Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

Een drievoudig wonder (Exodus 12:51, 14:14)
Preek afkomstig van T.J.D. de Koning van de Nederlandse Hervormde Kerk te Nieuw-Lekkerland.

       

Preek

Een drievoudig wonder.

I Een wonderlijke uitredding
II Een wonderlijke voorgang
III Een wonderlijk uitzien

Exodus 12:51 En het geschiedde?. Dat de Heere de kinderen Israëls uit Egypteland leidde
Exodus 14:14 De Heere zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.

I Een wonderlijke uitredding.

Het volk Israël ligt gebogen onder het slavenjuk van Egypte. Waarom? Niet anders dan vanwege de angst van de Egyptenaren. Nadat Jozef is gestorven, komt er een andere koning over het land Egypte die Jozef niet heeft gekend. Voor die tijd werd het volk Israël van alle gemakken voorzien. Het was immers de familie van die grote onderkoning Jozef. Die man die Egypte gered heeft van de hongerdood. En nadat ook in Kanaan de voedselschaarste was begonnen, kwamen de broers van Jozef door Gods wonderlijke leiding in Egypte terecht. En vanwege de familieband met Jozef werden ze van alle gemakken voorzien.
Bij die aankomst in Egypte waren er nog maar 63 mannen. Negentig jaren later als Jozef sterft zijn dit er echter al 4032. Het begint al een grote groep te worden. Want de vrouwen en jongens zijn hier niet bij gerekend. Nog dertig jaren later zijn dit er al 16128. Het is dus, als het op deze wijze doorgaat, een groot volk aan het worden. En daar was de nieuwe farao van Egypte dus bang voor. Daarom veranderde hij het beleid ten aanzien van het volk Israël. Hij liet het volk Israël op velerlei wijzen verdrukken. Ook probeerde hij er alles aan te doen om dit volk niet groter te laten worden. Maar in al zijn berekeningen vergat hij wat. Hij vergat de God van dat volk. Die God die Jozef wijsheid gaf om een hongersnood te voorkomen. Want die God staat in voor Zijn eigen volk. Hij laat Zijn volk niet omkomen. Nu niet en nooit niet. Daarbij had de Heere door Jozef de belofte gegeven, dat Hij hen zou doen optrekken uit dit land, naar het land Kana?n. Maar dat alles lijkt wel onmogelijk te worden. Het volk kon geen kant meer op en dreigde uitgeroeid te worden. Maar deze onderdrukking had het volk nodig. Want daardoor zal straks de Heere aan Zijn eer komen. Het is heden ten dage niet anders. De kerk wordt onder druk gezet. Regering en volk proberen in ons eigen vaderland de kerk klein te houden. Ja, zo het mogelijk zou zijn, zullen ze alle resten van de Christelijke religie uit ons land verwijderen. Land en volk en overheid denken zelf te kunnen bepalen wat men doet. Ook Nederland houdt geen rekening meer met God. En toch ook in ons vaderland mogen er nog steeds kinderen Gods zijn. En wat ons volk en onze regering ook bedenkt, de Heere staat in voor Zijn volk. En al lijkt het erop dat alles wat met de Heere en Zijn dienst te maken heeft, uitgeroeid wordt. De Heere Zelf heeft de touwtjes van de wereld regering in Zijn handen. Hij regeert. Mag dat nu uw troost zijn, als de donkerheid van de dagen gevoelt wordt. Of zien we alleen maar op de onmogelijkheden. De Heere werkt altijd in het onmogelijke. Want daar waar het onmogelijk is, is de uitkomst altijd een wonder. Zo brengt de Heere een zondaar ook altijd terug. Door het wonder heen. Uitgeleidt uit het diensthuis. De wegen die de Heere met Israël ging, die wegen gaat Hij ook persoonlijk met iedere zondaar die toegebracht wordt. Alle wegen zijn niet gelijk. Bij de een zal het in een ogenblik gaan en bij een ander gaat het geleidelijk aan. Maar de Heere voert altijd uit het diensthuis. Zo ook Israël. Jaren lang verdrukte de Egyptenaren het volk Israël. Ze werden gedwongen tot werken. En dat terwijl er door al dat werken geen vrijlating zo komen. Totdat de Heere zegt: tot hiertoe en niet verder. En Hij roept een onwillige Mozes om als middel in Zijn hand Israël uit te leiden. Ik heb de verdrukking gezien zegt de Heere. En daarom ben Ik nedergekomen, dat Ik het verlosse uit de hand der Egyptenaren.
Israël had het zwaar in Egypte. Hoe is het met u? Nog steeds in het diensthuis? Door al uw werken in het diensthuis, zult u nooit in het Beloofde Land komen. Israël zal het ongetwijfeld ook geprobeerd hebben, om door hard te werken, vrij te komen. Maar het gebeurde niet. U kunt de wet houden, u kunt trouw naar de kerk gaan, u kunt een bijbel versleten hebben, maar als het daarbij blijft verderft u uw ziel in het diensthuis der wet. Misschien voelt u zich er nog wel goed bij. Want bent u toch een voorbeeldige man of een nette vrouw. Maar als u met al die voorbeeldigheid nog altijd in het diensthuis bent, dan gaat u verloren. Nooit, nooit zal u met uw godsdienst de zaligheid kunnen be?rven. Dat weet ik wel, zegt u. O ja, waarom bent u dan nog steeds zo druk met de wet. Die wet verlost u niet! Die wet zal u alleen maar veroordelen. Schuldig, schuldig, schuldig. Duizend maal duizendmaal schuldig. Satan zal er alles aan doen om u in dat diensthuis vast te houden. Ontkomen is onmogelijk. Hoe dan? Ik ben nedergekomen zegt de Heere dan en Ik verlosse u uit dat diensthuis. De verlossing kan niet komen uit uw werken, de verlossing moet komen vanuit de nedergedaalde Verlosser. Israël, hoe kom je ooit weg uit Egypte. De Heere zal u doen optrekken uit dit land. Hij is die menigvuldige Verlosser. Ondanks alle wonderen die de Heere gedaan had, liet Farao Israël niet gaan. Velerlei ellende spoelde over Egypte. En toch, Israël mocht niet. Ach, de Heere kan vele wonderen doen in uw leven. Op velerlei wijze mocht u stil gezet worden. En toch zit u nog steeds zo vast in dat diensthuis der wet. Die banden van satan houden u zo vast. Weet u hoe het komt? U verwacht het nog steeds van uw werk. Nee, ik ben nedergekomen. Ik, Ik, Ik, zegt de Heere. Daar waar Israël niet verder kwam dan kreunen onder het Egyptisch bewind, daar gaat de Heere werken. Daar waar een mens in de onmogelijkheid gebracht wordt, daar gaat de Heere aan het werk. Bent u daar al gebracht? Is het u al onmogelijk geworden? Of kunt u nog steeds leven bij die wet. Arm mens, als u nog steeds denkt door de werken der wet zalig te kunnen worden. Maar als u die onmogelijkheid wel voelt. Als u wel voelt dat uw werken nooit toereikend kunnen zijn om de hemel te be?rven, dan mag die belofte ook voor u nog steeds gelden: de Heere zal u doen optrekken uit dit land der wet. Bent u al werkzaam met die belofte? Opent uw mond, eist van Mij vrijmoedig op Mijn trouw verbond. Het Woord des Heeren is waarheid, van kaft tot kaft. Hij is geen God dat Hij liegen zou! Zijn ja is ja en Zijn nee, nee. Hij is een waarmaker van Zijn beloften. Ik verlosse u. Het is een belofte die Hij ook aan u vervullen wil. Sta dan niet van verre, maar laat u leiden door zo\'n Verlosser. Maar weet wel; Hij verlosse u. Dus niet een beetje werk van u en wat werk van de Heere. Hij alleen. Misschien is dat wel hetgene wat u van verre houdt. Het moet tot een volledige overgave komen. Wij zijn zo geneigd om nog wat touwtjes in handen te houden. Nee, alles moet uit handen, opdat Hij u verlossen zou. Loop Hem er maar om aan als een waterstroom. O, welk een barmhartig God. Nieten en nuttelozen wil Hij nog verlossen. God verlaten, eigen wegen gegaan, nooit meer terug te kunnen in eigen kracht. En dan zegt de Heere: Ik zal u verlossen.
Zo\'n barmhartig God, en als u van verre blijft toekijken, zult u nooit kunnen zeggen, dat God niet gewild heeft. Dan zal God zeggen: u was die onwillige, Ik heb u willen verlossen uit dat diensthuis. Maar u dacht door dat diensthuis, u voor mij aangenaam te maken. O, dwaas u had aan Mij niet genoeg. Kunt u zo\'n barmhartig God nog wederstaan?
Hij zal satans strikken breken, zoals Hij het volk Israël liet ontkomen aan de slavernij van Egypte. Hij brak farao\'s onwil nadat alle eerstgeborenen waren gedood. Farao was kapot geslagen. Israël mocht gaan naar het land der belofte. Israël mocht uitgeleidt worden uit het diensthuis. Welk een vreugde. Weg van de slavernij. Maar waarheen? Achter de Heere aan. Israël wil niet liever dan achter Hem aan die hen vrijmaakte van het slavenjuk. Deze weg gaat de Heere altijd met Zijn volk. Daar waar het bij een mens onmogelijk wordt en de Heere aan het werk gaat, daar breekt Hij satans macht, en satan moet het verliezen. Dan gaat een mens inzien dat die werken der wet inderdaad niet zalig maken. Maar dat het de Heere is die verlost. En wat doet dan zo\'n mens die wordt vrijgemaakt van de werken der wet? Hij gaat achter de Heere aan. Met vreugde en met blijdschap gaat hij zijn Verlosser volgen. Maar dan gaat blijken dat het niet altijd zo zal blijven en dat die onwil van een mens hem z\'n leven lang bijblijft. Als Israël is uitgeleidt en nog met blijdschap volgt, gaat de Heere met dat volk al een onbegrijpelijke weg. Hij leidt dat volk naar de Schelfzee. En ondertussen verhard God het hart van Farao. Farao roept zijn hele leger bij elkaar en gaat achter Israël aan. En als Hij dat volk nadert lijkt dat volk een doodlopende weg te volgen. Wat zal Farao gelachen hebben. En nu zou je zeggen dat het volk zou moeten weten dat een menselijke onmogelijkheid nog geen onmogelijkheid voor God betekent. Maar dan komt dat volk in de ellende terecht en dan zijn ze al Gods weldaden alweer vergeten. En gaan ze zelf uitvluchten zoeken. Zo gaat het met al Gods kinderen ook. De een misschien wel wat meer dan de ander, maar als Gods kind in de tegenslagen van het smalle pad komt, gaan ze altijd weer naar zichzelf zien en gaan ze weer eigen wegen zoeken om uit de ellende te komen. Satan kan wel verslagen zijn door God, en een mens kan verlost zijn van die vervloekte werken der wet, maar satan is niet dood. Satan richt zich weer op en jaagt Gods volk weer achterna. En satan lacht als hij ziet dat Gods kind, in het achter de Heere aangaan, op een doodlopende weg lijkt te lopen. Waarom gaat de Heere dan zulke wegen? Omdat Hij daardoor verheerlijkt gaat worden. De Heere leidt uit, maar leidt ook voort. En de Heere zal ook in het voortleiden aan Zijn eer gaan komen. Daarom brengt Hij Zijn kind keer op keer in een onmogelijkheid, opdat dat kind zal leren z\'n vertrouwen geheel en al op zijn Verlosser te stellen. Daarin leert een mens keer op keer om af te zien van zichzelf en op te zien naar Christus vanwaar ook de dagelijkse bekering moet komen.
II Een wonderlijke voortgang.

Nu heeft de Heere Israël uitgeleid uit Egypte. Wat zal Israël verheugd zijn geweest. Eindelijk verlost van de slavernij. Gods belofte gaat vervuld worden, Hij gaat Israël opvoeren naar het land der belofte. Het gaat Egypte uit en de woestijn in. Die weg gaat de Heere altijd met Zijn volk. Hij leidt Zijn volk uit de diensthuizen der wet en der zonde, de woestijn in. En dat is geen makkelijke weg. Maar de Heere zal ook doen ervaren dat ook in de wegen door de woestijn van dit leven, Zijn aandacht voor Zijn volk en kinderen niet zal verslappen. Die wegen door de woestijn zijn nodig om Zijn volk te leren afhankelijk te zijn van Hem.
Israël staat nu aan het begin van die woestijnreis, vol blijdschap vanwege de grote daden des Heeren. Ja, nu nog vol blijdschap en in vol vertrouwen. Maar dan gaat de Heere wegen die voor de ogen van het volk Israël kromme wegen lijken te zijn. Israël is alweer vergeten dat ze hulp hebben van een machtige Held. Israël begint alweer menselijk te redeneren en houdt weer geen rekening met Gods altijd reddende hand. Israël moet terug keren en zich legeren nabij de zee. En ondertussen is Farao weer bijgekomen van de slag die hij gekregen had. God verhardt het hart van Farao en hij gaat Israël weer achterna. En waar komen Israël en Egypte elkaar weer tegen? Op die plaats waar het onmogelijk lijkt voor Israël om te ontkomen. Voor hen is de zee, ter linker- en ter rechterhand de rotsen en achter hen Farao met zijn leger. Ken u daar iets van? Voor u de zee van Gods heiligheid en rechtvaardigheid en om u de rotsen van onmogelijke ontkoming en achter u een moordlustige satan. Waarheen, waarheen? O, hadden we satan maar trouw gebleven dan hadden we het leven nog kunnen behouden. En nu? De dood lijkt wel voor ogen. Ook voor het volk Israël. O, hadden we maar, zegt het volk dan tegen Mozes. O, wat een ongelovig volk. Uitgeleid door \'s Heeren hand. Is er dan niemand meer met geloof. Jawel, Mozes. Zijn vertrouwen mag door genade nog steeds zijn op God. De Heere zal voor ons strijden en gij zult stil zijn. Ongelovig Israël, die Egyptenaren zal je na vandaag niet meer zien. Het is de Heere die Mozes gaat onderwijzen hoe hij met dit volk moet handelen. Laat het volk verder trekken en klief met uw staf een pad door de zee. Ondertussen kwamen de Egyptenaren wel dichten bij. Wat zullen zij zich verheugd hebben. Het volk Israël liep in de val. Maar dan zal de Heere nogmaals aan Egypte laten zien dat Hij het is, die Zijn volk leidt. Hij stelt de wolkkolom die het volk de weg wees, tussen de beide legers in. Hierdoor zagen de beide volken elkaar niet meer. En de hele nacht naderden de volken elkaar niet meer. De wolk was tegelijkertijd duisternis en licht. Hoe dat geweest is kunnen wij niet begrijpen. Wel was het zo dat de Egyptenaren op afstand bleven. En ondertussen kwam het volk Israël aan de oever van de zee. Daar op die oever liet God zien, dat Hij God was. Nadat Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, spleet de zee in twee?n en kon het volk door de zee. De dood leek voor ogen, maar de Heere gaf uitkomst. Hoe is het nu, lijkt u al op dat volk van Israël? Uitgeleidt uit het diensthuis, satan van achteren, rotsen van opzij en de zee van Gods rechtvaardigheid en heiligheid voor u. Waarheen? Terug kan niet, dat betekent de dood. Naar opzij is onmogelijk. En voor u? Gods rechtvaardigheid en heiligheid. Gods eisende recht. U was toch uitgeleidt? Ja, maar vanwege alle zonden heb ik nergens recht op. En als ik Gods rechtvaardigheid en heiligheid zie, kan ik voor God niet bestaan. Ik zal verdrinken in Gods rechtvaardigheid. De Heere ging u voor, Hij trok u uit het diensthuis. En u moest zeggen: de wet maakt mij niet vrij. God is het die mij vrij kan en wil maken, maar nu zie ik Gods eis voor ogen en kan ik voor God niet bestaan. Zo ver als ik kan zien, zie ik niets anders dan een eisend God. En toch die wet kan mij niet verlossen omdat ik hem niet kan houden. Maar het volledig houden van die wet Gods is wel de eis. En ik sta schuldig bij God. Ja de diepste hel is nog niet diep genoeg. God zou geen onrecht doen als Hij me deed verdrinken in de zee van Zijn rechtvaardigheid. Ja mens, uit uzelf is het onmogelijk. Satan briest en lacht u uit. Maar het is de meerdere Mozes die de wet wel volbracht. Het is Christus Jezus die een pad baant door de woeste baren van Gods eisend recht. Daar waar u die wet niet volbrengen kunt, is het Christus die het gedaan heeft. En dan komt u in de doorleiding voor Gods recht te staan. Dan is het God die u bekend maakt waar u recht op hebt. U mocht door genade achter de meerdere Mozes aan. Door genade mocht u gaan zien dat Christus het zo waard was om te volgen. Of volgt u Hem om uw zaligheid te verdienen. Daar zult u altijd verkeerd mee uitkomen. Maar als u door Gods genade een navolger van Christus bent geworden dan zal Hij u ook leiden door dit aardse tranendal heen, via Golgotha naar het hemels Jeruzalem. Maar dan wordt u ook bekend gemaakt met datgene waar u krachtens Gods eis, recht op hebt. Hij brengt u voor die zee van Gods eisend recht en laat u uw onmogelijkheid voelen. Zo wordt een zondaar die door God is getrokken uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, bekend gemaakt met zijn schuld. Maar als die uitleiding een werk is van God zelf dan is het ook Christus die zegt: Ik baan u een pad. Ik heb volbracht de gehele wet Gods en Ik heb als betaling van uw schuld gehangen aan het vloekhout des kruises. Ik ben gestorven, maar Ik ben ook weer opgestaan om u een pad te banen door Gods recht. Nu kan het zo zijn dat u er amper weet van hebt, uitgeleidt te zijn. Dat kan. Maar als u van Godswege ontdekt wordt aan uw hemelhoge schuld, dan is de Heere al bezig geweest aan uw ziel. De ontdekking van uw schuld en onmogelijkheid de zaligheid te verdienen door de wet is voor de ervaring vaak de eerste stap voor Gods kind, maar het is een vrucht van verdere voortleiding om de diepte van uw schuld meer en meer te gaan voelen.
En dan kan de tijd hiertussen verschillen maar ieder kind van God wordt aan de breedte en diepte van zijn schuld ontdekt. Tegenwoordig lopen er hordes mensen die zeggen bekeerd te zijn en te geloven, maar als je ze vraag naar hun schuld bij God weten ze nergens van. Die hebben ten diepste Christus niet nodig, want schuld wordt er niet gevoeld. Maar Christus krijgt u pas nodig als u uw schuld gaat voelen. Dat is eenmaal bij de uitleiding uit het diensthuis en dat is dagelijks bij het voelen van de grootheid van schuld. En daar voor Gods recht laat Christus Zijn werk schitteren, en opent voor de Zijnen de weg door Gods eisend recht. En hoe is dan dat pad? De breedte is overal verschillend. Er zijn tijden dat het pad breed is en u de grote daden Gods ervaart. Dan verwonderd u zich over zulk een op offerende liefde, maar er zijn ook tijden dat het ongeloof de kop opsteekt. Dan wordt het pad smal, dan lijkt Gods eisend recht u weer te overvallen. Dan voelt u weer uw schuld en twijfelt u weer aan uw kindschap bij God. Maar daar waar Christus u gezet heeft op dat pad waarin Hij Zelf voorzag, dan zal de uitkomst zeker zijn. Dan zult u nooit meer overweldigd worden door de golven van Gods toorn. Al lijkt het erop dat het einde van dit pad toch weer eindigt in de golven. God zal de Zijnen niet begeven noch verlaten. Maar dat zicht heeft Gods volk er niet altijd op. In het zien op de zee, wordt altijd de schuld gevoeld. Of die zee ver weg is of dichtbij. Maar als die zee dichtbij is dan komt dat altijd door uw ongeloof en zonde. Want die oude mens blijft u hier op aarde altijd bij. Nu een vraag: kent u iets van dit leven. Of loopt u met Farao en de zijnen mee. Dan loopt u niet tegen de zee aan van Gods recht. Want dan is er een pad door die zee, zonder dat u dat pad nodig heeft gehad. En dan heeft u daar niets te zoeken. Want dan probeert u binnen te gaan zonder het gevoel en de wetenschap van uw schuld. Want u kunt zeggen uitgeleid te zijn, en het zal wel waar zijn. Maar bent u door de Meerdere Mozes uitgeleidt of gaat u met Farao des verderfs mee uit het diensthuis. Bij de eerste wordt u bekend gemaakt met Gods recht, maar bij de tweede is dat helemaal niet nodig. U kunt zo dat pad op. Maar dan zal het u vergaan als uw koning. Dan sluit dat pad wel, en niet voor u, maar boven u. Dan zult u verdrinken in Gods toorn. Dan gaat u onder en komt nooit meer boven.
God zal verheerlijkt worden, alle knie zal zich voor Hem buigen. Ook van hen die verdrinken en omkomen in Gods toorn. Ook zij zullen zeggen: God is Koning en God is liefde. Hij wilde ook mij redden, maar ik wilde niet. O, eeuwig drama. Had ik maar, had ik maar. Maar het is voor eeuwig te laat als de zee zich boven u sluit. O, keer u om van uw goddeloze weg voordat die zee zich sluit boven uw hoofd.
Maar voor hen die voor die zee stonden en geen weg meer zagen, en voor wie er een weg werd geopend, voor hen is er hierop aarde een uitzien.

III Een wonderlijk uitzien.

Het volk Israël werd uit het land van de Egyptenaren weggeleid met de belofte om gebracht te worden in het beloofde land. Na de onmogelijkheid die het volk zag toen ze voor de zee stonden is er nu weer uitzicht. Het volk is er ongetwijfeld weer in gaan geloven dat ze nog wel in dat land van de belofte zouden komen. Na zo\'n wonder zal men wel weer hoop hebben gehad. Later lezen we nog menigmaal dat alle hoop is opgegeven. Het volk gaat dan maar eigen wegen bedenken om de weg door de woestijn te gaan. Maar nu, na dit wonder, is er weer hoop. Er is weer uitzien. De Heere heeft een wonder gedaan, waardoor we weer verder konden door en niet hoefden om te komen, was de lofzang die te horen viel onder het volk. We hoeven niet veel moeite te doen om deze lijn door te trekken. Op het moment dat Gods kinderen voor die zee van Gods rechtvaardigheid staan lijkt er geen uitkomst meer, maar nadat ze zijn doorgeleid door die zee is er weer uitzien. Alle verwachting mag dan weer van de Heere zijn. Satan is op dat moment verslagen en Gods kind mag daar even vrijgemaakt door het leven gaan, in grote verwachting van zijn Verlosser. Heere wat zijt Gij groot, verdiend om om te komen. Voor Gods recht was er in mijzelf geen mogelijkheid om te bestaan, daar werd alles me uit handen geslagen, maar vanwege Uw werk mag ik in Gods recht doorgaan. Door het pad dat Gij gebaand hebt, mag ik de toekomst zien. Het beloofde land mag het vooruitzicht zijn. Er mag na zo\'n vrijmaking een uitzien zijn naar het Hemels Jeruzalem. Daar komt Gods kind uit, niet door enig eigen werk. We kunnen veel zelf, we kunnen onszelf uitleiden uit het diensthuis, onder veel vrome schijn. Het kan lijken dat we achter de meerdere Mozes aangaan. Maar voor die zee, zal het blijken of we door die meerdere Mozes zijn uitgeleid of dat we achter de Farao van het verderf zijn aangegaan. Daar voor Gods recht zal het blijken, wiens werk het is geweest. We kunnen met veel schijn door het leven gaan. Maar voor Gods kinderen wordt bij die zee van Gods recht een weg met uitzicht geopend. Vanwege Christus volbrachte werk op Golgotha kan door die zee een weggebaand worden. Daar waar Christus bij Zijn Vader heeft betaald voor al de Zijnen, is er geen omkomen meer mogelijk in Gods rechtvaardigheid. Dan mag er een uitzien zijn naar die heerlijkheid die beloofd is voor al Gods kinderen. Straks eeuwig vrij van de zonden die dat volk nu nog zo menigmaal in de weg zitten. Verlost van die oude mens die altijd en overal de kop weer opsteekt. Die oude mens die altijd weer eigen wegen gaat, tegen de Heere in. Nu mag er even een uitzien naar zijn, maar helaas is dit hier op aarde niet altijd zo. Door velerlei zonden is het zicht op die heerlijkheid menigmaal kwijt. Dan wordt er op alles en iedereen vertrouwt behalve op de Heere. Dan is er geen zicht meer op een eeuwige gelukzaligheid, ja dan komen de twijfels of dat alles uit het verleden wel echt was. Dan is de zekerheid van het gered zijn verdwenen. En is dat de schuld van de Heere? Nee, Hij geeft de Zijn alles wat nodig is, maar de Zijnen gaan eigen wegen, ze leven weer in de zonden. En dan lijkt het weer dat ze omkomen. Eigen schuld hoor. En het is maar goed dat de Heere Zijn volk niet loslaat. Hij laat de lijn bij tijden wel vieren, maar Hij maakt nooit los. En daar waar Hij de lijn laat vieren laat Hij wel voelen hoe het is om eigen wegen te gaan. Iedere keer opnieuw als Zijn volk eigen wegen gaat lijkt het wel alsof ze alles kwijt zijn, maar toch, die lijn van Christus liefde is onbreekbaar. Al is dat zicht er niet altijd. Maar als Gods volk weer op z\'n plaats is zijn er tijden in dit leven dat ze uitzien mogen naar de eeuwige heerlijkheid. Dan mag er bij tijden met Paulus worden gezegd, te verlangen ontbonden te zijn. Dan wordt sterven erven. Dan wordt datgene wat nu nog uitzien is, in volmaaktheid beleeft. En dat vanwege Christus volbrachte werk. Niet ons, o Heere, maar Uw Naam zij eeuwig eer. Is dat geen uitzien? Wel achter wie reist u aan? \'t Is van twee?n ??n, of de Meerdere Mozes, of de Farao des verderfs. Bij de Een is een heerlijke toekomst te verwachten, bij de ander zal het een omkomen worden. Kies dan heden wie gij dienen zult.

Hoe staat het nu met u? Denkt u dat het wel zal mee vallen. Dan moet ik u teleurstellen. Dat dacht Farao ook. Hij moest beter weten, na al de plagen die over Egypte gingen. Hij had Gods grootheid al lang moeten zien. Maar hij ging toch door. Ook na de laatste plaag. Totdat de zee zich boven hem sloot. Als u denkt voor God te kunnen bestaan zonder met God verzoent te zijn. Dan zullen straks de poorten der hel zich achter u sluiten en zult u eeuwig omkomen in Gods brandende toorn. En dan de weg te hebben geweten. Een leven lang onder het Woord verkeerd, maar niet gelooft. O, gelooft Zijn heil en troostrijk Woord, verhard u niet maar laat u leiden. Hij wil u uitleiden uit het diensthuis, maar dan moeten al uw werken aan de kant. Dan moet u in gaan zien dat geen van uw werken tot zaligheid is dienende. Laat u dan leiden door die meerdere Mozes en verwacht het van Hem alleen.

En u, die weet, zelf niet voor God te kunnen bestaan. Waarom levert u uw wapens niet in? Waarom blijft u in dat diensthuis. U kunt bekommert zijn, u kunt weten een schuld te hebben, maar als u daarmee alleen wat zelfmedelijden opwekt en u daarbij goed voelt dan bent u op de verkeerde weg. U moet achter Christus aan. Het diensthuis der wet maakt niet zalig. Nooit, nooit, nooit. Maar Christus, Hij is het die zalig maakt, en ook wil zalig maken. Het is een wonder als u weet voor God niet te kunnen bestaan, maar daarmee bent u niet verlost. U moeten er weet van hebben dat uw zonden u vergeven zijn. Loop Hem dan aan als een waterstroom. Roep Hem aan, met al uw schuld, Hij wacht om genadig te zijn. Blijf niet lopen in eigen wegen, maar geeft u over.

Tenslotte nog een enkel woord aan hen die zijn vrijgemaakt uit het diensthuis der wet. Heeft u er wel eens spijt van gekregen dat u achter Christus bent aangegaan? Nee toch, er is toch geen betere weg dan die achter Christus aan. \'t Was niet waar u recht op had, maar \'t is genade alleen. Vrijgemaakt omdat Christus volbracht. Wel vaak in het donker. Dan is Gods eis ook weer voelbaar maar dat ligt niet aan Christus. Dat zijn weer eigen gekozen wegen. En als u daarvan teruggebracht wordt is de schuld weer voelbaar En dan moet u weer ervaren zelf niets te kunnen. Blijf achter Christus maar aangaan. Wijk niet af, nog ter linker-, nog ter rechterhand. Dan is er nu nog vaak de schuld en de zonde die gevoeld worden maar dan is er ook een verwonderen over Gods grote daden en een uitzien maar die eeuwige gelukzaligheid die Christus heeft aangebracht. Daar krijgt God alle eer. \'t Is alles uit Hem en door Hem en tenslotte weer tot Hem. Hem zij alleen de eer. Halleluja.

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter