Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

De bede om Gods leiding in de geestelijke strijd (Mattheüs 4: 1-11)
Preek afkomstig van Ds. H.J. Boiten van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Zaltbommel.

           

Liturgie

Psalm 124

Psalm 70

Schriftlezing: Matteüs 4:1-11

Psalm 61 : 1 en 2

Tekst: HC Zondag 52

Psalm 118 : 2 en 5

Gezang 39 : 1, 4 en 6

Preek

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus:

Het is oorlog. Wij staan midden in een felle strijd, ons hele leven lang. De geestelijke strijd, zo noemt de Catechismus die. Nee, geen strijd om onze overwinning op de zonde en de satan en daarmee onze verlossing te bevechten. Geen strijd om zelf de heerschappij van de macht van de duisternis te breken. Die strijd is gevoerd. Onze Here Jezus Christus heeft die strijd gevoerd. En Hij heeft overwonnen. In de woestijn, toen de Here Jezus verzocht werd, heeft Hij de satan weten te weerstaan. Het is de satan niet gelukt Hem mee te krijgen in zijn zondige spelletjes. En vervolgens heeft de Here Jezus hem verslagen door de macht van zijn rijk, de macht van de duisternis, van de zonde, van de dood, te breken.

De Satan is in feite verslagen. De Here Jezus is gekomen om zijn kop te vermorzelen. En die grote slag heeft plaatsgevonden. De satan kan nu alleen maar stuiptrekken. Dat is waar. Hij kan het werk van Christus niet meer ongedaan maken. Die strijd hoeven wij niet te voeren. Die heeft Christus voor ons gevoerd en gewonnen. Toch hebben ook wij een strijd te voerten, een geestelijke strijd. Je kunt die strijd misschien wel typeren als een achterhoedegevecht. Maar tegelijk moeten we die strijd niet onderschatten.

De satan is wel ten val gebracht, maar in zijn val probeert hij nog zoveel mogelijk mensen, een zo groot mogelijk deel van Gods schepping, mee te sleuren. De strijd die wij te voeren hebben is wel degelijk een hoogst ernstige zaak. Een heel serieuze strijd. Want in die strijd gaat het nu om onszelf. Nu satan het verlossingswerk van Christus niet meer ongedaan kan maken, nu probeert hij zoveel mogelijk mensen van die verlossing af te houden. Hij wil voorkomen dat wij zelf deel krijgen aan die verlossing. En daarom is die strijd, al is het dan een achterhoedegevecht, voor ons toch wel degelijk een strijd op leven en dood. En om nu in die strijd staande te blijven, heeft de Here Jezus ons geleerd te bidden om de Gods leiding in die geestelijke strijd.

thema: De bede om Gods leiding in de geestelijke strijd.

We letten op:

1. onze vijand:

2. onze Aanvoerder:

3. onze wapens.

1.) De bede om Gods leiding in de geestelijke strijd.

We zullen wel goed moeten beseffen, wat die strijd betreft, dat wij als gelovigen des te feller door de satan aangevallen zullen worden. Allereerst omdat de ongelovigen toch al niet meer door hem van het geloof afgetrokken hoeven te worden. Er kunnen best ongelovigen zijn die heel goed leven en die een heleboel goede dingen doen. Dat vindt de satan allemaal best, zolang zij maar niet tot het geloof komen. Maar de gelovigen, die moet hij juist hebben. Hij probeert hen van het geloof af te trekken, op alle mogelijke manieren. Hij probeert twijfel te zaaien, twijfels of de Bijbel wel waar is. Twijfels, of God wel echt bestaat. Twijfels, juist door al die andere godsdiensten. Zodat we ons zouden gaan afvragen: geloven wij wel goed en al die anderen niet? Juist dat is een hele gevaarlijke taktiek van de satan. Hij wil dat het geloof in God door de wereld gezien wordt als één van de vele vormen van geloof. Zodat wij vervolgens als gelovigen ons ook zelf gaan afvragen of ons geloof nou wel het ware geloof is.

De satan probeert twijfels te zaaien. Maar hij probeert het ook op een andere manier. Bijvoorbeeld door oppervlakkigheid. Ook daardoor kunnen we van ons geloof afdwalen. Dan zijn we in naam nog gelovigen, maar in de praktijk betekent het geloof niets meer voor ons. Tegelijk probeert de satan ons bij de wereld in diskrediet te brengen. Hij probeert ons naar de wereld toe zodanig af te schilderen dat de wereld ons ongeloofwaardig acht.

En hij kan dat ook doen, en dat doet hij ook, door ons tot bepaalde zonden te verleiden. Waardoor de wereld van ons kan zeggen dat wij wel onze mond vol hebben over bepaalde zonden, maar er in de praktijk ons er zelf net zo schuldig aan maken. Bijvoorbeeld: als het gaat om sex, om sexuelte uitspattingen en dergelijke, dan is dat juist een punt in onze samenleving waar de kerk altijd op gewezen heeft en tegen gewaarschuwd heeft. Daarom zal er extra op ons gelet worden, wanneer in onze eigen kring ook zulke dingen voorkomen. Daarom is het ook te verwachten dat de satan op dat gebied zijn uiterste best doet om ook ons tot zonde te verleiden. Wij zijn maar niet een stelletje onbewogen heiligen, die totaal gevoelloos zijn waar het de sexualiteit betreft. Ook gelovigen hebben gevoel. En ook bij gelovigen kunnen op dat gebied begeerten opgewekt worden. En juist daarom moeten we goed beseffen dat de satan ons daar ook werkelijk aanvalt. Een ander voorbeeld. De mensen buiten de kerk weten vaak heel goed hoe de kerk spreekt over het met elkaar omgaan. OVer het gebod van God om elkaar lief te hebben.

Daarom zal het de buitenwereld ook des te beter opvallen, wanneer er bij ons ruzies en onenigheden zijn. Als mensen in het dagelijks leven nauwelijks met elkaar om kunnen gaan, terwijl ze toch zondags bij elkaar in de kerk zitten, daar wordt over gepraat, door anderen. Daar wordt op gelet. En dat maakt de kerk voor hen ongeloofwaardig. Je kunt dan wel zeggen dat ze niet op de mensen moeten letten, omdat alle mensen zondaars zijn. Dat is ook wel zo, maar de satan weet heel goed dat men wel op de mensen let. En daarom speelt hij daar ook op in. Daarbij schakelt de duivel alles en iedereen in, die hij maar kan vinden. We hebben met verschillende vijanden te maken. De catechismus noemt er drie

Drie doodsvijanden:

- de duivel

- de 'wereld'

- ons eigen vlees.

Van de duivel wordt in de Bijbel gezegd dat hij een geduchte tegenstander is. Petrus zegt dat hij rondgaat als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. En dat is niet niks. Een brullende leeuw. Je kunt hem maar beter uit de weg gaan, want als hij je te pakken heeft, dan ga je eraan!

Daar hebben we tegen te vechten. Het is niet een mens. Nee, de duivel wordt genoemd de wereldbeheerser van deze duisternis. En hij is niet alleen, hij heeft vele, talloze mede-duivelen die hem gehoorzamen. En die beheersen het denken en doen van deze wereld. En een ieder die Christus gehoorzaamt zal erop moeten rekenen dat hij door deze duivelen aangevallen zal worden. En niet alleen door deze duivelen, ook door de wereld die door hen beheerst wordt. De duivel heeft de wereld in zijn macht en hij zal dan ook heel deze wereld inschakelen in de strijd tegen de gelovigen.

Onder 'wereld' wordt dan niet de schepping verstaan. Maar de wereld van de mensen die in zonde leven. De maatschappij, de omgeving waarin wij leven en die geen rekening houdt met Gods geboden. En die ook zal proberen ons daarvan af te trekken. Door ze in een negatief daglicht te stellen. Bij dat aangevallen worden door de wereld kun je aan een heleboel dingen denken. Waar men probeert je van je geloof af te praten, op school bijvoorbeeld of op je werk. Waar men het probeert voor te doen alsof wat je gelooft niet logisch is of verouderd is of op wat voor manier dan ook niet meer kan.

Maar ook allerlei verleidingen die op je af komen. Het voortdurend maar uit zijn op meer geld en rijkdom en bezit: het ongehoorzaam zijn aan de overheid door belasting te ontduiken, op wat voor manier dan ook: het je uitleven in drank, drugs of seks, of allerlei aktiviteiten waarin van deze zaken rijkelijk gebruik gemaakt wordt: het alleen maar uitzijn op eigen voordeel, zonder rekening te houden met de naaste, en ga zo maar door. We hoeven de geboden van God er maar naast te leggen en we zien wel dat er geen één is die niet overtreden wordt. Juist dat wat tegen Gods geboden ingaat dat doet de duivel voorkomen als iets aantrekkelijks. En de wereld gaat daar grif op in en wil ons daarin ook meekrijgen. De wereld vindt het gehoorzamen van Gods wetten zeker niet plezierig. Omdat de duivel de wereld verteld heeft dat het niet plezierig is. Zo deed hij het al bij Adam en Eva, zo doet hij het nog steeds. En het is helaas vaak zo dat ook bij ons nogal gemopperd wordt over Gods geboden.

En dat is tegelijk onze derde doodsvijand: ons eigen vlees. Ons eigen lichaam. Wij zijn zo vaak geneigd om toch maar met de wereld mee te doen, omdat wij dat eigenlijk ook wel leuk vinden. Wij zijn geen dode dingen, die niet warm of koud worden van wat de wereld ons te bieden heeft. Nee, we zijn levende mensen met eigen gevoelens en verlangens. Wij zijn vaak o zo gevoelig voor wat mooi, voor wat fijn, voor wat plezierig is. Maar tegelijk vinden wij juist zo vaak dat mooi en leuk wat de wereld en de satan ons te bieden heeft en niet wat God van ons vraagt. En juist daardoor kunnen de verleidingen voor ons zo enorm groot en zwaar worden. Doordat de duivel in onszelf een bondgenoot gevonden heeft. En daarom is het zo enorm belangrijk dat wij bidden: en leid ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze. Want een ieder van ons heeft tegen de begeerten van zijn eigen vlees te vechten. Niemand uitgezonderd. Je mag dan nog zo heilig zijn, je hebt wel degelijk een strijd te voeren, een zware strijd, tegen je eigen oude mens. En in die strijd is de kracht van God zo ontzettend hard nodig, want zouden wij die kracht niet krijgen, dan zouden we de strijd verliezen. Dat zou onze dood, onze eeuwige dood betekenen. Vandaar dat ze ook onze doodsvijanden genoemd worden.

2.) De bede om Gods leiding in de geestelijke strijd. We letten vervolgens op op onze aanvoerder.

Wij zijn uit onszelf zo zwak dat wij geen ogenblik kunnen stand houden. Daar moeten we onszelf wel goed van bewust zijn! We hebben onszelf niet in de hand! We kunnen dan misschien wel denken dat wijzelf wel sterk staan, en als we spreken over de zwakken in het geloof, dat dat dan altijd de anderen zijn. Daar praten we graag over. Over het eventueel iets al of niet nalaten, voor de zwakkeren. Iets niet doen omdat je weet dat de ander daar moeite mee heeft.

Maar we zijn allemaal zwak. We vallen zelf allemaal maar al te gemakkelijk in zonde. En er zijn zoveel dingen waarvan we niet eens meer doorhebben dat het zonde is. Dingen waar we zo aan gewend zijn, dat we er niet meer bij nadenken, maar die net zo goed zonden blijven. Dingen waar we misschien van jongsaf aan in opgegroeid zijn. En waarvan velen misschien zelfs wel zeggen dat het niet zo erg is, 'omdat we het zelf ook gedaan hebben toe we jong waren' of dergelijke argumenten. Dat laatste zal misschien best waar zijn en we hoeven dan ook niet te ontkennen dat wijzelf die zonden gedaan hebben. Maar tegelijk blijft het daarmee nog wel zonde. We moeten goed weten dat we heel zwak staan in de strijd die we te voeren hebben. Zo zwak zelfs, zegt de catechismus, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden. Daarom moeten we ons laten leiden door God, door zijn Geest!

En dat bidden we dan ook wanneer we deze bede bidden. We bidden God, die ons leidt, of Hij ons toch niet in verzoeking wil leiden. Maar of Hij ons wil sterken door de kracht van de Heilige Geest. Door de Heilige Geest, door Hem alleen zijn wij in staat tegenstand te bieden. Daarom zullen we ook alleen maar tegenstand kunnen bieden wanneer we ons door Hem laten leiden. Dat wil zeggen dat we ons door Hem laten wijzen op wat Gods Woord ons zegt. We kunnen in Matte?s 4 lezen hoe de Here Jezus Zelf verzocht is geweest in de woestijn. Daar wordt ons verteld dat Hij door de Geest naar de woestijn geleid werd om verzocht te worden. Christus is, net als wij, verzocht geweest. Ook Hij heeft stand moeten houden tegen de verleidingen die van de satan in volle kracht op Hem afkwamen.

En het was de Geest die Hem leidde. Naar de woestijn. De Heilige Geest heeft Hem in verzoeking geleid, en daarom kunnen wij bidden: leid ons niet in verzoeking. Hij heeft in onze plaats de gehoorzaamheid aan God volbracht. En daarom kan Hij door zijn Geest ook ons sterken om staande te blijven tegen de verzoekingen van de satan. We moeten niet denken dat het voor de Here Jezus makkelijk geweest is dat Hij verzocht werd. Hij was nu eenmaal God, Hij was nu eenmaal zonder zonde, dus moesten die verzoekingen Hem ook niet zoveel gedaan hebben. Zo was het niet.

Ook voor Hem waren het werkelijk verzoekingen, en Hij heeft tegen de satan moeten vechten, om die verzoekingen te weerstaan. Want Hij was net zo als wij. Ook Hij kende gevoelens, voluit menselijke gevoelens. Hij kreeg honger. Net als wij. En daar speelt de satan op in. Eten, voedsel, dat is één van de eerste levensbehoeften. Wat zou er dan voor verkeerds in zitten dat de Here Jezus Zelf van stenen brood zou maken? Niemand zou Hem dat kwalijk nemen. Maar de Here Jezus deed dat niet. Hij bezweek niet voor de verleiding. Hij had de macht van de stenen brood te maken, omdat Hij God was. Maar Hij wist dat Hij als mens verzocht werd. En als mens moest Hij de volledige gehoorzaamheid volbrengen. Dus moest Hij ook op God wachten, tot God Hem weer te eten gaf. Hij kon daarom niet zijn macht gebruiken om voor zichzelf brood te maken. We hebben in vorige weken al gezien dat de Here Jezus zijn macht om wonderen te doen, beslist niet gebruikte alleen voor zijn eigen voordeel. Hij deed het altijd als een onderdeel van de verkondiging van het Koninkrijk van God. En daarom gebruikte Hij ook hier niet zijn macht om van stenen brood te maken. Omdat Hij voluit als mens deze verzoekingen moest doorstaan. En hetzelfde geldt voor de volgende verzoeking, op het tempeldak. De Here Jezus zou nu kunnen tonen dat Hij werkelijk Gods geliefde Zoon was, door van de tempel af te springen. God zou dan wel zorgen dat Hem niets overkwam. Maar de Here Jezus deed dat niet, omdat Hij niet op zo'n manier het geloof van de mensen zou afdwingen.

En wat betreft de heerschappij over heel de aarde: het aanbod van de satan was verleidelijk. Maar de Here Jezus was juist gekomen om satan de macht over de hele aarde te ontnemen en ons uit zijn macht te bevrijden. Wanneer Hij op de verzoeking van de satan inging, dan zou Hij misschien wel de macht over heel de wereld krijgen, maar dan als een volgeling van de satan, en niet als Zoon van God. De satan wist heel goed hoe hij de Here Jezus moest aanvallen. Hij sloot precies aan op wat hij van de Here Jezus wist. En hij probeerde zo precies de zwakke plekken van de Here Jezus te vinden. Maar toch wist de Here Jezus stand te houden. Dat in tegenstelling tot de eerste mensen, Adam en Eva in het paradijs.

Dat Hij ten volle stand heeft gehouden tegen die verzoekingen, dat komt omdat Hij vast hield aan Gods Woord. Hij werd door de Heilige Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden. Maar ook in de verzoekingen liet Hij Zich leiden door de Geest van God, die Hem ook deed beseffen vanuit Gods Woord, wat Gods wil was. En door juist aan de wil van God vast te houden, kon Hij staande blijven tegen de verzoekingen van de duivel. Het is de Geest die op de Here Jezus Christus was, die Hem in verzoeking leidde en Hem er ook doorheen leidde. Het is die Geest die ook nu ons bijstaat en sterkt om in verzoekingen staande te blijven. Reken maar dat de satan alles op alles gezet heeft om de Here Jezus Christus te verleiden. Reken maar dat dat een felle aanval geweest zal zijn!

Tegelijk mag dat ons ook doen beseffen hoe sterk onze Aanvoerder is: de Geest van Christus. Die heeft standgehouden tegen die felle aanval van de satan. Die heeft heel zijn leven als mens op deze aarde staande weten te blijven tegen al de verleidingen van de duivel en de zonde. Zijn Geest leidt ook ons in deze strijd. Hij zal ons juist uit de verzoekingen leiden, op de rechte wegen van Gods Woord. Die Geest voert ons aan in de strijd. Door die Geest en door die Geest alleen zullen wij staande blijven in die strijd. Als wij bidden 'leid ons niet in verzoeking' dan is dat een bede om de leiding van de Heilige Geest. En dan betekent dat dus ook dat wij ons aan zijn leiding overgeven. En dat we Hem dus ook gehoorzaam volgen wanneer Hij ons de weg wijst.

3.) De bede om Gods leiding in de geestelijke strijd. We letten tenslotte op onze wapens.

Wij zijn uit onszelf zo gauw geneigd om in de macht van de zonde te gaan leven. Dat wil zeggen, dat we bepaalde zonden doen, zonder dat we ons er nog van bewust zijn dat het zonde is. Omdat we het zo gewoon zijn. Omdat onze ouders het ook al deden, en daarmee zou het dus geen zonde meer zijn.

En juist daarom heeft Christus ons geleerd te bidden: leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Open toch onze ogen voor wat zonde is. Leer ons onderscheiden wat goed is en wat kwaad. Geef toch dat onze ogen geopend worden, door Gods Woord, de Bijbel. Dat wij bereid zijn heel goed naar de Bijbel te luisteren, ook wanneer ons gevoel zich ertegen verzet. Want wij doen dat toch zo makkelijk, bepaalde gedeelten van de Bijbel naar ons toepraten. Zo uitleggen dat wij er wel mee uit de voeten kunnen. Het gaat er nu juist om dat wij Gods Woord laten staan. Dat we daar eerbiedig naar luisteren en dan ook ons e?gen leven ernaar gaan richten. Dat we niet Gods Woord aan ons leven aanpassen, maar dat we ons leven aanpassen aan Gods Woord. Want Gods Woord moet ons juist de ogen openen voor de zonde, voor de werken van de duivel. Daarom zal Gods Woord voor ons ook telkens weer confronterend zijn. Het zal ons pijn doen, omdat het ons wijst op onze eigen zonden. Maar als het ons pijn doet, dan betekent dat nou juist dat Gods Woord vijandschap zet. God Zelf zorgt ervoor dat de strijd gaande blijft. De strijd tussen de slang en de vrouw. Tussen het slangezaad, de duivelen, en het vrouwezaad, de gelovigen. God zet vijandschap. En dat betekent dat God ons midden in de strijd plaatst. De strijd van het geloof.

Wanneer wij deze bede bidden, dan bidden we daarmee om strijd. Strijd, ook tegen datgene wat we eigenlijk zelf toch nog zo lief hebben. Onze eigen, zondige neigingen, waar we toch elke keer weer zo makkelijk aan toegeven. Strijd, om Gods Woord toch de eerste plaats te geven in ons leven. Strijd, om ook echt de geboden van God in ons leven serieus te nemen en er geen loopje mee te nemen. Strijd, om ook echt als christen te gaan leven. Want dat is het, de strijd aanbinden met de satan. Dat is: de satan geen plaats geven in je leven. We bidden juist: verlos ons van de boze! We bidden of God de boze, de satan, juist bij ons vandaan wil houden.

En wanneer wij God daarom bidden, dan betekent dat dat wijzelf die strijd ook aan moeten gaan. God geeft ons de wapenrusting, die onmisbaar is om staande te kunnen blijven in de strijd en om de satan te kunnen verslaan. Maar God doet dat niet om het ons maar makkelijk te maken. We moeten er wel mee gaan vechten. Ander hebben we er nog niets aan. Nogmaals gemeente: wie gelovig de Bijbel leest, voor hem kan het bijbellezen best wel pijnlijk zijn. Behoorlijk pijnlijk. Omdat de Bijbel ook onszelf, ons eigen vlees aanpakt. Ook ons eigen vlees kan een geduchte vijand voor ons zijn. De strijd die we te voeren hebben, hebben we daarom ook tegen onszelf te voeren. En daarom z?l het ook werkelijk pijn doen, wanneer we met een oprecht gelovig hart de bijbel lezen. Dan z?llen we ook werkelijk in ons eigen vlees gaan snijden.

Het kan gewoon niet anders, of Bijbellezen doet pijn. Als dat niet zo is, dan moeten we ons eens gaan afvragen of we niet te oppervlakkig zijn in ons bijbellezen. Het Woord van God is een tweesnijdend scherp zwaard. Maar tegelijk mogen we dan ook weten dat het een pijn is, die bedoeld is om ons te genezen. Om ons te vernieuwen. Om ons tot nieuwe mensen te maken, die staande weten te blijven tegen de verleigingen die op ons af komen. Wanneer wij zo leven, dan zullen we leven in gemeenschap met Christus. Dan zal ons leven, het nieuwe leven, uiteindelijk ook voor ons een blij leven worden. Een goed leven. Een leven in Gods vrede.

Christus wist staande te blijven tegen de verleidingen van de satan. En de engelen kwamen en dienden Hem. Adam, die leefde in het paradijs, wist niet staande te blijven, en hij werd uit het paradijs verdreven, de woestenij in. Daar moesten de engelen de toegang tot het paradijs bewaken. Christus, als de tweede Adam, werd de woestijn ingedreven, om daar de verzoekingen van de duivel in al hun kracht te ondergaan. Hij wist wel staande te blijven. En toen kwamen de engelen en dienden Hem. Zij veranderden de woestijn voor Hem in een paradijs.

Adam maakte het paradijs tot een woestenij. Christus maakt de woestijn weer tot een paradijs. En doordat Christus trouw is gebleven, en Hij door zijn Geest ons ook aanvoert en ook aanvuurt om trouw te blijven, zullen wij met Hem nu al in beginsel en straks in volmaaktheid de paradijsvrede genieten.

Amen

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter