Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

Wie ben ik ... dat ik dit mag doen? (Lukas 5: 1-11)
Preek afkomstig van Ds. H.J. Boiten van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Neede.

       

Liturgie

votum en groet

zingen: Ps. 80: 1,8,10

wet

zingen: Ps. 70

gebed

Schriftlezing: Lucas 4: 31 - 5:11

zingen: Ps. 8: 4,5,6

preek over Lucas 5: 1-11

zingen: Ps. 68: 7,8

gebed

collecte

slotzang: Lied 408

zegen

Preek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

'De wonderbare visvangst' staat in onze bijbels boven dit verhaal.

Terecht, want daar gaat het ook over. En de Here Jezus zorgde voor al die vis.

Maar dan is de vraag waar het om draait: waar was dat wonder goed voor?

Elke keer als Jezus een wonder deed - ook als Hij zieke mensen beter maakte

en als Hij mensen redde uit de greep van boze machten die hen gevangen hielden -

zat daar een bedoeling achter, een les in, voor de mensen toen, en voor ons vandaag.

Als we goed kijken naar wat gebeurde daar op dat meer,

valt op dat de Here Jezus in de eerste plaats Petrus wat wilde leren, en de andere leerlingen,

en dat dat alles te maken had met het werk waarvoor ze in de leer waren:

mensen vangen in de netten van het evangelie en ze aan land brengen: bij God thuis.

En als we die les begrepen hebben, kunnen we er ook veel van leren voor onszelf.

Ik kwam ergens de verwijzing tegen naar die visjes die je tegenwoordig veel ziet:

op auto's, op caravans, aan een kettinkje om je hals, of zoals bij mij, op een pak of jas.

Je kunt - net als in de vroege christelijke kerk - elkaar eraan herkennen:

als ook christenen, als mensen die allemaal bij de Here Jezus horen.

Het griekse woord voor vis is - zoals de meesten zullen weten - Ichthus.

En de griekse letters van dat woord zijn dan weer een afkorting van een zin

die betekent: Jezus Christus ...Zoon van God .... Verlosser.

In het kort wat een christen gelooft.

Je kunt ook zeggen: al die christenen zijn net vissen,

gevangen in het net van het evangelie, en dat is onze redding, en juist onze vrijheid.

Kijk, en Petrus en zijn collega-discipelen werden opgeleid tot mensenvisser.

En dat wonder van al die vissen is om zo te zeggen een les in de open lucht.

Om ze te leren hoe ze dat moeilijke werk moesten en konden doen.

Ook om ze te leren erop te vertrouwen dat de Heer wel zorgt voor de vangst.

Want dat ging niet vanzelf: mensen laten zich niet zomaar vangen voor de Heer.

Toen Jezus aan het preken was daar bij dat meer, waren er wel heel veel belangstellenden.

Maar ik las ergens: ''ze zijn als een school vissen die voor het net langs zwemt,

maar er niet in is gevangen''. Wat een teleurstelling vaak: ze laten zich niet vangen...

denk maar aan weinig werfkracht van de kerk en doorgaande kerkverlating....

Voelt u zich niet vaak machteloos: wat moet dat worden, wordt dat ooit nog wat?

Ja, en als het van mezelf moet komen: wat heeft de Here nou aan mij.... nou, luister maar!

als thema het ik boven deze preek gezet - en dat slaat op Petrus maar ook op mezelf:

Wie ben ik.....dat ik dit mag doen?

1. voor deze machtige Heer...(1-7).

2. als kleine ongeschikte knecht. (8-10a)

3. juist zo'n knecht kan de Heer gebruiken (10b-11)

1. Wie ben ik....dat ik dit mag doen? voor deze machtige Heer!

Een spannend verhaal dat de kleuters ook kennen, van al die vissen die gevangen werden.

Juf heeft er pas nog over verteld he, in de klas? Weet je nog van dat net....?

Allemaal mensen die kwamen luisteren naar de Here Jezus.

Allemaal wilden ze zo dicht mogelijk bij Hem staan om geen woord te missen.

Ze duwden elkaar en de Here Jezus bijna het water in, zoveel mensen en zo'n gedrang.

Weet je wat Simon, zei de Here tegen zijn discipel die hij later Petrus noemde,

zullen we in jouw vissersboot gaan en dan vlakbij de kant die boot stilleggen?

Dan ga ik op een bank op jouw schuit zitten en ga ik gewoon verder met mijn preek.

Alle mensen op het strand kunnen me dan goed verstaan zonder elkaar weg te duwen.

Zo gezegd zo gedaan. Heel apart: een kerkdienst buiten, en een boot als preekstoel!

Maar toen de preek afgelopen was en al die mensen naar huis gingen om te eten,

zei de Here Jezus iets dat Petrus en de andere discipelen eigenlijk maar heel vreemd vonden:

je moet verder het meer opvaren, naar het midden waar het heel diep is, en daar gaan vissen...

Reken maar dat Petrus en zijn collega's echt wel wat van vissen afwisten: het was hun dagelijks werk.

Wat denk je dan als iemand ongevraagd jou eens even zegt wat je moet doen?

Toch zoiets als: je bekijkt het maar, wat weet zo'n timmerman - als Jezus - nou van vissen af!?

Nou zegt Petrus dat niet. Hij heeft veel te veel respect voor de Here Jezus.

'Meester', zegt hij tegen Hem. Er staat een woord dat zoiets is als: u bent de baas, mijn chef.

Toch hoor je tussen de regels door de nodige twijfel, zelfs een zwak protest:

we hebben de hele nacht keihard gewerkt maar we hebben helemaal niks gevangen -

terwijl elke visser weet dat je 's nachts en in de vroege morgen de beste kans hebt wat te vangen:

als het water koel is en de vissen naar de oppervlakte komen, en ze de netten minder goed zien -

nou als het de hele nacht niet is gelukt, zou het dan nu ineens wel lukken? weinig kans....

Maar, Meester - daar hebt u weer dat respect - als U het zegt, zal ik het natuurlijk doen!

Toch ook iets van twijfel: vooruit maar, laten we maar eens kijken wat het wordt!

We weten: het werd fantastisch! Een vangst zoals ze die in tijden niet gehad hadden!

Zoveel vissen in het net dat ze dat net niet alleen aan boord konden trekken.

Als ze niet uitkeken zou het net scheuren en zwommen al die vissen weer weg.

Toen ze hun vrienden in de andere boot erbij hadden gehaald,

lukte het met man en macht en voeren ze moeizaam met twee boten vol vis naar de kant.

De vissers met al hun ervaring stonden er versteld van:

zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt, wat was de Here Jezus toch machtig!

Maar waarom heeft de Here Jezus dat wonder nou eigenlijk gedaan?

Ik zei er in het begin al heel even iets over. Dit wonder is vooral een les voor Petrus,

en voor de andere discipelen ook, en natuurlijk voor ons als we dit verhaal lezen.

Straks gaan Simon Petrus, zijn broer Andreas, ook Johannes en Jacobus en anderen

voorgoed met de Here Jezus mee, om Hem te gaan helpen bij zijn werk.

In vers 11 staat: zij lieten alles achter, en volgden Hem. Dat was een hele stap.

Ze konden voortaan niet meer elke nacht het meer op om te gaan vissen

en dan die vis 's morgens te verkopen aan de mensen die langs kwamen of op de markt.

Zo kwamen ze aan het geld om brood te kopen voor zichzelf en hun vrouw en kinderen..

Maar hoe moest dat straks nou als ze met de Here Jezus mee gingen?

Zouden ze dan niet arm worden en honger moeten lijden...en hun vrouwen en kinderen ook?

De Here Jezus laat zien dat ze daar echt niet bang voor hoeven te zijn.

Hij zorgt wel voor ze...en als het moet, kan Hij zelfs wonderen doen!

Denk ook maar aan dat wonder dat de Heer duizenden mensen eten geeft van een

paar broodjes en een paar visjes. Als je zo'n machtige Heer hebt, hoef je niet bang te zijn.

Zullen wij dat ook nooit vergeten? Geloof je dat echt: de Here zorgt altijd goed voor me?

Wij hoeven niet datzelfde als Simon en Co.: hun werk en bedrijf opgeven en met Jezus mee.

We maken ons wel vaak zorgen: hoe moet dit, hoe zal dat gaan? Soms is het best moeilijk.

Dan is de vraag: stellen we echt ons vertrouwen op de Heer onze God? Leggen we in zijn

handen heel ons levenslot? Doe het maar. De wonderen zijn echt de wereld niet uit!!

2. wie ben ik...dat ik dit mag doen? als kleine ongeschikte knecht.

De reactie van Simon op dat grootse ongedachte wonder moet ons opvallen.

Dat hij stomverbaasd was - net als de andere vissers bij hem - is zo vreemd niet.

Diep onder de indruk van de macht van zijn Meester valt hij zelfs voor Hem op zijn knieƫn.

Maar wat hier is gebeurd maakt meer los bij de toch zo meestal zo stoere geharde visser.

Hij wordt gewoonweg bang! Bang voor deze machtige Heer die zulke dingen kan doen.

Dat blijkt al uit hoe hij zijn Meester nu aanspreekt. Hij zegt: Heer!

En gebruikt een eretitel die ook heel vaak voor God zelf wordt gebruikt.

Jezus had net iets laten zien waarvan je zeggen moet: zoiets kan God alleen.

Een van de momenten waarvan Johannes later schreef als hij het heeft over de Here Jezus

- Johannes die er ook bij geweest is, samen met zijn broer Jacobus, in dat tweede schip - :

wij hebben zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de enige zoon van de Vader!

Ze ontdekten al meer in Jezus God zelf - en welk mens kan het zo dicht bij God uithouden?

Oog in oog met de majesteit van God zelf - de Zoon van God in eigen persoon -

zakt Petrus zogezegd door de grond, en blijft hij nergens meer: Here, gaat U maar bij mij weg,

want ik ben een zondige man - en hoe kan een zondaar zo dicht bij de heilige God overleven?

Je komt dat in het oude testament ook meer dan eens tegen, dat mensen terugdeinzen en

diep in het stof gaan oog in oog met de heilige majesteit van God - o, ik arme zondaar....

Jesaja bijvoorbeeld: wee mij, ik ga eraan, want ik ben een man, onrein van lippen.

En de ouders van Simson: wij zullen zeker sterven, want wij hebben God gezien.

De psalm zingt ons voor: als u aan onze zonden blijft denken, Here, wie zal bestaan?

We mogen ons wel afvragen of wij die schroom kennen, of wij wel zo doordrongen zijn

van de grootheid en de heiligheid van de Here en van onze eigen kleinheid en zondigheid.

Dat we met Paulus uitroepen: ellendig mens dat ik eigenlijk ben, verloren zondaar van mezelf...!

Nee, niet om diep in de hoek weg te kruipen, zo van: ik ben toch niks waard,

ik ben een hopeloos geval, de Here kan met mij toch niks meer beginnen....

Maar juist om des te harder steeds maar weer naar de Here toe te rennen:

Heer, waar dan heen, tot U alleen!! U zult mij - dankzij uw Zoon Christus - niet verstoten!

Zoals Paulus ook geen punt zette na dat 'ik ellendig mens' maar doorging tot op Christus:

wie zal mij verlossen uit dit bestaan? God zij dank, die ons de overwinning geeft door Jezus Christus!

Je deelt met Petrus en Paulus en al die anderen de diepe verbazing:

dat die machtige en heilige God mij toch kan en wil gebruiken. Dank u wel, Heer, voor uw liefde!

Als Petrus die hier met opzet nog Simon genoemd wordt - geen kei van zichzelf -

de Heer smeekt om bij zo'n zondige man als hij maar weg te gaan,

zit daar vast ook schaamte bij dat hij te klein heeft gedacht van de macht van zijn Meester,

en toen hij die netten aan het neerlaten was, toch had getwijfeld: wat moet dit worden?

Hoe kan de Meester zo'n knecht gebruiken, die nog zo zwak in zijn schoenen staat?

En als de Heer zo'n knecht toch in dienst neemt: wie ben ik...dat ik dit mag doen??

Laten we maar een voorbeeld nemen aan die Simon, juist toen hij zichzelf zo liet kennen:

Heer, u en ik zo dicht bij elkaar in de buurt, dat kan eigenlijk niet, ik ben dat niet waard.

Want dan voel je juist pas goed hoe nodig je het hebt door deze Heer gered te worden.

Voordat je in dienst genomen kunt worden om voor deze Heer anderen te vangen in zijn net,

moet je eerst zelf door de Heer gevangen genomen zijn, je helemaal overleveren aan Hem:

Heer, ik ben het niet waard uw knecht te zijn, laat staan uw kind.....genade, Heer!!

Een vraag om mee te nemen voor u, voor jou: wil ik wel gevangen worden door deze Mensenvisser?

Voel ik me bij Hem als een vis in het water: bij deze Heer ben ik thuis, voel ik me pas echt vrij?

Ervaar ik dat net als een bescherming - b.v. het net van Gods veiligheidswet ?

Zoals je als je nog niet goed kunt zwemmen achter de lijn blijft: niet verder want daar is het

te diep voor me, daar zou ik zomaar kunnen verdrinken -

zoals je je veilig voelt met die kurk om of aan de haak van de badjuffrouw - die laat me niet

verdrinken!

Of voel het als een vis op het droge - benauwd, happend naar lucht, christen-zijn dat is toch geen leven!

Zoek je overal de mazen van het net om weg te zwemmen, naar daar waar je je eigen gang kunt

gaan....?

Hoe is dat in uw, in jouw leven: wilt u, wil jij, wel gevangen worden - om gered, en echt vrij te zijn?!

3. wie ben ik...dat ik dit mag doen? juist zo'n knecht (die dat zegt) kan de Heer gebruiken!

Het antwoord van de Here Jezus op de kreet van Simon was een geweldige bemoediging:

mijn beste vriend, je hoeft helemaal niet bang te zijn....fijn dat je dit zegt, je bent toegelaten!

Zeg maar: Simon was geslaagd voor de vooropleiding, hij mag verder in de leer bij Jezus.

Zo moet u dat zinnetje lezen: van nu af aan zul je geen vissen meer vangen maar mensen....

Niet omdat ze nu volleerd zijn. Het echte werk begint na hemelvaart en met pinksteren

Maar wel omdat Simon de les met de vissen goed geleerd heeft,

is hij nu geschikt voor dat werk dat hij straks zal gaan doen: mensen vangen voor zijn Heer.

Kan hij de naam krijgen die de Heer voor hem heeft: Petrus - zwak in zichzelf, sterk in God.

Zo is dat altijd - ook voor ons - juist wie eigen zwakheid beseft, ervaart Gods kracht.

En kan nu ook een bron van kracht en troost zijn voor anderen - steunpilaar voor velen.

Het is heel mooi hoe de Here aansluit bij het werk van Petrus en de anderen

altijd hadden gedaan als hun dagelijks werk: vissen vangen en die aan land brengen.

Jezus zegt: dat is nu voorbij, Ik heb nu ander werk voor jullie: mensen vangen.

En dan wordt er een woord gebruikt dat betekent: levend vangen.

De vissen die in de netten van Petrus en zijn collega's terecht kwamen, gingen eraan.

Ze hadden als bestemming de pan, en de magen van de mensen van Kaperna?m.

Maar als mensen gevangen worden doordat ze geboeid raken door Jezus,

en als ze ervoor kiezen om voortaan in Hem te geloven en Hem te dienen,

dan betekent dat hun redding: je bent opgevist niet om gedood te worden maar om te leven.

Zoals een kinderliedje zingt: Mensen zul je vangen, drenkelingen, breng ze veilig naar het land...

En dat is prachtig werk: als Gods reddingsbrigade drenkelingen veilig aan land brengen.

Moeilijk werk ook, en vaak teleurstellend, dat wel, je hoeft er niet van te schrikken.

Veel van die drenkelingen willen niet gered worden, verdrinken liever dan door Jezus opgevist te

worden.

Vissen die als ze het net zien zich niet laten vangen maar wegschichten...

Daar zullen Petrus en de anderen mee te maken krijgen, zoals Jezus zelf er mee te maken kreeg:

hoe dikwijls heb Ik jullie willen bijeenbrengen zoals een kip haar kuikens -

en zeg maar vanuit dit verhaal - heb Ik jullie willen vangen in mijn net tot jullie redding -

maar jullie hebben niet gewild.

De ervaring telkens weer als je stuit op ongeloof, beleefde of grove afwijzing, kerkverlating,

als je moet constateren dat de meeste mensen de kerk voorbij lopen,

en erger: God en zijn Zoon Jezus voorbijlopen. Vissen die het net voorbij zwemmen.

Ja, en toch zorgt de Heer ervoor dat zijn netten vol worden.

Dat zijn werk tot een goed einde wordt gebracht.

We komen er wel achter dat wij maar heel kleine mannetjes en vrouwtjes zijn,

met heel beperkte mogelijkheden en heel veel beperkingen, allemaal zondige mensen ook,

of we nou dominee zijn of ouderling, zendeling of evangelist, ook als we dat niet zijn,

druk met ons werk, jongen of meisje van de kerk, vader of moeder, of alleengaand...

Als het van ons moest komen: Here, het wordt niks, wat hebt u nou aan mij......

We halen misschien onze schouders op vol twijfel: wat moet er toch worden van die zaak van Jezus....

Maar kijk dan naar die eerste leerlingen: ze lieten alles achter en volgden hun Heer.

Onzeker van de toekomst naar de mens gesproken, maar met een zekere belofte:

Ik zorg voor de vangst. Kijk maar naar die overvolle bootjes!

Die les kunnen wij ook meenemen van dit verhaal, om nooit te vergeten: wat een vangst!

Wat de Heer van ons vraagt, is eigenlijk gewoon trouw doen wat Hij zegt, vol vertrouwen.

Gewoon maar de netten uitgooien: mensen uitnodigen in woorden

maar vooral en om te beginnen door ons leven ze lokken in de netten van de Heer.

Bereid zijn desnoods alles op te geven als de Here dat van ons vraagt:

je wilt toch met Mij mee? nou dan? je wilt toch wel gevangen worden, en gered?

Mensen vangen, zei een kleuter, dat is dat je vraagt of ze met de Here Jezus mee willen...

Maar die vraag komt alleen geloofwaardig over, als wie dat vraagt zelf ook mee wil:

kom, ga met ons mee, en doe net als wij: dat net is niet eng maar wel zo veilig.

En de Heer brengt wie Hij gevangen heeft allemaal veilig aan land, in de vrijheid!

Amen

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk dit even aan ons door te geven. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter