wéten dat een afgod niks voorstelt, en dat er dus met dat vlees dat dan zogenaamd aan zo’n afgod gewíjd is, óók niks aan de hand is, dus eet dat nou maar rustig. Dat zijn de stérken; die hebben die kennis. Die zijn dus wel een eind vérder dan die zwák¬ken, die dat nog níét weten. En nog een keer: Paulus rekent zichzelf tot die stérken. Hij deelt hún overtuiging; hij weet dat óók: dat afgoden niet bestaan; dat zégt hij ook, in vers 4 van 1 Korinte 8: “Wij weten dat er in de hele wereld niet één afgod echt bestaat”.
Okay, dat is duidelijk. Einde verhaal dus? Nee, geen denken aan; vers 2: “Wanneer iemand zich inbeeldt dat hij kennis bezit, is het toch nog niet de wáre kennis”.
Wat nóú dan, Paulus? Dat is toch alleen maar góéd, als je kennis bezit, als je weet hoe de dingen in mekaar zitten? Ja toch? Daar zien we toch ook tegenóp, tegen zulke mensen? Daar lopen we toch achteraan?
Paulus, wat zéúr je nou; wat is er mis met kennis?
Maar Paulus zegt: er is iets ánders; iets wat hóger is dan jouw kennis. Hè, jij doet je best om de dingen te kennen, om te weten hoe het is; maar nog veel belángrijker is niet dat jij ként, maar dat je gekend bént; dat Gód jou kent; dat Gód, als Hij naar jou kijkt, zal zeggen: “Kijk, dat is er één van Mij; dat is nou een kind van Mij!”
“Wanneer iemand zich inbeeldt dat hij kennis bezit, is het toch nog niet de ware kennis. Maar wanneer iemand God liefheeft -- nee, níét: “dan heb je wél de ware kennis -- dat zou je verwáchten, maar dat zégt Paulus niet; hij zegt: “Als je God liefhebt, dan ben je door Hem gekend”.
Lieve mensen, luister: het belángrijkste, echt het allerbelangrijkste voor een mens op aarde, dat is dat je het eigendom bent van de Here Jezus. Het belangrijkste is níét dat je alles góéd doet, dat je alle dingen wéét, dat iedereen je aardig vindt, dat ze een hoop lol met je kunnen hebben, dat je je de duurste vakanties kunt permitteren, dat je -- afijn, wéét ik wat je verder allemaal nog kunt verzinnen -- mensen, het belangrijkste is dat jij gekocht en betaald bent met het bloed van de Here Jezus. “Ik ben van Hem!”

Lieve broeders en zusters, zullen we dat nu gelóven? Zullen we dat écht geloven? Voor onszélf, én voor elkaar?
Niet alleen in theorie, niet enkel hier in de kerk, maar gewoon altijd en overal. Morgen, op je werk of op school: okay, dan baal je wel eens, en dan gebeuren er wel eens stomme dingen, en soms wil het niet en dan heb je ‘t moeilijk -- is niet léúk hoor, begrijp me goed -- maar dan kijk je omhoog, en dan zeg je: “Maar ik ben van U, en dat is het allerbelangrijkste”.
En dan kijk je om je heen, en dan zie je andere mensen, ook hier in de kerk; en met sómmigen kun je góéd opschieten, en met anderen wat minder. Maar dan kijk je mekaar aan en dan zeg je: “Maar jij bent van de Here Jezus, net als ik. Sámen horen we bij Hem!”

Mensen, dit is de básis. Zó zijn we kerk, zó zijn we gemeente van de Here Jezus -- ómdat we allemaal het eigendom zijn van Hem, gekocht en betaald met Zijn leven.
Kijk mekaar er maar op aan, kijk jezelf er maar op aan. Als dit niet de basis is, dan zijn wij ook geen gemeente van Christus.
Halleluja! Wij zijn van Hem!

Amen.


Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk dit even aan ons door te geven. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 















| Copyright 2003-2010 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer