Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

Geef ons heden ons dagelijks brood. (Spreuken 30: 1-16)
Preek afkomstig van Ds. D. de Jong van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Grijpskerk/Niezijl.

           

Liturgie

Ps.63:1,2,3
Spr.30,1-16
Ps.37:7,8,9
HC zondag 50
Lied 379:1,6
Apostolische geloofsbelijdenis
Ps.34:4
Ps.144:2,5,6

Preek

Gemeente van Jezus Christus,

Het is vandaag woensdag. En toch zijn we vanavond naar de kerk gekomen. Dat is als zodanig al veelzeggend. We belijden daarmee dat niet alleen de zondag dag des Heren is, maar dat ook maandag tot en met zaterdag dagen des Heren zijn. Wij zijn voor alles van de Here afhankelijk. Niet alleen voor het geestelijke, maar ook voor het lichamelijke. Niet alleen voor het hemelse, maar ook voor het aardse. We moeten bij God zijn, niet alleen voor geestelijk voedsel, maar ook voor ons broodje kaas en ons bordje yoghurt met muesli, voor ons glas melk en ons kopje koffie, voor snert en bruine bonen, voor aardappels en groente, voor pannenkoeken met stroop, voor pasta met saus. En daar bidden we Hem dan vandaag ook om. Met gebeden die niet gewoon genoeg kunnen zijn.

Biddag werpt een dam op tegen de secularisatie. Dat betekent: verwereldlijking. En in de praktijk: ontkerkelijking. Maar het betekent ten diepste: ontgoddelijking. Een geseculariseerd leven is een ontgoddelijkt leven. Dan heeft het leven van alle dag voor je gevoel niks meer met God te maken. En heeft omgekeerd je geloof in God niks meer met je dagelijks leven te maken. Geloven wordt abstract. Het gaat nergens meer over. Je kunt er in de praktijk niks mee. Omdat je God in de praktijk nergens komt. Geloven krijgt iets wereldvreemds. En naar de kerk gaan iets van een vlucht uit de werkelijkheid. Door nu op een doordeweekse dag een biduur voor gewas en arbeid te beleggen proberen we te voorkomen dat ons geloof wat al te geestelijk wordt. Want het leven is ??n. Ons kerkelijke leven en ons werkelijke leven.

Het treft dat wij bij de behandeling van de Heidelbergse Catechismus net aan zondag 50 toe zijn. Daarin wordt immers een uitleg gegeven van de vierde bede van het Onze Vader: ?Geef ons heden ons dagelijks brood?. Een beter thema kun je je op biddag nauwelijks wensen. Omdat de vierde bede ons erbij bepaalt dat wij ook van de Here Jezus niet al te geestelijk moeten worden in ons gebed. Wij moeten onze hemelse Vader niet alleen bidden om wat wij voor onze ziel nodig hebben, maar ook om wat wij voor ons lichaam nodig hebben (HC v&a 118).

De kerk heeft al vroeg aanstoot aan de vierde bede genomen. Bidden voor je dagelijks brood? Dat was wat al te gewoon. Dat kon de Here Jezus toch niet menen. Hij zegt toch zelf ergens: ?Werkt niet om de spijs die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven? (Joh.6,27.51a). De vroege kerk trok dan ook de conclusie: Als de Here Jezus ons leert bidden: ?Geef ons heden ons dagelijks brood?, dan bedoelt Hij natuurlijk: ?Geef ons heden het levende brood. Deel Uzelf aan ons mee in het avondmaalsbrood, opdat wij gevoed en verkwikt mogen worden tot het eeuwige leven?. Zo uitgelegd kon de vierde bede zelfs een belangrijke plek in de misliturgie krijgen. En nog steeds geeft ons avondmaalsformulier het Onze Vader een plek vlak voor de uitdeling van brood en wijn.

Inmiddels zijn er nog weinigen die deze vergeestelijkende uitleg van de vierde bede serieus nemen. Veel uitleggers wijzen er juist op dat de bede om het dagelijks brood zelfs voorafgaat aan de bede om vergeving van de schulden en verlossing van de boze. In het volmaakte gebed komt het lichamelijke voor het geestelijke, het aardse voor het hemelse. Je kunt wel bidden om vergeving van de zonden die je in de dienst van de Here begaan hebt, maar je moet wel kunnen leven om de Here te kunnen dienen. Je kunt wel bidden om kracht in de strijd tegen de boze, maar hoe kun je in die strijd staande blijven als je lichamelijk totaal verzwakt bent? Dat is wel erg nuchter, maar het is natuurlijk wel waar.

Het lijkt er op het eerste gezicht echter op dat deze uitleg de Catechismus toch wat al te nuchter is. De Catechismus legt de vierde bede weliswaar niet meer zo overgeestelijk uit als de kerk van de middeleeuwen. Maar geeft uiteindelijk toch weer een geestelijke draai aan de vierde bede. Want de Catechismus legt de vierde bede niet gewoon uit als: ?Wil ons verzorgen met alles wat wij voor ons lichaam nodig hebben?, maar: ?Wil ons zo verzorgen met alles wat wij voor ons lichaam nodig hebben, dat wij daardoor erkennen dat U de enige oorsprong van al het goede bent en dat onze zorg en inspanning en ook uw gaven ons niet baten zonder uw zegen. Leer ons daardoor ook ons vertrouwen niet langer op enig schepsel, maar op U alleen te stellen?. Daardoor wordt de vierde bede van gewoon een bede om brood een bede om afhankelijkheid en vertrouwen. Van een bede om aardse dingen toch weer een bede om geestelijke dingen. Als de Catechismus gelijk zou hebben, dan zouden wij vanavond dus niet een bidstond voor gewas en arbeid moeten houden, maar een bidstond voor afhankelijkheid en vertrouwen. Als wij al mogen bidden voor gewas en arbeid, dan alleen als wij gewas en arbeid zien als lagere, aardse middelen tot een hoger, geestelijk doel.

Ik heb lange tijd wat gestoord aan deze vergeestelijkende uitleg van de vierde bede. Tot ik me ging realiseren dat de Here Jezus zelf aanleiding gegeven heeft voor deze uitleg van de bede om ons levensonderhoud. Hij leert ons immers slechts bidden om brood, en niet om broodjes shoarma. Brood, soberder kan het niet. Dus wel. Het kan nog veel soberder. Want Hij leert ons onze hemelse Vader te bidden om ons dagelijks brood. De betekenis van het Griekse woord dat wij vertalen met ?dagelijks? is onzeker. Waarschijnlijk betekent het hetzelfde als de uitdrukking uit onze schriftlezing: ?voed mij met het brood, mij toebedeeld?. Dat wil zoveel zeggen als: de portie die ik nodig heb, het deel dat God mij toegedacht had. De Here Jezus brengt zo de bede om ons levensonderhoud tot zijn essentie terug. Mocht Hij echter nog niet duidelijk genoeg geweest zijn, dan legt Hij ons, om misverstanden te voorkomen, ook nog eens de beperking op: ?Geef ons heden ons dagelijks brood?. Wij mogen dus niet bidden in het voren, maar moeten bidden bij de dag.

Je kunt je dan ook afvragen of wij wel goed bezig zijn als wij hier vanavond toch maar gaan bidden voor een heel seizoen. Als wij al biddag mogen houden, dan niet om er voor een heel seizoen van zaaien en oogsten vanaf te zijn, maar als start van een heel seizoen van bidden en werken. Een bidstond moet het karakter van een gebedstraining hebben. Vanavond moeten we leren elke dag te bidden voor ons dagelijks brood.

Bij nader inzien heeft de Catechismus dus toch wel gelijk als hij ons voorhoudt dat de vierde bede wel degelijk ook een geestelijke bedoeling heeft. Want wie bidt om zijn levensonderhoud op de wijze die Christus ons in de vierde bede voorhoudt, die blijft aan het bidden. En die blijft ook sober in zijn bidden.

Ook die soberheid in ons gebed om ons levensonderhoud heeft een geestelijke bedoeling. Om daar zicht op te krijgen grijpen we nog eens terug naar het gedeelte dat we samen gelezen hebben uit het boek Spreuken.

Het zijn woorden van een zekere Agur, de zoon van Jake. We weten verder niks van hem. Hooguit is het waarschijnlijk dat deze Agur niet eens hoorde bij het volk van God. Want in onze vertaling luidt het opschrift van Spr.30: De woorden van Agur, de zoon van Jake. De godsspraak?. Maar het is waarschijnlijk beter het Hebreeuwse woord maar onvertaald te laten: De woorden van Agur, de zoon van Jake, uit Massa?.En Massa was een zoon van Isma?l (Gen25.14). Ook Spr.31, de bekende lofzang op de degelijke huisvrouw, is van een Massiet: Lemu?l, de koning van Massa.

Agur is in elk geval een bescheiden mens geweest. Hij heeft de wereld afgedacht, maar zijn conclusie is dat hij dommer is dan wie ook en dat gezond verstand hem vreemd is. Waarom gooit Agur zichzelf zover weg? Omdat hij dom is vergeleken met God. Hem zal Hij nooit kunnen bevatten. Hij vraagt zijn leerling:

Wie klom ten hemel en daalde weer neder,
Wie heeft de wind in zijn vuist verzameld?
Wie heeft de wateren saamgebonden in zijn kleed,
Wie heeft al de einden der aarde vastgesteld?
Hoe is zijn naam en hoe de naam van zijn zoon?
Gij weet het toch.

Onze eerste reactie zou kunnen zijn: Op die vragen wist de heiden Agur misschien het antwoord niet, maar iemand die hoorde bij het volk van God toch wel: de HERE. En wat betreft die vraag: ?Hoe is de naam van zijn zoon??, daarop zou een Israëliet misschien het antwoord schuldig moeten blijven, maar wij toch niet: Jezus Christus.

Toch hebben de vragen van deze heiden een plek gekregen in het woord van God. Want ook als je weet dat Gods naam ?HERE? is, en de naam van zijn Zoon ?Jezus Christus?, dan nog misstaat de bescheiden houding van die heiden Agur je niet. Die voelt zich heel klein tegenover God. En dat wil hij ook graag zo houden. Daarom bidt hij:

Geef mij armoede noch rijkdom,
Voed mij met het brood, mij toebedeeld.

Agur hoeft niet alles te begrijpen. Als God het maar begrijpt. Als Hij maar weet hoe het verder moet als wij er geen gat meer in zien. Agur hoeft God niet te kunnen volgen. Hij wil alleen bij Hem blijven. Het is Hem voldoende met Hem te mogen leven. En daarom vraagt hij God hem geen dingen te geven die verwijdering tussen hem en God zouden kunnen scheppen. Geen rijkdom. Want dan kon hij wel eens het waanidee krijgen zichzelf wel te kunnen redden. Agur weet niet of hij de sterke benen wel heeft die de weelde van de rijkdom kunnen dragen. Hoe bescheiden hij ook is, hij sluit niet uit dat hij dan zelfverzekerd zou uitroepen: ?Wie is de HERE?? Zo goed kent hij zijn eigen zondige hart wel. Maar God moet hem ook niet tot de bedelstaf laten vervallen. Want dan zou hij Gods gebod: Gij zult niet stelen? wel eens aan zijn laars kunnen gaan lappen. Daarmee zou hij zich niet alleen vergrijpen aan het bezit van zijn naaste, maar ook aan Gods heilige naam. Daarom bidt hij: ?voed mij met het brood, mij toebedeeld?. Niet meer, maar ook niet minder. Here, maak het mij niet te makkelijk, want Ik moet bij U blijven. HERE maak het mij niet te moeilijk, want Ik moet bij U blijven?.

Is het gebed van Agur ook uw gebed, broeders en zusters? Natuurlijk, in zijn algemeenheid zijn we het met dit gebed best wel eens. Maar hebt u wel eens serieus overwogen te bidden: Here, bewaar mij voor armoede, zodat ik niet hoef te stelen?? Ook al zijn er ook onder ons broeders en zusters die het lang niet breed hebben, die moeite hebben de eindjes aan elkaar vast te knopen, die aan bepaalde wensen van hun kinderen niet kunnen voldoen, domweg omdat er geen geld voor is, ieder van ons heeft toch meer dan zijn dagelijks brood. Wie rekent er nog met de mogelijkheid dat we zelfs dat niet meer hebben? Als, zoals een paar jaar geleden, de aardappeloogst mislukt, als, zoals nu, hele veestapels bedreigd worden met mond~ en klauwzeer, dan is er soms iets van het besef dat we toch niet alles in de hand hebben. Maar armoede, wie rekent daar nou mee?

En wat betreft die andere bede van Agur: ?Geef mij ook geen rijkdom?, ook daar zijn we het natuurlijk in zijn algemeenheid wel mee eens. Bidden: ?Geef mij rijkdom?, dat doe je niet. Maar als wij serieus zouden gaan bidden: ?Geef mij geen rijkdom?, dan zou dat in de praktijk wel eens kunnen betekenen dat de Here ons nog heel wat af zou moeten nemen.

Moeten we de Here daar dan vanavond maar om bidden? Nee, dat hoeft niet. Als de Here Jezus ons leert als Agur te bidden om het brood ons toebedeeld, dan betekent dat niet dat wij zouden moeten bidden: ?Onze Vader die in de hemelen zijt, als U ons meer geeft dan het brood ons toebedeeld, neem ons dat dan maar weer af?. Als God ons meer geeft dan we nodig hebben, dan mogen we daar dankbaar voor zijn. Maar in ons gebed moeten we ons beperken tot de essentie.

Ja, juist als de Here ons meer geeft dan het brood ons toebedeeld, moeten we blijven bidden: ?Geef ons heden ons dagelijks brood?. Dan blijven we ons erover verwonderen als God meer geeft. En kunnen we het verdragen als God minder geeft..

We hebben nog een spreuk van Agur met elkaar gelezen. Deze:

De bloedzuiger heeft twee dochters: geef, geef!
Deze drie zijn onverzadelijk,
Vier zeggen nooit: Het is genoeg:
Het dodenrijk en de onvruchtbare schoot,
De aarde, die nooit van water verzadigd wordt,
En het vuur, dat nooit zegt: het is genoeg!

Het lijkt een opsomming van een aantal constateringen, zonder boodschap. Agur somt een aantal voorbeelden op van dingen die nooit tevreden zijn met wat ze hebben. Wel zijn het voorbeelden die alle een negatieve kleur hebben: de bloedzuiger en het dodenrijk. De andere voorbeelden zijn ons wat minder snel duidelijk. De aarde die nooit verzadigd raakt van water, is dat nou negatief? Gelukkig raakt de aarde nooit van water verzadigd, zou je zeggen. Anders zou de boel hier snel onder water komen te staan. Maar zo diep hoeven we niet door te denken. Wij slaken in ons regenachtige landje toch allemaal wel eens de verzuchting: ?Is het nou nooit genoeg?? Ook het beeld van de onvruchtbare schoot kunnen we in dit verband wel begrijpen. Voor sommige vrouwen blijft de geslachtsgemeenschap onbevredigend zolang er geen kinderen zijn. Kinderloosheid wordt dan een obsessie die een schaduw over het huwelijk legt. Ik vind het trouwens weinig fijnzinnig dat Agur de onvruchtbare schoot in één adem noemt met het dodenrijk, maar dat terzijde. Het gaat hem er blijkbaar om dat nooit tevreden zijn met wat je hebt, altijd meer willen hebben, nooit kunnen zeggen: ?Zo is het genoeg, hier kan ik het mee doen? als zodanig al iets negatiefs is. Mensen die nooit tevreden zijn zijn te vergelijken met de bloedzuiger, erger nog: met de dood. Door hebzuchtigen daarmee te vergelijken heeft hij hen al veroordeeld.

Het moge duidelijk zijn dat deze getallenspreuk niet een losse flodder is, maar dient als contrast met Agurs eigen gebed: ?Geef mij armoede noch rijkdom, voed mij met het brood mij toebedeeld?. Hij wil dus maar zeggen: Mensen die geen genoegen nemen met hun dagelijks brood zijn nooit tevreden. Ja, naarmate het bezit toeneemt, neemt de onvrede ook toe. En daarmee slaat hij ook voor vandaag de spijker op zijn kop. Nog nooit hebben we het in Nederland zo goed gehad als vandaag, maar ook is de onvrede in Nederland nog nooit zo groot geweest als vandaag. De economie rijst de pan uit, maar het aantal gevallen van burn out al evenzeer. De levenstandaard is hoog, maar dat heeft ook tot gevolg dat er vraagtekens geplaatst worden bij de kwaliteit van sommige mensenlevens. Voor gebrokenheid en onvolmaaktheid is steeds minder ruimte.

Zijn dat nu allemaal gevolgen van onze welvaart? Ik denk toch vooral dat hier de gevolgen blijken van het feit dat mensen, verzadigd zijnde, God verloochend hebben en zijn gaan zeggen: ?Wie is de HERE?? Mensen die zichzelf tot God zijn merken echter dat het geluk dat ze najagen telkens weer achter de horizon verdwijnt. Het is niet grijpbaar, het is niet maakbaar. Want het moet je gegeven worden.

Agur zegt: Laat God dan maar God zijn, en laat mij dan maar mens zijn. Laat Hij dan maar Schepper zijn, en laat mij maar schepsel zijn. Laat Hij dan maar groot zijn, en laat mij dan maar klein zijn. Als die grote God zich dan maar niet te groot voelt om mijn God te zijn. Als Hij dan maar als een vader voor mij wil zorgen. ?Geef mij armoede noch rijkdom?, opdat Ik blijf beseffen dat Ik totaal afhankelijk ben van U. En laat mij ook ervaren dat het goed is om totaal afhankelijk te zijn van U. Geef Mij wat Ik nodig heb om me thuis te blijven voelen bij U en uw genade.

Agur kende God maar nauwelijks. Hij moest het antwoord op de vraag: ?Hoe is zijn naam en hoe de naam van zijn Zoon?? schuldig blijven. Maar wij mogen zeggen: ?Hoe is zijn naam? Zijn naam is HERE?, in het Hebreeuws: Jahwe. Dat betekent: Ik ben die Ik ben? (Ex.3,14). Een geheimzinnige naam. Alsof God zijn naam voor Zich wil houden. Alsof Hij de grote onbekende wil blijven. Zo kende Agur Hem. Maar Ik ben die Ik ben? betekent ook: Ik blijf dezelfde, Ik blijf Mezelf trouw, Ik blijf mijn woord trouw, het woord gesproken tot Abraham: Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn? (Gen.17,7). Jahwe, dat betekent dus: God die Zichzelf blijft als Hij God van mensen is. En dat Hij dat onveranderlijk wil zijn, God van mensen, dat heeft Hij bewezen toen Hij zijn Zoon naar de aarde zond. ?En hoe is de naam van zijn zoon?? Zijn naam is Jezus Christus, God die mens werd, om mensen te redden uit de greep van zonde en dood. En in een onverzadigbare wereld, die nooit zegt: ?Het is genoeg!? riep Hij het uit vanaf het kruishout: ?Het is volbracht!? (Joh.19,30)

Als wij straks de Here gaan bidden om zijn zegen over onze arbeid, dan vragen we Hem of wij ons werk mogen doen vanuit Christus? volbrachte werk. We willen Hem vragen of dat ons rustpunt mag zijn in een rusteloze samenleving: de zekerheid dat het vuur van Gods toorn over onze zonden niet onverzadelijk is gebleken, en we ons daarom door Hem aanvaard mogen weten als zijn lieve kinderen en erfgenamen. Ja, in wereld waarin mensen zich nu suf proberen te genieten, omdat het straks niet meer kan, klinkt de boodschap: Zelfs het dodenrijk zal niet onverzadigbaar blijken. Omdat Jezus Christus de dood heeft overwonnen, toen Hij opstond uit het graf. We hoeven ons niet te haasten. We hebben de tijd.

Ze zeggen wel eens: Een kinderhand is gauw gevuld?. Moet je wel kinderhanden hebben. Laten we God daar dan straks ook maar om bidden. En of Hij ze wil vullen.

Amen.

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter