| |
Dokter, wat is er nu eigenlijk mis met ons? (Genesis 3: 1-11)
Preek afkomstig van Ds. v Eerden van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Zuidhorn.
Liturgie
Lezen: Genesis 3:1 t/m 11
Marcus 10:17 t/m 27
|
|
|
|
|
Preek
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Het thema van de preek is
'Dokter, wat is er nu eigenlijk mis met ons?'
en het is de bedoeling dat we drie vragen gaandeweg leren beantwoor-den:
1. wie is d? Dokter voor ons?
2. wat is het allerbelangrijk-ste voor ons?
3. wat blijkt dan bij ons?
Ik lees met u: zondag 2.
Stel, je ligt in het ziekenhuis. En je bent de enige niet. Ik denk, dat je dan wel wilt we-ten waar?m je in het ziekenhuis ligt. Waar-om je geopereerd moest worden. Wie je dokter is. Wat voor hoop de dokter heeft voor je toekomst.
Het is vervelend dat je wel ziek bent, je misschien aardig goed voelt, maar dat je niet weet wat je onder de leden hebt.
Wat doe je dan?
Vraag je het je buurvrouw op de zaal? Zou zij er verstand van heb-ben?
Misschien weet je beste vriend het wel, die heeft zoveel levenserva-ring.
Nou, mocht je in het ziekenhuis liggen, dan zul je ongetwij-feld al je vragen over jezelf stellen aan je dokter. Aan de arts die jou ge-opereerd heeft, die jou nu nog be-handelt. Hij alleen kan het weten.
En dus ga je het je dokter vragen!
'Dokter, wat is er eigen-lijk mis met mij, dat ik hier geope-reerd moest worden en nog steeds on-der uw behandeling ben?'
En de dokter, hij vertelt. En zo weet ik dan wat er met mij aan de hand is.
Ik was doodziek. Er moest een won-der gebeuren om weer beter te wor-den. Toen heeft de dokter voor mijn leven ge-vochten. En de opera-tie is geslaagd. De dokter is zeer tevre-den.
En hoe is het nu, dokter?
In principe ben je gene-zen, zegt hij. Alleen, je kwaal moet nog verder afsterven in je lijf en leden. Je hebt in dit leven nog allerlei oefeningen en een speciaal dieet no-dig.
Ik ontsla je nog niet van mijn doktersbe-han-de-ling. Maar het gaat de goede kant op.
Je kunt helemaal op mij vertrouwen. Ik kan je voor de volle 100% verze-keren, dat het goed komt met je.
---
Nu, dat laatste zal geen dokter in welk ziekenhuis ook ooit zeggen. Er zijn altijd gevallen, waar de beste arts geen antwoord op heeft. Dokters ken-nen helaas ook hopeloze geval-len. En ten lange leste staat ook een dokter niet veel meer te doen dan het overlijden van een pati?nt vast te stellen.
Er is een Arts, een Dokter, Die Zich hele-maal heeft gegeven. Hij heeft met Zijn leven gevochten voor het leven van zijn pati?nten, ook als zijn pati?nten nog moeten sterven. Een geniale Ge-neesheer. De enige eigen-lijk. Die geneest voorbij het sterven!
Zijn naam is Jezus. En dat betekent: de Here redt. God ge-neest.
De bij-bel is er vol van. Hier draait Gods Woord om: er is maar ??n naam waardoor wij gered kunnen worden, en die naam is Jezus Chris-tus, Gods Zoon, Die mens werd.
Jezus Christus die gekrui-sigd werd, gestorven is en begraven ... en opge-staan uit de doden.
Bij die Dokter zijn wij nu op het spreekuur, om zo te zeggen.
Van Hem leren wij wat er mis is met ons mensen!
Zullen we zo de vragen dan gaan stellen? Niet zomaar in het wilde weg. Niet met een heleboel vooroordelen. Maar gewoon zoals je bij je dokter bent die jij volkomen vertrouwt. Nu, zo leren we in de kerk vragen stellen.
Kijk, en met zondag 2 leren we doorvragen. Nogmaals: niet hulpeloos. Maar met onze Dokter Jezus Christus als onze Raadsheer.
Zijn naam wordt ook ge-noemd in deze les: Chris-tus. 'Christus leert ons dat kennen in een sa-men-vatting, Matthe?s 22:37-40'.
En die Naam hebben we in Zondag 1 van de catechismus al eerst moeten leren. Om te be-gin-nen moet je je hele leven en ster-ven vasthou-den: 'dat ik helemaal van mijn trou-we heiland Jezus Christus ben.'
Waarom ben ik van mijn trouwe redder Jezus Christus? zou je mogen vragen. Dan is het ant-woord: 'Hij heeft namelijk voor al mijn zonden volko-men betaald.'
En Hij heeft mij uit de slavernij van de duivel verlost.
En mijn trouwe Arts Jezus Christus bewaart en ver-zorgt mij in nauwe samenwerking met God, Zijn Vader; alles moet dienen tot mijn heil en genezing.
Daarom heeft Hij ook zijn Therapeut ge-stuurd, de Heilige Geest. Die over-tuigt mij van het eeuwige leven.
En zo maakt Christus mij nu al bereid om voort-aan voor God en Chris-tus te leven.
De bedoeling van zondag 2 is: we vragen door op dat goede bevrij-dingsnieuws van zondag 1!
Want de Heiland van de wereld ?s versche-nen. En Hij heet niet voor niks: Jezus. Want -en dat stond voor en bij zijn geboorte al vast. Hij is het Die zijn volk redt van de zonden!
En Hij heeft ons gered nog voordat wij erom vroegen. We worden voor een voldongen feit geplaatst - om zo te zeggen.
Net als gevange-nen, die plotse-ling door hun vrien-den werden bevrijd zon-der dat ze erom ge-vraagd hadden.
Z? komt de boodschap vandaag naar ons mensen toe: hier is uw Redder en Heiland Jezus Chris-tus! Hij is gekomen om u te redden van al uw zonden!
---
Hoezo zonden? Precies, daar moeten we nu over doorvragen!
En dat kan Jezus Christus het beste vertel-len!
Hij kan de juiste diagnose stellen. Hij be-schikt over het beste meetappa-ratuur, dat onze diepste roerse-len bloot-legt.
En de eerste belangrijke vraag is: nu Jezus geko-men is om ons mensen te redden, hoe komen we er-ach-ter wat onze ellende dan is? Waar moe-ten we eigen-lijk van gered worden?
Kijk maar in de krant, zegt iemand, al die onge-lukken.
Kijk maar naar het journaal, al die rampen.
Ga maar es naar een ziekenhuis, een revali-datie-centrum, een inrichting, daar kom je een hoop ellende tegen.
Denk aan de gebroken gezinnen, de hopelo-ze relaties.
Lees een boek over oorlogen. Vrij recent kwam een boek uit, een autobiografie over het overleven in een concentratiekamp.
Hoe komen we erachter wat onze ellende is. Dat lijkt een overbodige vraag. Alleen, we zijn te vergelijken met pati?nten, die koorts hebben. Die koorts kun je meten zelfs.
Maar ... koorts is wel een signaal, maar niet de eigenlijke kwaal! Het zelfde geldt van geelzucht. Je ziet geel, maar je hebt wat anders! Ja, het kan zelfs zo zijn, dat jij je hele-maal n?et ziek v?elt, maar dat je wel levensgevaarlijk ziek b?nt.
Kijk maar mee in het diepgaande onderzoek. Dan besef je eens temeer hoe serieus de opera-ties zijn die Jezus Christus uit-voert. Dan besef je eens temeer waar Jezus ons van bevrijd.
Hoe meet ik nu mijn ellende? Met de wet van God. 'De wet doet zonde kennen', staat er ergens heel kort in de bijbel. Hoe dan?
Dat leert Christus.
Onze Redder heeft eens onomwonden aangegeven wat het allerbe-lang-rijkste is voor ons mensen. En dat is: de Here, uw God liefheb-ben met heel uw per-soon en uw naas-te liefheb-ben als u zelf.
Christus houdt ons hier bij de hand. Inder-daad, onze trouwe Heiland Jezus Christus. Die zijn leven al voor mij gegeven heeft. Die voor al mijn zonden al gestorven is.
Weet u wat wij moeten? Onze God liefheb-ben, helemaal. En tegelijk onze naaste me-demens.
Daar draait alles om in de wet en de profe-ten. Daar gaat het God om. Dat is nu heil-zaam. Dat is gezond zijn: als je zo bent en zo doet. Je God lief-heb-ben, en je naaste liefhebben.
Dat is mooi: je moet de Ander liefhebben, hoog- hebben, respecteren. God en ook je naaste. Dat maakt voor God eigenlijk geen verschil. Dat gaat samen op zelfs: je God liefheb-ben en je mede-mens.
Hen liefhebben. Met heel je persoon: God. Net als jezelf: je naaste.
Met al je hersens God, met al je mogelijkheden de HEER, met heel je wezen je Schepper, met heel je hart je God, Die jou zo bijzonder heeft gemaakt.
En je naaste, is die medemens dan zo bijzonder? Ja, en je kunt afgaan op jezelf. Je naaste moet je liefhebben, respecteren, hoog hebben als jezelf. In de regel zorgen we goed voor ons-zelf.
Wat is er nu mooier dan diezelfde zorg ook beste-den aan je naaste medemens!
Wat gij wilt dat u geschiedt, doe het ook de an-der!
Als iedereen dat doet, u bemerkt: dan is het leven goed! Dan is de wereld gezond! Als iedereen God liefheeft en zijn naas-te!
Letterlijk zegt Jezus: in deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten, hangt heel Gods Woord dus. In deze geboden hangt Gods bood-schap. Zoals een deur in de hengsels draait.
---
Het is opmerkelijk dat we onze ellende leren zien niet in de rampen, die mensen overko-men. Maar in de zonde, in onze ?nge-hoorzaamheid.
Want gelijk wordt ons gevraagd: kun jij Gods wet, dit alles, die liefde aan God en je naaste medemens volbrengen?
En dan is het antwoord heel eerlijk. Nee, want naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten.
Nee: ik hoef niet zeggen, dat ik mijn God en mijn naaste ook met-terdaad en altijd haat. Maar het scheelt niet veel. Diep in mijn hart ... ben ik bereid om God te negeren, om mijn mede-mens te negeren.
Het liefst stel ik mijn eigen regels op. Doe ik dingen, waar ik God even niet mijn God laat zijn. Bedenk ik dingen, die mij wel, maar mijn mede-mens niet direct voordeel opleve-ren.
Stel, dat je bij het afrekenen in de winkel teveel geld terug-krijgt, zeg je het dan? Wil je altijd en overal alle verkeers-regels in acht nemen en je er aan houden? Vind jij het recht-vaardig dat je me-demens ietsje meer krijgt dan jij, ook al kun jij zeker nog wel met nog minder toe, dan je hebt? Houd jij je aan al je beloften die jij je medemens hebt ge-daan? Doet u uw werk altijd met positieve motieven, of zit er vaak toch ook wel bij jou jaloezie achter?
Die man die zijn gruwelijke belevenissen in het concentratie-kamp beschreven heeft, heeft bij zich-zelf ontdekt hoe hij 'uit een gegoede bourgeois-fa-milie uiteindelijk verandert in een nagenoeg gewe-tenloze man'. Hij heeft de drang om te overleven - zelfs ten koste van iemand anders. En hij komt tot de con-clusie: de mens is een beest.
Maar is deze conclusie terecht?
En toch ... Wil jij je God eren met al je krachten, al je her-sens, al je mogelijkheden, al je geld, al je bezit, heel je persoon?
Wil jij je medemens respecteren, hem tot zijn recht laten komen en hem ook wel eens een keer vriendelijk corrigeren?
Wie doet dat eigenlijk?
Nee, we zijn niet de hele dag geweldig kwaad op God en de hele week ziedend op onze medemens, maar diep van binnen ...
Zijn we ertoe geneigd om altijd en overal vol-strekt rekening te houden met onze God en onze naaste? Of rekenen we eerst naar onszelf?
Slaat de Here Jezus de plank mis? Hij is de Red-der van onze zonden!
Bent u beter dan de catechismus voordoet?
Valt het wel mee met jou, met u?
Gij zult de HERE, uw God liefhebben, volle-dig respecteren. Hij is uw God, Die bij u hoort, Die u liefheeft.
En zo was het al in het paradijs. Dat grote respect voor onze God konden de mens en zijn vrouw laten zien door gewoon niet van die ene boom te eten, die God voor Zichzelf gehouden had. Mag het?
Toch deed de vrouw het, deed de man het. Zij gehoorzaamden God niet meer volledig. Zij had-den Hem niet meer lief met heel hun persoon. Ze hielden even geen rekening met Hem.
En toen Adam en Eva God genegeerd hadden, gingen ze zich voor Hem generen. De mens ging zich ver-stoppen toen God op be-zoek kwam.
Ze wilden even niet met God te maken hebben, hadden genoeg aan zichzelf.
Jazeker, de mens ervoer zijn ellende. Wat een ramp: hij voelde zich naakt en durfde zich niet voor God te vertonen.
Maar God stelt de diagnose. Hij vraagt door. En weet u welke conclusie God laat trekken? Heb je van de boom gegeten, waar-van Ik je verbo-den had te eten?
Met andere woorden: je ellende ken je niet uit je schaamte (dat is een symptoom) maar uit de over-treding van Mijn gebod! Dat wij kleren aanhebben vandaag bewijst dat we eigenaardige mensen zijn. Ten diepste: ongehoorzaam aan God!
Liefhebben, uw God liefhebben, dat ene woord laat Christus weer horen. Mensen, daar gaat het om!
Nou, dacht een vrome man, volgens mij doe ik dat al. Ik zou niet weten wat er met mij nu eigen-lijk mis is. En hij ging het de Redder van de mensen vragen.
Jezus vond hem zeer sympa-thiek en zei: 'je moet alles wat je hebt, verkopen; en de opbrengst geef je aan de armen; je zult een schat in de he-mel hebben; en volg Mij; dat is alles wat je nog mist'.
Maar dit was hem teveel! En we begrijpen: niet omdat hij niet verkopen kon, maar om-dat hij diep van binnen niet verkopen wilde!
Zeg nou zelf: er is niet veel energie voor nodig om iets te geven wat je hebt. Heb je tien gulden, dan kun je die geven. Een kwestie van je portemonnee opendoen en een tientje pakken. Een bankcheque is misschien nog eenvoudiger. Ik bedoel maar: die man hoefde geen tien rondjes hardlopen ...
Uw naaste moet u liefhebben als uzelf. Wat is dat moeilijk als het ook geld kost, een rib uit je lijf.
Helder licht schijnt in het hart van de mens. In-eens zie je de strepen op je ramen, de stof-deeltjes warrelen in je kamers. Terwijl het bij schemer zo schoon leek in je hart. Zo stofvrij scheen in je binnenste.
't Is goed dat Christus Jezus Zelf ons mensen ontdekt aan onze zonden. Aan onzen tekorten, aan onze schul-den.
Beschamend. In ons mensen sluimert vuur, dat pre-cies tegen-over-gesteld is aan liefheb-ben. Haten kunnen wij veel beter. Als God geen rem op ons zet, als Christus ons niet redt. Dan negeren wij mensen God helemaal. Dan trekt onze medemens wat ons betreft altijd aan het kortste end.
Precies. En Christus Jezus is het, Die men-sen alleen maar kan redden. Tot op de bodem van onze ellende. Hij heeft heel goed doorgehad waar wij aan geopereerd moesten worden.
Hij heeft met zijn bloed volkomen bet??ld voor onze zonden, onze ongehoorzaamheid, onze ei-gengereidheid, onze liefdeloos-heid.
Wat een mens niet kan, kan Gods Zoon wel. En het is Chris-tus die u en mij bereidwillig kan en wil maken. En Hij doet het ook.
Heel aangrijpend is de belijdenis van de Here Jezus Christus ge-weest: 'Zij hebben Mij zonder oorzaak gehaat'.
En toch heeft Christus Jezus juist voor zulke men-sen Zijn liefde bewezen. Hij wil ons mensen red-den zodat we weer hele-maal voor God leven en voor onze naaste.
Die kant ga je op, als je Christus Jezus volgt, mensen. Niet omdat je dat helemaal op eigen houtje zou kunnen.
Je enige hou-vast is de Dokter Jezus Christus. Bij Hem moet een mens onder behandeling blijven.
Amen
|
|
|
|
|
Kopieerrechten:
© copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig. | |
|