Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

God geeft de gelovige bidder ruimte in benauwdheid. (Daniël 6: 11-12)
Preek afkomstig van Ds. H.J. Boiten van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Zaltbommel.

       

Liturgie

Psalm 42 : 1, 2 en 5

Psalm 141 : 1, 2, 3

Schriftlezing: Dani?l 6

Psalm 118 : 2, 3

Tekst: Dani?l 6 : 11 - 12

Gezang 34 : 2 en 3

Psalm 103 : 3, 5, 9

Preek

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

De Here Jezus heeft gezegd, in Mate?s 10:28: ?Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden.? Dat was die keer dat Hij de twaalf discipelen uitzond door het land om zijn komst aan te kondigen. Hij zei toen tegen zijn discipelen: Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven. Ze kregen van Hem de opdracht om zijn boodschap te verkondigen in het land, maar veel mensen zouden die boodschap niet willen horen. Ze wilden juist voorkomen dat zij ermee verder gingen. Het is zelfs zo, zegt de Here Jezus, dat ze allemaal gehaat zullen worden, omdat zij discipelen van Christus zijn. De haat zal zo groot zijn, dat niemand eraan ontkomt.

Dat is niet erg bemoedigend, als je op pad gestuurd wordt. Dat is niet erg bemoedigend als de Here Jezus dezelfde boodschap ook later weer geeft aan zijn apostelen en aan heel de kerk. Dat heel de wereldgeschiedenis door volgelingen van Jezus gehaat zullen worden.

Maar maak je daar nou maar niet bezorgd over, zegt de Here Jezus dan ook, hier in Matte?s 10. Want die mensen kunnen niet veel. Ja, ze kunnen je doden. Maar wat ze doen, dat is dan niet veel meer dan alleen maar je lichaam doden. Terwijl de Here Jezus nou juist gekomen is om erop te wijzen dat er meer is dan alleen maar het lichaam. De Here Jezus is gekomen om ons het eeuwige leven te geven. Verlost van de dood. Verlost van de zonde.

En daarom weten wij, dat er veel meer is dan het leven dat we hier op aarde zien. We geloven toch ook dat als iemand die in de Here gelooft, sterft, dat hij in de hemel is. Hij leeft verder bij de HERE in de hemel. Al is hij niet meer op aarde.

Nou zegt de Here Jezus: weet dan dat de mensen hier op aarde je lichaam dan wel kunnen doden, maar je ziel niet. Al doden ze je lichaam, dan nog blijf je leven. Al is het niet hier op aarde, je leeft dan verder in de hemel! Dat kan geen mens je afnemen! Dat kan alleen God je afnemen.

Vertrouw daarom op God. Laat je niet bang maken door mensen, die je niet veel kunnen doen. Vertrouw op God, die voor je zorgt. Want zelfs als de mensen je lichaam dood maken, dan nog mag je weten dat de HERE voor je zorgt. De HERE, onze Vader in de hemel, zorgt zelfs voor de mussen. Die vele, vele mussen, die kleine, onbetekenende vogeltjes. Hij zorgt nog veel meer voor zijn kinderen, de gelovigen. En het kan best zijn dat God op een gegeven moment toelaat, dat je hier op aarde gedood wordt. Dat mensen je doden. God kan dat toelaten. Maar als God dat toelaat, dan betekent dat gelijk ook dat God er een bedoeling mee heeft. En dat het zo goed is. Dat het ook voor jezelf goed is. En daar moet je op vertrouwen.

Je moet dus heel goed weten dat je hier op aarde wel kunt sterven. En dat mensen je kunnen doden. Maar dan ben je niet echt dood. Het echte leven, het eeuwige leven, dat kan alleen God je geven. En dat kan alleen God je afnemen. En daarom is het veel belangrijker om God te kennen en Hem lief te hebben, dan te doen wat mensen willen. Als je op God vertrouwt, dan is het goed. Wat de mensen ook doen. En op God vertrouwen, daarvoor is het nodig dat je bidt. Bidden is nodig! Heel hard nodig! Bidden, dat is omgaan met God! Praten met God! En dat is zo belangrijk dat je het nooit kunt missen. Dat zien we ook bij Dani?l, die in de leeuwenkuil gegooid wordt, omdat hij toch ging bidden.

Dani?l weet ook heel goed dat hij zonder het gebed niet kan leven. Hij kan het gebed niet missen. Hij wil per s? met God omgaan, met God praten. Hij wil dat zelfs geen dertig dagen missen. Ook al kost het hem zijn leven. Zonder met God om te gaan, verliest hij zijn eeuwige leven. Het samen leven met God vindt hij veel belangrijker, dan het aardse leven. En daarom blijft hij bidden, ook als het van de koning niet meer mag. En hij verwacht dat God hem dan ook wel zal helpen, als de mensen het hem moeilijk maken.

Of God hem redt uit de leeuwenkuil, dat weet hij niet. Maar hij weet wel, dat wat er ook gebeurt, dat het tussen hem en God goed is. En dat is toch het allerbelangrijkste. Dan is alles goed voor hem.Wat er ook gebeurt. Dan maakt hij zich verder geen zorgen.

Thema:

God geeft de gelovige bidder ruimte in benauwdheid.

Omdat de gelovige bidder:

1. Zijn positie tegenover God kent:

2. Gods beloften kent:

3. De kracht van het gebed kent.

1.) De gelovige bidder kent zijn positie tegenover God.

Al die vooraanstaande lieden in het koninkrijk van de Meden en de Perzen waren ontzettend jaloers op Dani?l. Moet je die Dani?l nou zien. Dat is er één van die vreemdelingen uit Juda. Die buitenlanders. En h?j krijgt nou van de koning één van de belangrijkste posten van het land! Hij wordt één van de belangrijkste ministers van de koning. Hoe komt de koning daar nou toch bij. Belachelijk toch? Zijn het de buitenlanders die het hier voor het zeggen krijgen.

Nou, dat nemen ze natuurlijk niet. Ze zullen daar wel eens even een stokje voor steken. Is er in zijn verleden misschien niet iets te ontdekken, waarop ze hem kunnen pakken? één of ander schandaal?

Heeft hij niet een keertje een fout gemaakt, heeft hij niet eens een keertje met geld van de overheid een uitstapje gemaakt of iets leuks voor hemzelf aangeschaft? O, we kennen dat maar al te goed: proberen een zittende minister of zelfs een president ten val brengen, door in zijn verleden te gaan zitten wroeten.

Nou, dat is nou precies wat die vooraanstaande lui daar in het koninkrijk van de Meden en Perzen ook deden. Maar ze konden echt niets vinden. Dani?l was, om het zo te zeggen, brandschoon. Er was niets waar ze hem op konden pakken. Ten einde raad kwamen ze bij elkaar.

?We moeten toch echt iets verzinnen?, zo zeiden ze tegen elkaar, ?anders zal hij nog de baas over ons gaan spelen?. En al pratend kwamen ze tot het idee om dan maar iets te verzinnen om hem te pakken op zijn gewoontes. Hij doet niets wat tegen de wet ingaat. Maar als ze nou eens zelf een wet maken, waardoor hij vanzelf wel tegen de wet ingaat, dan hebben ze hem.

Maar dan moet het natuurlijk wel iets zijn wat hij absoluut nooit zal nalaten. Zelfs niet als er een wet tegen komt.

Ze gingen op zoek naar iets in Dani?ls leven, wat voor hem zo belangrijk was dat hij het nooit zou opgeven.

En er was één ding wat daar wel zo duidelijk naar voren kwam: Hij bidt elke dag minstens drie keer tot God. Dat is voor Dani?l zo belangrijk dat hij al het andere ervoor aan de kant zet. De dienst aan zijn God zal Dani?l nooit opgeven. Voor wat dan ook.

Nou, daar moet toch iets op te verzinnen zijn. Als ze hem nou verhinderen om zijn gewoonte om te bidden uit te voeren, dan hebben ze hem. Als hij het toch doet, kunnen ze hem aanklagen.

Meteen gingen ze naar de koning. O, daar is natuurlijk best wat moois van te maken. Daarmee kunnen ze de koning natuurlijk ook prachtig vleien.

?Koning,? zo redeneerden ze, ?U hebt het toch zo goed met ons volk voor. U bent toch zo'n goede koning. Dat blijkt in alles wat u doet voor het land. Nou willen wij u daarom ook eren. En het lijkt ons goed, dat er een wet uitgevaardigd wordt, waarin ook erkend wordt dat er niemand zo goed is voor het land als u bent. Het zou toch getuigen van ondankbaarheid als er nu nog iemand is, die zou ontkennen dat u niet goed bent voor het land. En daarom, als iemand één of ander verzoek heeft, wat voor verzoek dan ook, dan mag hij dat alleen aan de koning richten. U bent zo goed, u bent zo wijs, u bent zo machtig, aan wie anders zouden de mensen iets kunnen vragen, dan aan u? U bent haast goddelijk. Laat daarom een wet gemaakt worden waarin de mensen verboden wordt om iets te vragen aan wie dan ook, zelfs aan de goden. En wie het toch doet, die is zo ondankbaar, die moet daarvoor gestraft worden. Die moet voor de leeuwen gegooid worden.?

Nou, dat klinkt prachtig, dacht de koning. Hij was best wel op zijn eer gesteld en dit kwam hem goed van pas.

?Nou, koning,? drongen die mensen aan, als u het inderdaad ook zo prachtig vindt, schrijf het nu dan maar meteen op, dan hoeft u ook niet langer te wachten. Hier heeft u pen en papier. Hoe eerder die wet klaar is, hoe beter.? En zonder dat hij gelegenheid had er nog langer over na te denken, werd de koning haast gedwongen de wet op te schrijven en te ondertekenen.

Zo, dat was dat, dachten de ministers en staatssecretarissen. Nu zullen we Dani?l wel eens krijgen.

Tja, wat moest Dani?l nu?

Hij wist heel goed wat erachter zat, achter die wet.

Hij wist heel goed dat het hen erom ging om hem te pakken te krijgen. Ze waren jaloers op hem. Ze konden het niet hebben dat de koning hem min of meer als belangrijkste man over het hele land wilde aanstellen.

En nu zat hij wel voor een moeilijke keuze. Als hij nu door zou gaan met zijn gewoonte om elke dag tot God te bidden, dan zou het hem zijn leven kosten. Dat wist hij zeker. Die ministers zouden dan direct van de gelegenheid gebruik maken om hem bij de koning aan te klagen. En al was de koning hem dan nog zo gunstig gezind, de koning kon er toch niet aan ontkomen om de wet uit te voeren en hem ter dood te veroordelen.

Wat moest Dani?l doen?

Hij kon natuurlijk een geheime plaats opzoeken om daar te gaan bidden. En hij kon het doen op tijden dat hij toch niet gemist werd. Hij kon natuurlijk zijn gewoonten zo aanpassen dat niemand het meer merkte dat hij bad. Zo zou hij toch minister kunnen blijven. En God zou dan toch ook nog wel tevreden zijn?

Wat zou Dani?l doen? Zou hij zich er zo toch uit weten te redden? Of misschien op een andere manier?

Nee hoor, Dani?l dacht er niet eens over.

Hij dacht er niet eens over na, hoe hij zichzelf hieruit zou moeten redden. Dat was voor hem helemaal niet belangrijk.

De dienst aan de HERE stond voor hem boven alles. Bidden, drie keer op een dag, hij kon gewoon niet zonder. Dat zou hij nooit opgeven. Hij zou zelfs zijn gewoonten er niet voor veranderen. Als ze hem wilden pakken op zijn dienst aan de HERE, nou dan doen ze dat maar. Daar is hij niet bang voor. Er is niets wat voor hem zo belangrijk is, als zijn dienst aan de HERE. Het gebed, dat zullen ze hem niet afpakken. Nooit!

Waarom was nou eigenlijk het bidden zo belangrijk voor Dani?l? Zo belangrijk dat hij niet bereid was het één maand lang niet te doen? Waarom was het zo belangrijk dat hij zelfs zijn leven ervoor op het spel zette?

Dani?l dacht precies hetzelfde als wat de Here Jezus later tegen zijn discipelen zei: wees niet bang voor de mensen die wel je lichaam dood kunnen maken, maar niet je ziel. God is het alleen, die het te zeggen heeft over je ziel. Over je eeuwige leven. Daarom is het veel belangrijker dat je je zorgen maakt over je eigen verhouding met God, dan hoe de mensen over je denken.

Dani?l dacht: al maken die mensen mij dood, dan ben ik nog niet echt dood. Dan ben ik nog bij de HERE. En niets is er mooier dan bij de HERE te zijn! Daar ben ik niet bang voor.

Waar ik wel bang voor ben, dat is dat ik niet meer bij de HERE kan zijn. Ik wil graag bij de HERE zijn, en daarom bid ik elke dag. En elke keer als ik bid, dan ben ik bij de HERE. Dan praat ik met God en God luistert naar mij. Dat wil ik n??it missen. Geen dag! Dat wil ik zo graag, dat ik niet bang ben voor de leeuwen, in de leeuwenkuil. Dat ik niet bang ben voor die mensen die me dood willen hebben.

Als ik niet meer met God mag omgaan, dan kan ik ook niet meer leven. Dan ga ik dood van ellende.

En Dani?l wist: als ik niet meer met God omga, dan blijf ik hier op aarde misschien wel leven, maar dan raak ik mijn eeuwige leven kwijt. Dan blijft mijn lichaam nog wel een poosje leven. Maar ik ken God niet meer. En dat betekent dat ik straks, als ik sterf, ook het eeuwige leven niet meer heb.

Dani?l moest kiezen:

?f ik geef mijn omgang met de HERE op en ik blijf hier op aarde nog een poosje leven,

?f ik blijf bidden, en ik word dan vast en zeker gedood, maar dan mag ik wil eeuwig samen met God leven, in de hemel.

Voor Dani?l was het niet moeilijk wat hij moest kiezen. Hij bleef bidden. Ook al maakten ze het hem nog zo moeilijk. Het gebed, dat mochten ze nooit van hem afpakken. Dat liet hij zich nooit afnemen.

En wat de ministers verwacht hadden, dat deed Dani?l: hij ging gewoon door met bidden. Mooi, dachten ze, nou hebben we hem. Maar ze dachten er niet over na, waarom het gebed voor Dani?l zo belangrijk was.

2.)De gelovige bidder kent Gods beloften.

Dani?l bidt en hij blijft bidden, niet omdat het nou eenmaal een gewoonte is die hij koste wat het kost wil vasthouden. Ook niet omdat het bidden voor hem een gebod is, dat hij per s? wil naleven om daardoor iets anders te krijgen: het eeuwige leven of zoiets.

Nee, Dani?l blijft bidden omdat het bidden op zich voor hem alles is. Dat is: omgaan met God. Dat is: met God leven.

We lezen dat Dani?l in zijn bovenvertrek bad, met open vensters naar Jeruzalem.

Wat was er nou zo bijzonder aan Jeruzalem?

Daar stond de tempel. Vroeger, toen Gods volk nog in zijn land leefde.

In de tijd van Dani?l niet meer. Het volk was in ballingschap weggevoerd. Al bijna 70 jaar geleden. En de tempel was verwoest. Ook al bijna 70 jaar.

En toch blijft Dani?l bidden, met open vensters naar Jeruzalem. Hij is Jeruzalem niet vergeten. Hij is de tempel niet vergeten. Hij is de dienst aan God niet vergeten.

De dienst aan God die plaatsvond daar in Jeruzalem, in de tempel. De plaats die God had uitgekozen om zijn volk te ontmoeten. Om met zijn volk om te gaan en zijn volk te zegenen.

De tempel, waar elke keer opnieuw weer de verzoening plaatsvond van de zonden van het volk.

Maar dat was lang geleden. De eredienst aan God in Jeruzalem is opgehouden. Door de zonden, de ongehoorzaamheid van het volk. Het volk heeft zich van God afgekeerd. Het wilde niet met God omgaan. Het wilde niet tot God bidden. Het wilde niet door God gezegend worden. Dani?l heeft er groot verdriet over. Het doet hem pijn. En hij denkt nog steeds terug aan Jeruzalem. De stad van God, van zijn woning.

Maar het is niet zomaar heimwee, waardoor Dani?l speciaal open vensters aan de kant van Jeruzalem heeft. Het is niet uit een gevoel van nostalgie.

Maar het is om hem telkens opnieuw te herinneren aan Jeruzalem, omdat met Jeruzalem en met de tempel Gods beloften verbonden zijn.

Dani?l zal hierbij ook zeker gedacht hebben aan dat bekende gebed dat koning Salomo uitgesproken heeft bij de inwijding van de tempel. Honderden jaren geleden was dat.

We lezen dat in 1 Koningen 8:46-53. Laten we het eens met elkaar lezen:

46 Wanneer zij tegen U zondigen (er is immers geen mens die niet zondigt) en Gij op hen toornig wordt en hen overlevert aan een vijand, zodat men hen als gevangenen wegvoert naar het land van de vijand, ver of nabij,

47 wanneer zij het dan ter harte nemen in het land waarheen zij weggevoerd zijn, zich bekeren, en tot U smeken in het land van wie hen weggevoerd hebben en zeggen: wij hebben gezondigd, ongerechtigheid bedreven en goddeloos gehandeld,

48 wanneer zij zich dan tot U bekeren met hun gehele hart en hun gehele ziel in het land hunner vijanden die hen weggevoerd hebben, en wanneer zij tot U bidden in de richting van het land dat Gij hun vaderen gegeven hebt, van de stad die Gij verkoren hebt, en van dit huis dat ik voor uw naam gebouwd heb,

49 hoor dan in de hemel, de vaste plaats uwer woning, naar hun gebed en naar hun smeking en verschaf hun recht.

50 Vergeef uw volk hetgeen waarin zij tegen U gezondigd hebben, en al hun overtredingen die zij tegen U begaan hebben, en geef hun barmhartigheid bij degenen die hen weggevoerd hebben, zodat zij zich over hen erbarmen,

51 want zij zijn uw volk en uw erfdeel dat Gij uit Egypte hebt geleid, midden uit de ijzeroven.

52 Laten dan uw ogen geopend zijn voor de smeking van uw knecht en voor de smeking van uw volk Israel, en hoor naar hen, zo dikwijls zij tot U roepen,

53 want Gij hebt hen U ten erfdeel afgezonderd uit alle volken der aarde, zoals Gij gesproken hebt door de dienst van uw knecht Mozes, toen Gij onze vaderen uit Egypte hebt geleid, Here Here.

In vers 48 spreekt Salomo al over de wegvoering en over het feit dat ze vanuit het land waarheen zij weggevoerd worden, bidden in de richting van Jeruzalem en het huis dat God uitgekozen heeft.

En daarbij ook de bede of God dan naar hun smeking wil horen.

En Dani?l weet dat God hoort. Al is de tempel verwoest. Vanwege de zonden van het volk. Al is Jeruzalem verlaten, vanwege de ongehoorzaamheid van het volk. Ook al is de dienst aan de HERE totaal kapot gemaakt, door de onwil van het volk.

Toch weet Dani?l: God bl?jft in zijn liefde roepen. God bl?jft het volk toeroepen: bekeer je tot Mij, bid tot Mij en dan zul je leven! Kom terug naar Mij! De profeten staan vol van die oproepen tot bekering. Tot terugkeer. Omdat God telkens opnieuw in zijn grote liefde het volk terug wil trekken.

Het was nodig dat Hij het volk strafte. Het volk wilde niet naar hem luisteren.

Het volk wilde niet meer tot Hem bidden. En na eeuwenlang geduld was het echt nodig dat God hen strafte en in ballingschap liet wegvoeren.

Maar Dani?l weet: ook in de ballingschap, in de toorn van God over het volk, is het zijn liefde die het volk weer terugroept. Ook in de benauwdheid die God over het volk doet komen, is het zijn liefde, die het volk daardoor weer wil leren bidden.

En Dani?l weet het: ook al heeft zijn volk God de rug toegekeerd, God wacht nog steeds op zijn volk. God wacht tot het zich omkeert en weer tot God bidt. Want het is toch Gods volk. En God is uit op het behoud van zijn volk.

En dat is het wat Dani?l belijdt door voor het open venster naar Jeruzalem te bidden.

God is trouw. Hij houdt vast aan zijn beloften.

Beloften van heil en zegen, van verzoening en van leven.

En daar doet Dani?l een beroep op. Op de beloften die God aan zijn volk gegeven heeft.

Want Dani?l weet ook: al ligt de tempel in puin, God Zelf is daar niet van afhankelijk. Ook nu het volk van God ver weg is, in het vreemde land, Babel, ook dan hoort God zijn volk, wanneer het roept en tot Hem smeekt.

God kan ook dan het volk blijven roepen en hen zijn beloften blijven voorhouden, omdat die beloften niet afhankelijk zijn van de tempel. God Zelf weet dat zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, dat Hij de vaste grond is van al Gods beloften. De Verlosser, waar heel het O.T. al naar vooruit wees. En daarom kon God ook in het O.T. al zijn volk zelfs in de ballingschap toch weer zijn beloften voorhouden en zijn liefde tonen. Ook al was de tempel verwoest.

Juist die verwoeste tempel is des te meer een app?l op het volk van God. Het is Gods toorn dat het volk in ballingschap ging. Vanwege zijn eigen ongehoorzaamheid. Maar juist in zijn toorn brengt God zijn volk in de benauwdheid, om het weer te leren bidden. Om het volk dat zich van Hem afkeert, weer terug te doen keren.

Dani?l bidt, omdat God roept. Jeruzalem dat verwoest ligt, is voor hem de aanhoudende roep van God. En Dani?l blijft bidden, omdat hij Gods roep niet onbeantwoord wil laten. Ook niet als hij daarvoor zijn leven dreigt te verliezen. Hij kan het niet over zijn hart verkrijgen om God te laten roepen, zonder Hem te antwoorden. Al is het maar voor 30 dagen. Hij verlangt naar God, juist daar in het land Babel, waar hij ver van de plaats die God heeft uitgekozen vandaan is. Hij wil graag naar God toegaan. Elke dag weer.

En juist deze aanslag van deze vooraanstaande lieden op Dani?l zal zijn gebed des te vuriger en dringender gemaakt hebben. Omdat Dani?l heel goed beseft dat het de satan is, die zo probeert de laatste bidders uit te schakelen.

De satan lacht, omdat de plaats van gebed, Jeruzalem, verwoest ligt.

Maar tegelijk beseft de satan dat zeventig jaren ballingschap bijna om zijn. En wil hij het volk in Babel houden, dan moet hij zorgen dat er geen bidders meer zijn. Dat er niemand is die antwoordt op de roepstem van God. En juist Dani?l is één van de belangrijkste bidders. Daarom valt hij juist Dani?l aan.

En Dani?l beseft dat. Als ze hem het zwijgen opleggen, als hij bezwijkt onder de druk, wat zal er dan terechtkomen van de terugkeer uit ballingschap?

Want ook Dani?l weet dat de zeventig jaren bijna ten einde zijn.

Wat hier beschreven wordt vindt plaats in dezelfde tijd als waarin Dani?l het visioen kreeg in hoofdstuk 9. En daar wordt uitdrukkelijk gesproken over het einde van de zeventig jaren.

Dani?ls gebed zal ook zeker deze beloften van genade en terugkeer na zeventig jaar bij de HERE onder de aandacht gebracht hebben. Hij zal God ook aan deze belofte herinnerd hebben.

Er was zoveel wat hem bezig hield. Er was zoveel wat hij aan God moest voorleggen. Zoveel wat hij aan God moest vragen, wat hij van Hem moest smeken.

Bidden, dat is een beroep doen op Gods beloften. Bidden is leven van Gods genade. De adem van zijn stem inademen.

Wij leven op de adem van zijn stem, zegt psalm 103.

God komt ook nu, in Christus, met zijn beloften naar ons toe. Met zijn genade.

En Hij roept ons. Elke dag opnieuw.

Hoor je God roepen? Elke dag weer?

En l??t je God dan roepen? Doet het je nog wat als God met zijn grote liefde en met zijn beloften jou roept? Als Hij tegen je zegt: ...... kom terug naar Mij, want Ik wil je redden!

Als Hij je roept: .... kom bij Mij, want de Here Jezus is ook voor jou gestorven?

L??t je God, je Vader, dan roepen, als Hij vol liefde naar je omziet?

Blijf je dan doof voor Hem?

Of keer je je om en vlucht je naar Hem toe?

O zeker, al heb je al dagenlang, al wekenlang, misschien zelfs al jarenlang Hem l?ten roepen. Al heb je al tijdenlang geen antwoord gegeven op Hem, toen Hij riep. Hij roept nog steeds. Ook jou. Nog steeds komt Hij met zijn beloften naar jou toe. Hij zegt: ook voor jou is er vergeving van zonden, ook voor jou is er eeuwig leven. Leven samen met God. Eindeloos mooi!

Hij roept nog steeds. Maar l??t Hem dan nou niet roepen, wacht nou niet met naar Hem toegaan, totdat het te laat is. Doe het n?.

Juist als de druk steeds groter wordt om niet te bidden.

Je twijfels. Of je drukke bezigheden.

Of anderen, die je er gek om aankijken.

Of misschien wel anderen, voor wie jij zelf je gewoon schaamt om te bidden.

Laat je daardoor je omgang met God toch niet afpakken! Je leven met God.

Juist als je bidt, zul je merken dat je sterk staat.

3.) De gelovige bidder kent de kracht van het gebed.

Het kenmerk van de gelovige is, dat hij bidt. Bidden is zo wezenlijk voor je geloof, je kunt gewoon niet zonder. Anders is je geloof dood. Bidden is de allereerste levensbehoefte.

Wat aan Dani?l juist opviel, was dat hij bad tot God, en dat hij dat nooit één keer wilde overslaan.

En ook later zien we bij de bekering van Paulus, als Ananias naar hem toe moet gaan, dat God tegen Ananias zegt: Ga naar Saulus toe, want, zie, hij is in gebed. Hij is in gebed. Hij bidt. Dit is het kenmerk van de gelovige. Dat Saulus bidt, dat is het teken van zijn bekering. En daarom is het tijd dat Ananias naar hem toegaat en hem Gods genade meedeelt.

Dus waaraan zijn wij in deze wereld te herkennen?

Waaraan bent u te herkennen, waaraan ben jij te herkennen?

Daaraan, dat we bidden.

Niet dat we zo goed zijn in goede werken. Dat we zo goed zijn in dit of in dat.

Maar dat we bidden.

Bidden: dat is afhankelijk zijn van God. Niet zonder God kunnen.

Bidden: dat is nederig zijn, voor God. Knielen voor God. Jezelf niet overeind houden.

Van Dani?l wordt gezegd dat hij zich neerboog op zijn knieën.

Dani?l, bijna de belangrijkste man in het koninkrijk van Darius. Hij knielt neer als een klein kind, voor God. Op zijn knieën. Nederig. Klein. Het hoofd gebogen.

Het gaat uiteindelijk toch om ons innerlijk, zeggen wij dan.

Ja, maar hoe zal het met ons innerlijk zijn, als wij uiterlijk niet eens de moeite willen nemen om een eerbiedige houding aan te nemen tijdens het gebed? Het uiterlijk geeft weer hoe het er met ons innerlijk aan toe is. Wie zich nederig en klein voelt tegenover God, en zich volledig van God afhankelijk weet, zal dat in zijn houding ook laten blijken.

Want juist wie zichzelf klein maakt voor God, alleen die zal door God groot gemaakt worden voor de mensen. Doordat Dani?l op zijn knieën ging voor God, ging hij niet door de knieën voor het dreigen van de mensen. Doordat Dani?l nederig was voor God, durfden de leeuwen hun bek niet open te doen tegen Dani?l.

Juist doordat Dani?l een beroep deed op God en Hem aansprak op zijn beloften, juist daardoor was de satan niet in staat de vervulling van Gods beloften tegen te houden.

Laat het de wereld maar zien, dat wij ons vernederen voor onze God! Laat het de mensen maar zien, dat wij klein zijn. Want zo zal God groot zijn in deze wereld.

Wij hebben zelf geen tegenweer.

?T gevecht was gauw verloren.

Maar voor ons strijdt een sterke Heer,

tot redder uitverkoren.

Christus, de Zoon van God.

Slechts Hij kan triomferen.

Amen.

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter