Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

Kruisbeeld in scherven (2 Koningen 18: 4)
Preek afkomstig van Ds. D. de Jong van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Niezijl/Grijpskerk.

       

Liturgie

Ps.91:1,5,6
Ps.91:7,8
Num.21,4-9
Ps.39:5,6,7
Joh.3,14-18
Gez.36:2
2Kon.18,4b
Lied 193
Ps.34:1,2,6,8 (C)

Preek

Gemeente van Jezus Christus,

Een wereldwijde storm van verontwaardiging stak op, toen bekend werd dat de Taliban van plan waren de eeuwenoude, metershoge, in de rotsen uitgehakte boeddhabeelden in Afghanistan te vernietigen. Dat was toch je reinste vandalisme? Die beelden hoorden bij het werelderfgoed. Maar de protesten mochten niet baten. De Taliban richtten hun kanonnen op de boeddhabeelden en schoten ze in puin. Want ook al hoorden die beelden misschien bij het boeddhistische verleden van Afghanistan, ze hoorden niet bij het islamitische heden. Voor de Taliban waren het je reinste afgodsbeelden. En voor de afgoden was in Afghanistan geen plaats meer.

De protesten tegen deze actie hebben iets hypocriets. In de eerste plaats omdat ze voortkwamen uit godsdienstige onverschilligheid. Voor de westerlingen waren die beelden alleen maar oude kunstwerken. Maar ze waren natuurlijk ooit niet gemaakt als kunstuitingen, maar als geloofsuitingen. En wie het geloof achter dat beeld niet deelt, die kan er nooit voluit van genieten. In die zin namen de Taliban die boeddhabeelden meer serieus dan de mensen die die beelden wilden redden. In de tweede plaats kent onze eigen vaderlandse geschiedenis een soortgelijk verschijnsel: de beeldenstorm van 1566. Relschoppers drongen kerken binnen, haalden heiligenbeelden van hun pilaren en sloegen ze in barrels. Gebrandschilderde ramen werden aan scherven gegooid. Muurschilderingen werden met een laag witkalk aan het gezicht onttrokken. Bij kerkrestauraties komen ze weer aan het licht en worden ze zelfs gerestaureerd. Dat kan, omdat ze voor ons gevoel geen religieuze waarde meer hebben, maar slechts een culturele, historische waarde. Protestanten kijken soms zelfs met een zekere g?ne op de beeldenstorm terug. Ze schamen zich erover dat hun voorgeslacht zo als een beest tekeer gegaan is. Ik ben eens een weekje op kerkenpad in Friesland geweest. Onze gids wees dan bijvoorbeeld op een oude altaarsteen. Bij de beeldenstorm was die in de drempel gemetseld. Zo werden de kerkgangers dus gedwongen het altaar te ontheiligen. Wilden ze de kerk binnengaan, dan moesten ze het altaar als voetveeg gebruiken. Dat zal heel schokkend geweest zijn voor die kerkgangers. Misschien sprongen ze in het begin wel net als de Filistijnen over de drempel heen (1Sam.5,5), omdat ze die nog steeds beschouwden als heilige grond. Maar zo leerde het gewone kerkvolk, misschien op een weinig fijnzinnige wijze, maar toch, af, om voorwerpen van goud of zilver, van hout of steen, te vereren.

Zoals het voor de kerkgangers van het Friese Oosterend schokkend geweest moet zijn hun vroegere bijgeloof met voeten te moeten treden, zo zal het voor de inwoners van Juda schokkend geweest zijn dat koning Hizkia de koperen slang stuksloeg. Ja, misschien vindt zelfs u het, zevenentwintighonderd jaar na dato, nog steeds wel schokkend om dit te lezen. Dat Hizkia alle sporen van de afgoderij van zijn vader Achaz opruimde, dat vinden we prima: dat hij de gewijde stenen verbrijzelde en de gewijde palen omhakte. Dat is voor ons gevoel hetzelfde als Bonifatius die een heilige eik omhakte.

Dat Hizkia ook een einde maakte aan de offerdienst op de hoogten, dat spreekt ons al weer wat minder aan. Tenminste, als je weet dat op die hoogten niet aan de afgoden, maar aan de Here geofferd werd. Ok?, formeel deugde dat natuurlijk niet. Offers mochten volgens het de wet van Mozes niet overal en nergens maar gebracht worden, maar alleen op ?de plaats die de Here verkiezen zal?, d.w.z.: in de tempel in Jeruzalem. Maar afgoderij was het toch niet. Die Hizkia was dus nogal fanatiek. Het was hem niet genoeg dat zijn volk de Here diende, hij bemoeide zich ook nog eens met h?e het de Here diende.

Maar als je dan ook nog eens leest dat Hizkia de koperen slag in gruzelementen sloeg, dan ben je toch wel geneigd om te zeggen: Dit is toch bij de fundamentalisten af. Voor die man is niks meer heilig.

Misschien denkt u dat helemaal niet. Geeft u Hizkia groot gelijk. Denkt u: ?Zou ik ook gedaan hebben. Er staat immers dat de Israëlieten gewoon waren voor die koperen slang offers te ontsteken, en dat ze hun afgod Nehustan noemden? Die koperen slang kan honderd keer nog door Mozes gemaakt zijn, ja, hij kan zelfs op bevel van de Here zelf gemaakt zijn, maar als dat dingen in de plek van de Here komt, dan staat je maar één ding te doen: weg ermee!?

Als u dat denkt, dan kan ik u natuurlijk moeilijk ongelijk geven. Maar ik stel wel als tegenvraag: Vind u het dan helemaal niet schokkend dat Hizkia die koperen slang moest vernietigen? Ik heb deze tekst uitgekozen omdat ik dat wil schokkend vond. Die koperen slang was namelijk niet zomaar een heilig voorwerp. Want de Here Jezus vergelijkt Zichzelf met die koperen slang. Hij zegt: ?En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder die gelooft in Hem eeuwig leven zou hebben?. Geen enkel ander heilig voorwerp uit het oude testament was zo'n treffende voorafschaduwing van de gekruisigde Christus. Het is een oudtestamentische crucifix. En juist dit voorwerp wordt stukgeslagen. Geen enkel ander verhaal uit het oude testament vormt zo'n treffende illustratie bij de kern van het evangelie: dat God de wereld zo liefhad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren zou gaan, maar eeuwig leven hebben. En juist de herinnering aan dit verhaal wordt uitgewist.

Of wordt zij zo juist levend gehouden? Vervangt Hizkia de omgang met het dode teken door de omgang met de levende Heer? Ruimt hij het teken op om de aandacht van het volk weer op de zaak waar het teken voor stond te richten? Ik denk dat het zo is. Want waar stond dat teken voor? Laten we, om die vraag te beantwoorden, terugbladeren in de Bijbel naar het moment dat die koperen slang gemaakt werd: Num.21,4-9.

Het volk Israël had net een teleurstellende ervaring te verwerken gekregen. Ze waren het beloofde land bijna genaderd. De snelste manier om er te komen was via het land van de Edomieten. Maar Edom weigerde zijn broeder Israël de doortocht. Dus waren de Israëlieten gedwongen een geweldige omweg te maken. Er staat zelfs dat ze opgebroken waren in de richting van de Schelfzee om om het land Edom heen te kunnen trekken. De Schelfzee, daar waren ze vlak na de uittocht uit het land Egypte al doorgetrokken. Toen ze meenden dat de intocht in het beloofde land aanstaande, waren ze dus in feite terug bij af. Stel je voor dat je meedoet aan een wielerwedstrijd, je verwacht elk ogenblik het doek ?finish? boven de weg te zien hangen en er hangt een doek met ?start?. Dan zakt de moed je toch in de schoenen?

En het volk sprak tot God en tot Mozes: ?Waarom hebt gij ons uit Egypte gevoerd? Om te sterven in de woestijn? Want er is geen brood en geen water en van deze flauwe spijs walgen wij?. Wat eerst manna heette, heet nu flauwe spijs. Daaruit bleek dat de Israëlieten zich er niet meer over verwonderden hoe goed God in de woestijn eigenlijk voor hen zorgde. Want ?manna? betekent letterlijk: wat is dit? Het is een uitroep van verbazing. Maar ze verbaasden zich er blijkbaar allang niet meer over dat het elke dag brood uit de hemel sneeuwde. Dat schoot God in het verkeerde keelgat en Hij zond vurige slangen onder het volk, d.w.z.: slangen waarvan de beet brandde als vuur. En velen van Israël stierven. Daarop kwam het volk tot Mozes en zei: ?Wij hebben gezondigd, want wij hebben tegen de Here en tegen u gesproken. Bid tot de Here, dat Hij de slangen van ons wegdoe?. Toen bad Mozes ten gunste van het volk.

De Here verhoorde het gebed van Mozes echter op een bijzondere manier. Hij maakte niet meteen ieder die door zo'n vurige slang gebeten was beter, maar gaf Mozes de opdracht zo'n vurige slang na te maken van koper en op een staak te plaatsen. Hoe die koperen slang er precies uitgezien heeft weten we niet. Misschien leek hij wel op ons doktersteken. U weet wel: een stok waar een slang omheen kronkelt. Esculaap noemen we zo'n ding. Nu is dat symbool niet ontleend aan de geschiedenis van Num.21, maar aan de Griekse mythologie. Daarin heet de god van de geneeskunde Asclepius. Hij wordt afgebeeld als een vriendelijke man die leunt op een staf waaromheen zich een slang kronkelt. De slang was in het oude oosten een symbool van de zich steeds weer vernieuwende levenskracht. De slang vervelt namelijk met de regelmaat van de klok. Dan laat hij zijn oude vel achter, en kruipt met een nieuwe huid verder. De slang is dus in het oude oosten een positief symbool, dat staat voor het eeuwige leven.

Maar zo is het in de Bijbel niet. Daarin is de slang al van den beginne de belichaming van het kwade. Het is geen symbool van het eeuwige leven, maar van de eeuwige dood. Zo ook in de geschiedenis van Num.21. Het feit dat God slangen stuurt is daarin geen zegen, maar een vloek. De koperen slang die Mozes moest maken is dus niet in de eerste plaats een symbool van genezing, maar een uitbeelding van de straf die het volk verdiend had. Slechts als ze zich ervan bewust waren dat ze straf verdiend hadden, zouden ze genezing ontvangen. Alleen wie zijn schuld onder ogen zag, werd beter. Daartoe riep Mozes het volk dan ook op: ?Let niet op de slangen die je bijten, maar kijk er overheen, zie op deze koperen slang. Want wie gebeten is en hiernaar kijkt, die zal in leven blijven?. Ook al kon je zo in een oogwenk genezen worden, het vereiste wel moed om de blik nu ook te slaan op die koperen slang en niet starogend naar de slangen te blijven kijken die bij je benen omhoog kronkelden. Het vereiste durf om de confrontatie met je eigen zonde aan te gaan en te erkennen dat de dingen die je plaagden geen lot waren maar schuld. Ja, het vereiste geloof dat je alleen zo weer beter zou kunnen worden.

Nu, met deze koperen slang vergelijkt Jezus Zichzelf, als Hij tegen Nicodemus zegt, en over Nicodemus heen zegt Hij het ook tegen ons: ?Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder die gelooft, in Hem eeuwig leven zou hebben?. Jezus als de verhoogde slang: een teken van leven? Nee, niet direct. Wie door de dingen van dit leven heen op de gekruisigde Christus ziet, die ziet een vervloekte. De zondeloze die tot zonde gemaakt is (2Kor.5,21). De Zoon als slang. Gods metgezel (Gez.19:3) door God behandeld als zijn tegenstander. God die tegen zijn eniggeboren Zoon zegt: ?Ga weg, achter Mij, satan!? (vgl. Mt.4,10 (M); 16,23) Wie door de dingen van dit leven heen op de gekruisigde Christus ziet, die wordt ook geconfronteerd met zichzelf. Dit is mijn schuld. Dit had ik verdiend. Maar door die confrontatie aan te gaan, door tot deze erkenning te komen, word je juist van schuld en straf bevrijd.

Ga die confrontatie dan aan, broeders en zusters. Hoe de schijn niet langer op en ontdek aan de voet van het kruis van Jezus Christus hoe het er in werkelijkheid met je voorstaat. Zo goed doe je het dus in Gods ogen. Zo zou het volgens Hem met jou moeten aflopen. Maar door zo de feiten onder ogen te zien is er vergeving voor je en genezing. Je mag weer moed vatten: Ik zal niet sterven, maar leven? (Ps.118,17a).

Als je door de bomen het bos niet meer kunt zien, zie dan op het kruis van Christus: de boom des levens. Als de problemen je boven het hoofd groeien, staar je er dan niet blind op, maar kijk er doorheen. Zie dwars door alles heen de gekruisigde Christus ook voor jouw zonden lijden en sterven. Dan weet je dat de dingen waar je onder lijdt je niet overkomen omdat God zijn handen van je heeft afgetrokken, maar dat in die dingen God zijn handen naar je uitstrekt. Hij laat je niet los, maar houdt je juist vast. Wanneer je het zo kunt zien, als je de dingen kunt beleven vanuit het kruis van Christus, dan ervaar je de moeilijk dingen van dit leven niet langer als een vloek, maar als een zegen. Omdat je in die dingen je hemelse Vader ontmoet.

De koperen slang: een heerlijk symbool van een heerlijke werkelijkheid. En toch sloeg koning Hizkia hem aan diggelen. Omdat de Israëlieten gewoon waren daaraan te offeren. Het was voor hen geen symbool meer, maar de werkelijkheid zelf. De koperen slang was door God bedoeld als een middel om zondaren te confronteren met de straf die ze verdiend hadden. Slechts als ze hun schuld onder ogen gezien hadden was er genezing mogelijk. Genezing was dan ook je reinste genade. Niet krijgen wat je verdiend had: de dood, maar het tegenovergestelde: het leven. Maar de Israëlieten zagen niet meer de levende God achter het dode symbool staan. Het symbool was zelf god geworden. Een soort mascotte die een gezond leven garandeerde. Dat gezonde leven was geen genade. Ze hadden er recht op, meenden ze. Ze brachten immers offers aan Nechustan? Voor wat hoort wat.

Primitief? Dat staat nog te bezien. Want wat doet het kruis van Jezus, de verhoogde slang, met u? Bent u er in gedachten wel eens voor gaan staan? Is het wel eens door u heengegaan: ?Hier heb ik het naar gemaakt? Dit is mijn schuld?? Of is Hij ook voor u in feite versteend tot crucifix? Is Hij degene die in een grijs verleden voor de zonden gestorven is? Is Hij misschien zelfs degene die u het alibi geeft om in de zonde te blijven liggen? Dan moet ook dat denkbeeld in gruzelementen geslagen worden.

Want, broeders en zusters, Jezus is niet iemand van vroeger, maar van nu. Hij is niet dood, Hij leeft. Hij is de Opgestane. Maar Hij is de Gekruisigde gebleven. De apostel Johannes ziet het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt (Joh.1,29) in de hemel staan als geslacht (Opb.5,6). Je kunt nog steeds zien dat het gekeeld is. Wanneer ik u oproep in gedachten voor het kruis van Christus te gaan staan, dan vraag ik niet om twee minuten stilte voor het herdenken van een dode die eens zijn leven gaf voor onze vrijheid. Maar dan nodig ik u uit tot een ontmoeting met een levende persoon, wiens wonden in zijn handen, zijn voeten en zijn zij nooit weer over gaan. Onze zonden blijven Hem pijnigen. Ze zijn als zout in zijn wonden. Vraag hem dan om vergeving, als u Hem weer pijn gedaan hebt. Maar twijfel er tegelijk niet aan of u die vergeving wel zult ontvangen. Want door zijn striemen is ons genezing geworden (Jes.53,5b). Zolang zijn wonden niet genezen, is er voor u vergeving van uw zonden en genezing van uw wonden. Zie dan op naar Jezus, de Gekruisigde, wiens wonden u toefluisteren: van harte beterschap!

Amen.

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter