Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

OOK DE KINDEREN HOREN ERBIJ (Genesis )
Preek afkomstig van Ds. D.F. Ensing van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Laag Zuthem.

           

Liturgie

LD. 409: 1,2
WET
PS. 25: 4,5
GEBED
SCHRIFTLEZING: MARKUS: 16:14-20
PS. 22: 4
SCHRIFTLEZING: HANDELINGEN 2: 37-47
GZ. 124 (= NG 64)
PREEK: H.C_ ZONDAG 27b
PS. 105: 1,4,5
GEBED
COLLECTE
GZ. 139: 1,3 (= 30)

Preek

PREEK over H.C. ZONDAG 27b
PREEK 215.27b.160308 — MAART 2008

Gedoopte gemeente van de Heer Jezus!
U kent ze ongetwijfeld, naaste familie, die is overgegaan naar een gemeente van evangelische signatuur. Opeens zijn ze dan helemaal overtuigd, dat ze eindelijk het goede hebben gevonden. En ze nemen dan meestal voor lief, dat ze overgedoopt moeten worden. Daar hikken ze nog wel eens tegen aan. Anderen zijn in een keer helemaal om. Dan beschuldigen ze de gereformeerde kerk van verdraaien van de leer van de bijbel.
Voor zo\\\'n overstap hebben ze ongetwijfeld hun argumenten. Soms is het het gevoel: daar merk je tenminste dat de Geest werkt. Daar maken ze tenminste werk van levensheiliging. En waar staat nu eigenlijk in de bijbel, dat kinderen gedoopt moeten worden? De bijbel spreekt toch over geloof en doop? Dat is toch de goede volgorde? Wie zich eenmaal in dat vaarwater bevindt, laat zich niet gauw meer overtuigen van het tegendeel. Die zal ook zeker niet zijn gereformeerde belijdenis erop nalezen. En als ze het al doen, dan nog vinden ze de gedachtegang eigenlijk bij voorbaat niet bijbels.
Gemeente, laten we maar eens gaan kijken. Daarbij gaan het niet over een enkele losse tekst, maar over de lijn, die God zelf in de bijbel laat zien. Het thema van de preek is:

OOK DE KINDEREN HOREN ERBIJ
1. God werkt zo.
2. God belooft het echt.
3. God roept tot zijn dienst.

B. en z., als wij willen nadenken over de rijkdom van onze doop, nemen wij ons uitgangspunt in het verbond dat God met ons heeft gesloten. God
legde eens de band vast. Hij zei: ik trek voortaan met jou op. Samen op weg
naar het Koninkrijk. Wij vinden troost in wat Hij toen beloofde. Steun en troost zullen wij nooit voldoende vinden in ons eigen leven, in wat wijzelf ervaren of voelen. Welk schip gooit in geval van nood nu het anker uit in eigen ruim? Wat wij ervaren of voelen, dat staat aan veel zondige invloeden bloot. De satan probeert voortdurend met van alles ons te beïnvloeden.
Spanning op ons werk, en frustraties in de kerk. Noemt u maar op. Dan staan wij niet zo op de top van ons geloofsleven. Het moet soms van ver komen.
Een pleidooi tegen een doorleefd geloof? Nee, integendeel. Maar laten wij wel oog hebben voor wie het even niet ziet zitten. Als zij het een poosje niet voelen, en niet op ons gewenste niveau leven, moeten wij hen niet af- schrijven. Bidt voor hen, en werk aan hen.
Dopers, baptisten leggen sterk de nadruk op de menselijke keus voor God. Ook daarvan op zichzelf niets verkeerds. Maar ze lopen wel het gevaar, dat toch de mens zelf wat teveel in de belangstelling komt te staan. Dan moet God wachten op de kiezende mens, voordat Hij zijn beloften kan geven in de doop. Pas als de mens Gods genade aanvaardt, mag God zeggen: nu zijn mijn beloften voor jou. Zo dreigt de volwassendoop toch te worden tot een kroon op het persoonlijk geloof. Misschien onbedoeld, maar het gevaar zit erin. De tegenstanders van de kinderdoop beroepen zich voor hun standpunt op de bijbel. Het voornaamste argument is wel Marcus 16: 16: \\\''Wie gelooft en gedoopt is, zal worden gered, maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld. \\\'' Zie je wel, zeggen ze: eerst komt het geloof, dan pas de doop! Jonge kinderen kunnen nog niet geloven, en dus moeten ze wachten met hun doop. Eerst moeten ze zelf kiezen. Zo is de weg van het behoud.
Maar dit argument houdt geen stand. Als u deze woorden van Jezus leest in hun verband, dan gaat het daar over een opdracht om zending te drijven. Dan is het nogal logisch, dat het in deze volgorde gaat. Toen ds. Drost 50 jaar geleden naar Nieuw Guinea ging, sprak hij volwassenen aan. Hij heeft maar een enkeling gedoopt. Dat kwam later, in de tijd van ds. Knigge, en ds. Haak. Toen de Papua\\\'s tot geloof kwamen, werden ze gedoopt. Maar vervolgens ook hun kinderen.
Daarmee is het verhaal niet klaar. Tegenover de doperse beweging heeft de gereformeerde kerk altijd vastgehouden aan het geheel van de Schrift. Niet om nu eens lekker te kunnen hakken op andersdenkenden. Nee, het gaat hier over God zelf. Hoe heeft Hij alle eeuwen door gewerkt? Juist in de kinderdoop blijkt, gem., Gods volstrekte genade, Zijn liefde in zijn keus voor ons. Dat gaat voorop: Hij is er al, voordat wij ook maar iets konden doen of ondernemen.
Zo werkte God bijvoorbeeld al met Abraham. God komt naar Abraham toe. Hij sluit zijn verbond met hem. Niet omdat Abraham al wat voor God heeft gedaan, maar omdat Abraham in het geloof erkent, dat God voorop gaat. En God zegt: `Ik ben
God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven. Ik wil met jou een verbond aangaan en ik zal je veel, heel veel nakomelingen geven.\\\' En ook dit: `Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen.\\\'
Nu, b. en z., hoe dit voor vandaag geldt, kunnen we leren van Paulus, in het NT.
Paulus schrijft: Abraham is de vader van alle gelovigen. Abrahams nageslacht blijkt wereldwijd. Ook u bent kinderen van Abraham. Als u net
zo als hij gelooft in God. Dan wil God dus ook uw God zijn. Zoals gezegd in Gen. 17.
Dan kijken we nog even verder naar Abraham: wat gebeurt er bij de besnijdenis van Abraham? Wat legt God daarin vast? Niet Abrahams geloof. Maar de gerechtigheid van het geloof. Die gerechtigheid is de verdienste van Christus. Dat maakt Paulus in Rom. 3 en 4 wel duidelijk. Van Christus moet je het hebben. Abraham, en jij. Dat geeft Paulus ook aan, als hij in Kol. 2: 11,12 de doop de nieuwtestamentische besnijdenis noemt. De doop legt hetzelfde vast als de besnijdenis: Wat Christus voor jou heeft verdiend.
Abraham geloofde in Christus, al wist hij er nog niet alles van. Hij leefde van dezelfde genade als wij. God werkt gewoon door. Hij houdt vast aan het ene verbond van de genade in Oude en Nieuwe Testament. Alleen, God komt natuurlijk wel verder.
Na het bloed van Christus komt de doop in de plaats van de besnijdenis.
En wie werden er allemaal besneden? Stelt God de voorwaarde dat Abraham moet geloven voordat hij besneden wordt? Nee, dat lezen wij niet. God komt naar hem toe, en sluit zijn verbond. Abraham, jij hoort er voortaan bij. En nu laat jij je besnijden. Dat is het teken dat jij erbij hoort. Maar, niet alleen jij, maar ook alle mannen die er bij jou thuis zijn. Abraham wordt op dezelfde dag besneden als lsmaël. Samen met alle mannen die horen tot zijn huisgezin, zijn familiebedrijf. B. en z., dat is een gang van zaken, die ons totaal vreemd voorkomt. Wij zijn kinderen van onze eigen wereld. Een beetje heel erg individualistisch ingesteld. Wat heb ik met die ander te maken? Wat heb ik van doen met de gemeente? Als ik maar aan mijn trekken kom! Maar, b. en z., ik kom juist onder de indruk, dat God op zo heel andere manier werkt. Hij rekent ons bij de verbanden waarin wij thuis zijn. Als jij geboren wordt in een gezin van gelovige ouders, is dat voor God een reden om met jou zijn verbond te sluiten. De natuurlijke verbanden waarin wij staan, zijn de bedding waarlangs de rivier van Gods heil voortstroomt. God rekent de mensen bij Abraham tot zijn huisgezin. Dat is maar niet een willekeurig familiebedrijf, met toevallige werknemers. Nee, God haalt zo deze mensen binnen de kring van zijn verbond. En de jongetjes die geboren worden in zijn gezin, worden besneden, als ze acht dagen oud zijn. Vanwege de band met de gelovige Abraham. Daarom moeten ze allemaal besneden worden.
Gem., ook die lijn trekt God rustig door in het Nieuwe Testament. In Hand. 16 lezen wij, dat Lydia in Filippi zich laat dopen, met heel haar huis. En een poosje later gebeurt hetzelfde in het huis van de gevangenbewaarder. Hij kwam tot geloof op de prediking van Paulus. Hij liet zich dopen met geheel zijn huis.
Hij heeft het gezegd: ik ben de God van u en uw kinderen. Daarom mag ik u allemaal vragen: bidt alstublieft voor al die kinderen. Ze zijn immers ook uw kinderen, omdat ze kinderen van de kerk zijn. Bid voor hen, dat God de Geest hen zal vasthouden. Op hun werk, in hun studie, in hun tijd van verkering en verloving. Dat zij gelovig de belofte van God, van hun God zullen aannemen, en ermee aan het werk gaan.

OOK DE KINDEREN HOREN ERBIJ 2. God belooft het echt.

Ja, gem., u hoort er allemaal bij. U als ouderen, en jullie j. en m., net zo. U en jullie horen er allemaal bij. Bij Gods volk, zichtbaar in zijn gemeente. Maar zal iemand zeggen: neemt God een te zwaar risico, door ook de kleine
kinderen er al bij te nemen? Nee, God spreekt niet van een risico. Hij is niet afhankelijk van mijn trouw. Hij gaat uit van zijn eigen kracht. Hij belooft ons zijn liefde, zijn trouw, zijn eindeloze genade. Dat is zijn uitgangspunt, als Hij jullie roept, j. en m.! Wanneer werden jullie verbondskind? Toen je gedoopt werd? Nee, je was het al! Toen de kraamzuster of je vader je uit de armen van de dokter overnam, vlak na je geboorte, toen was jij al een kind van God. En dat wordt officieel vastgelegd. Later, toen je werd gedoopt. Toen zei God het ook publiek, het was voor iedereen te horen: mijn kind, jij bent Mijn kind, ik zeg je: jij bent erfgenaam van de mooiste dingen die jij kunt bedenken. Jij krijgt van mij een eeuwig leven. Een volmaakt leven. Omdat Hij genadig is. Omdat Christus voor je heeft betaald. Dat wist jij niet. Daarom zeggen de baptisten: dat moet jij eerst allemaal leren begrijpen. Dan pas kun je gedoopt worden. Maar, weet je, God heeft je toch direct al maar bij de hand gepakt. Weet jij waarom? Nou, je wist ook niet, dat de satan je eigenlijk te pakken had. Als God niet zou ingrijpen, zou je regelrecht naar de hel toeleven. Daar haalt God je bij vandaan. Hij zet je, voordat je nog kunt weten van dat vreselijke gevaar bij Hem in de ark van het behoud. En als jij maar in de ark blijft, bij God, dan zul jij het wel leren, dat het goed is vlak bij je hemelse Vader.
Dat mag je zeker weten. Want Vader beloofde toen al Jezus Christus. Kijk maar naar Hem. Hij heeft zijn leven voor jou gegeven. Dat mag jij leren weten. Dat is een machtige belofte. Want als dat bloed van Christus niet voor jou gold, wat zou er dan met jou gebeuren? Dat weet jij wel. De bijbel is er duidelijk genoeg over.
Want ook nu je door God bent geroepen, gebeurt er nog zoveel verkeerds. Je zult wel eens prachtige voornemens hebben: nu ga ik trouw mijn huiswerk maken. Nu ga ik voortaan thuis eens gewoon meedoen. Nu stop ik met die gokverslaving. Maar ach, wat kost dat een strijd, om dat ook uit te voeren. Mijn chef, ik geef hem niet respect zoals God vraagt. Schuld voor God. En dan dat voortdurende tekort. En dat gevecht tegen mijn zondige hart. Elke dag moet ik weer op de knieën voor God. Maar gelukkig, ik kan dan in mijn gebed toch weer pleiten op het werk van Christus. Hij heeft alle schuld betaald, en alle tekort voldaan.
Ik mag ook geloven in de Heilige Geest. Hij helpt mij echt verder. Zoals Hij bij mijn doop beloofde. Hij geeft mij de kracht, om de zaak van het geloof aan de orde te stellen in mijn
verkering. Hij geeft mij de kracht, om thuis echt gewoon te doen, de zaak niet kwaadaardig te sarren. Het mislukt nog wel een keer. Maar warempel, Hij helpt mij toch verder. Hij maakt zijn belofte waar! Geloof het maar. God laat het elke keer weer bij de doopvont horen.
Petrus belooft dat ook aan zijn hoorders op de Pinksterdag. Hij roept op tot bekering. Keer je om en ga naar God toe. Laat u dopen, op de naam van Jezus Christus. Dat betekent: Laat je vandaag dopen op basis van de naam van Jezus. Dan ga jij voortaan uit van het volle heil, door Christus betaald (2:38). En op grond van dat werk van Christus krijg jij een
volslagen ander leven. Daarvoor krijg jij de Heilige Geest. Want voor u is deze belofte, nl. dat je de Geest ontvangt (vs.39). Naar Joël 2, zoals Petrus al breed heeft verteld. De Geest zal u helpen als christen te leven. En dat geldt ook voor uw kinderen. Zoveel mensen die God erbij zal halen. In de wereldwijde zending die gaat starten. En dan hoor ik hier en daar protest: ja maar die praktijk. Ik merk overal in de kerk zo\\\'n dood geloof. Nee, dan kun je
het beter elders zoeken. Daar vind ik tenminste leven. Gem., laat u alstublieft niet misleiden. Want ook elders vindt u net zo goed dood geloof. Dat komt in elke gemeente voor. De gemeente van Korinte, er was veel op aan te merken. Maar Paulus spreekt die gemeente wel aan met \\\''geroepen heiligen\\\''. En God kwam toch steeds weer bij zijn volk terug. Dat zou je op grond van hun leven niet zeggen. Maar God is eindeloos genadig. Dat moeten wij niet gaan inperken, op grond van wat wij zien. Maar wij moeten Gods beloften over Christus\\\' bloed en de heiliging door de Geest niet omlaag halen, puur door te kijken naar de praktijk. En een vlucht is dan zeker niet de weg. Nee, dan hebben wij een taak in de kerk: werk eraan, dat ze hun doop gaan begrijpen. Laat ze maar de rijkdom zien van Gods beloften. De kinderen, de ouderen. Dan leren wij met zijn allen te leven uit de krachten van de drieënige God. Totdat Hij alles in alle mensen is.

OOK DE KINDEREN HOREN ERBIJ 3. God roept tot zijn dienst.

Gem., God is eindeloos trouw. Met ons allemaal. Hij heeft zondige mensen ingelijfd
in de kerk. Kind gemaakt binnen zijn verbond. Wie is er zo volmaakt, dat hij anderen de maat kan nemen? Ik kan anderen niet in het hart kijken. Dat oordeel komt God toe. Maakt ons gedrag dan helemaal niet uit? Ja wel degelijk! Hij heeft ons apart gezet. Wij horen niet meer bij de kinderen van de ongelovigen. God legde zelf dat onderscheid. J. en m., jullie mogen van je ouders niet alles. En dan zeg je wel eens: Jan en Kees mogen het wel. Maar weet je, God heeft zelf verschil gemaakt tussen jou en die anderen, die niet geloven. Dat leggen je ouders jou niet op. Dat is niet een harnas, maar juist heel bevrijdend. God laat jou ademen in een heel gezonde lucht: de verlossing door Jezus Christus.
Er zijn dan jongelui die protesteren: ik heb niet om mijn doop gevraagd. Spreek mij niet aan op mij doop. Dat kun je niet van mij verlangen. Ik ga mijn eigen weg! Dan zet ik dit daartegenover: jongelui, wees maar blij, dat God jou zo vlug beetpakt. Hij geeft de duivel geen kans, om je leven te verzieken. Die kans gunt God hem niet. En bovendien, als jij gelooft, dan houd jij toch van God? Als je ziet, hoeveel Vader voor jou over had, durf jij dan nog nee te zeggen? Bovendien, moet jij eens kijken, hoeveel rechten jij bij Vader kunt laten gelden. Rechten, die Hij heeft beloofd! Kijk, als jij je van die Vader losmaakt, dan kan Hij zijn geschenken niet aan jou kwijt. Maar aan wie ligt dat dan? Hij heeft je door Christus bevrijd. Bevrijd om Hem te dienen. Die gunst heeft God zijn volk bewezen, opdat het altijd Hem zou vrezen, en zijn wetten zou gehoorzamen. Dat is inderdaad een apart leven. Waarom? Omdat God jou en mij uitgekozen heeft. Hij beschermt jou ook op die manier.
Als jij alles voor de televisie wilt zien, als wij onszelf vetmesten met ongezond eten en drinken, waar leggen wij dan de grens? God legde de grens in de band met Hem: past die film, passen jouw uitgaven voor eten en drinken bij het leven met Hem? Helpt het jou om Hem beter te dienen? Kun jij je Vader ervoor hartelijk danken? Zo nee, kap er dan mee. Durf vanuit de positieve keus voor God ook nee te zeggen.
God wil, gem., voor eeuwig uw God zijn. Van u, van jou. U mag zich bij Hem thuisvoelen, omdat Hij u en jou thuis heeft gehaald. Waarom u en jou? Besef jij het voorrecht? Een genadige Vader. Een geweldige Redder. Een sterke Geest. Zij staan garant voor mijn eeuwig leven. Bij Hem voel ik mij thuis. Omdat ik bij Hem thuis ben.
Ouders, is dat uw levensovertuiging? Brengt dat maar aan uw kinderen over. Leef positief voor God. Dat zien ze echt wel. Vertel ze van Jezus Christus, en van de Geest. Vertel ze van de diepe kloof, die er gaapt tussen een leven voor God en een leven voor de satan. Dan kan anders leven wel eens heel erg lastig zijn. Je kunt er zomaar om uitgelachen worden.
Maar dan mag je juist terugvallen op je doop. Dat is de grote waarde van mijn doop. Dat hoef ik maar één keer van God krijgen. Die belofte van vergeving en heiliging blijft mijn hele leven geldig. En wat God eens gezegd heeft, is en blijft mijn hele leven waar. Hij hoeft zijn eed niet nog een keer te herhalen, omdat ik het beter ben gaan zien. Daar hoeft Hij niet op te wachten. Hij geeft het direct al aan het begin van mijn leven mee. Daarin zet Hij de kroon op zijn heerlijke genade.
Gem., daarom is overdopen ook helemaal niet nodig. Als u bij vernieuwing ontdekt, wat God allemaal geeft, laat het anderen dan maar merken. En laat het ze maar zien, hoe fijn het is om God te dienen. Dan zien anderen het mee door u mogelijk ook opnieuw: wat geeft God veel. Wat gaf God mij al die jaren al veel. Morgen leef ik er opnieuw uit, tot eer van Hem.

AMEN

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter