Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

Het heiligen van Gods naam is ons levensdoel (Jesaja 6: 1-7)
Preek afkomstig van Ds. H.J. Boiten van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Zaltbommel.

           

Liturgie

Psalm 19 : 1 en 5

Schriftlezing: Jesaja 6 : 1 - 7

Openbaring 4

Psalm 8 : 1, 3, 4 en 6

Tekst: HC Zondag 47

Gezang 36 : 1 en 2

Gezang 29 : 1 en 4

Preek

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus:

Vorige keer hebben we gehoord dat we God moeten aanspreken als onze Vader. Maar we moeten daarbij wel bedenken: Hij is onze Vader in de hemel. We moeten niet gering van Hem denken! De woorden ?in de hemel? herinneren ons aan zijn hemelse majesteit. God wil dat we met Hem omgaan als onze Vader.

Maar Hij wil ook dat wij Hem hooghouden. Vertrouwelijk omgaan, maar tegelijk ook zijn naam hooghouden. Hij wil dat we Hem ook prijzen. Hij gaat met ons om, omdat Hij dat Zelf ook graag wil. Hij gaat zo met ons om, omdat op deze manier Hij er het meeste plezier van heeft. Omdat Hij op deze manier de meeste eer ontvangt. Hij wil geprezen worden. Hij wil geprezen worden, ook om de manier waarop Hij met ons omgaat. Hij wil geprezen worden, door ons. Daarom heeft Hij ons verlost, door zijn Zoon: daarom is Hij onze Vader geworden.

thema: Het heiligen van Gods naam is ons levensdoel.

1. Daarom leren we Hem goed kennen:

2. Daarom gaan we Hem prijzen.

1.) Daarom leren we Hem goed kennen.

Gods naam heiligen, dat is het tegenovergestelde van het misbruiken van zijn naam. Het misbruik van Gods naam wordt ons in het derde gebod verboden. Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken. IJdel gebruiken: dat is: doen alsof het niets voorstelt. Je kunt het te pas en te onpas gebruiken. Als een alledaags voorwerp. Zo wil God nou juist niet dat we met Hem omgaan en zijn naam gebruiken. Geen ijdel gebruik. Maar we moeten zijn naam juist hoog houden. Heilig houden. Wanneer we bidden: uw naam worde geheiligd, dan betekent dat, zegt de catechismus, in de eerste plaats, of God wil geven dat we Hem naar waarheid kennen.

De naam van God heiligen, dat houdt in dat wij de grote waarde van Gods naam beseffen. Dat is niet zomaar een naam. Een naam, zoals wij een naam hebben. Een naam die je zou kunnen noemen, zonder dat het gevolgen had. Nee, wanneer wij God naar waarheid leren kennen, dan weten we ook hoe er in de Bijbel over Hem gesproken wordt. Hoe er in Openbaring 4:8 gezegd wordt: 'Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en die is en die komt.' En niet maar één keer wordt dit gezegd. Niet alleen hier in Openbaring. Maar verschillende keren wordt dit gezegd. In het Oude Testament wordt herhaaldelijk gesproken over de heiligheid van de HERE. In Jesaja 6:3 wordt ook tot driemaal toe het woord heilig gebruikt. 'Heilig, heilig, heilig is de HERE der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol.'

God is anders dan mensen. God is hoog verheven, niet met mensen te vergelijken. Zijn majesteit en zijn macht zijn onbeschrijflijk. De Bijbel heeft vele woorden nodig om de almacht en de heerlijkheid van de HERE te beschrijven, en nog is de grootheid van God voor mensen niet voor te stellen. En deze God, is niet als mensen. Hij is niet als wij, zondige mensen. Hij is volmaakt, Hij is oneindig hoog boven ?lk schepsel verheven. Hij is ook zonder zonde. Hij is zuiver, rein. Hij kan de zonde niet verdragen. En daarom kan een zondig mens ook niet met God omgaan, omdat hij door Gods heiligheid verteerd zou worden.

En deze God is nu onze Vader. Deze God wil toch met ons omgaan. (H.A.!) Niet om ons door zijn heiligheid te verteren. Ja, wanneer je leest over de heiligheid van God, dan kom je ervan onder de indruk, als het goed is. En Jesaja, toen hij geroepen werd door God en in een visioen, Jesaja 6, de HERE zag, werd hij doodsbenauwd, omdat hij dacht dat hij, als onrein mens, niet kon blijven leven, wanneer hij de heiligheid van God gezien had.

En dat kan ook niet. Gods heiligheid kan de zonde niet verdragen. En daarom kan ook een zondaar niet bestaan in Gods nabijheid. Want Gods toorn over de zonde is verschrikkelijk. (voorbereiding H.A.: je zonden beseffen, en jezelf daarvan laten verlossen. vgl. Vorige week) En toch gaat God met ons om. Zelfs als onze Vader.

Maar dat is niet, omdat wij uit onszelf heilig zijn. Want dat zijn we niet. Op geen enkele manier zouden wij het initiatief kunnen nemen om met God in contact te komen, omdat wij dan altijd door zijn heiligheid verteerd zouden worden. En daarom is God Zelf naar ons toegekomen. Door zijn Zoon, onze Here Jezus Christus. Die heeft gezorgd dat God weer met ons om kan gaan.

Niet doordat God zijn heiligheid opgaf. Nee, juist helemaal niet. God is en blijft de heilige, die geen zonde kan verdragen. Maar Christus heeft het mogelijk gemaakt dat God met ons omgaat, juist door ons te heiligen. Zodat God weer met ons om kan gaan, zonder dat wij door zijn heiligheid verteerd worden. Christus heeft ons heilig gemaakt! En Christus heeft voor ons verdiend, dat wij zelfs Gods kinderen zijn geworden. Dat we God als Vader aan mogen spreken. Christus heeft het onmogelijke mogelijk gemaakt: dat de heilige, hoog verheven God met ons vertrouwelijk omgaat, als onze Vader.

Daarvoor heeft Christus ons geheiligd. (En dat we volgende week H.A. kunnen vieren: Christus heeft ons geheiligd, zodat we ook kunnen spreken van HEILIG Avondmaal: het wordt door ons niet ontheiligd.) Heiligen, dat wil zeggen, afzonderen van de rest. Heiligen, dat is: een bijzondere plaats geven. God is heilig, Hij is met niemand te vergelijken. Hij staat boven alles en iedereen. Hij is op geen enkele manier met een schepsel te vergelijken.

En dat wij heilig zijn, dat wil zeggen, dat wij ook op een aparte plaats gezet zijn. Wij zijn afgezonderd. Dat wil zeggen, dat wij niet meer op één lijn staan met de anderen in de wereld, de ongelovigen. God wil met ons omgaan. En God kan met ons omgaan, doordat wij uit het moeras van de zonde weggetrokken zijn. Door Christus. Door genade alleen. Er is op geen enkele manier aan onze kant ook maar enige verdienste, waardoor wij in contact met God gekomen zijn. Zonder dat wij er maar iets aan gedaan hebben, heeft Christus ons zover gebracht, dat wij heilig zijn en als heiligen met God om kunnen gaan.

En juist daarom, juist door die redding, door genade alleen: juist omdat wij op geen enkele manier aan onze redding, aan onze heiliging hebben bijgedragen of hebben kunnen bijdragen, daarom is deze bede: 'uw naam worde geheiligd' voor ons zo enorm belangrijk. Als wij door onze eigen werken onszelf geheiligd hadden, en wanneer wij door onze eigen goedheid God heiligden, zodat wij met Hem om konden gaan, dan waren we al een heel eind op de goede weg, en dan zouden we er op den duur zelf wel komen.

Maar omdat we het zelf niet gedaan hebben en het ook niet konden, juist daarom moet ook het heiligen van Gods naam ons nog door God gegeven worden. Want zo zegt de catechismus het: GEEF ons eerst dat wij U naar waarheid kennen. Ook dat moet ons door God gegeven worden. En tegelijk mogen we weten dat God het ons ZAL geven. We hebben gehoord, bij zondag 45, dat we er ook zeker van moeten zijn dat God ons gebed ZAL verhoren. En wanneer Christus ons zelfs bevolen heeft dit te bidden: uw naam worde geheiligd, dan mogen wij er al helemaal niet aan twijfelen: wanneer wij dit met waar geloof bidden, dan zal God ons dat absoluut niet weigeren.

Ik heb er al vaker op gewezen dat bidden n??it zonder bijbellezen kan. In zijn Woord reikt God ons al zo vaak de verhoring van onze gebeden aan. En dat is met deze bede wel heel duidelijk. Geef ons eerst dat wij U naar waarheid kennen. God l??t Zich kennen. God m??kt Zich aan ons bekend. Hij heeft ons zijn Woord gegeven. En in zijn Woord maakt Hij Zich aan ons bekend. Door het geloof kennen we Hem. Door het geloof aanvaarden we de Bijbel als zijn Woord, als zijn openbaring aan ons. Het is niet zo, dat als we ??nmaal geloven, dat we er dan zijn. Dat het dan voor de rest wel goed gaat.

En daarom bidden we of we verder mogen komen in het leren kennen van God. Dat we Hem steeds beter leren kennen. Dat Hij voor ons ook steeds meer en meer de heilige God wordt. De God, die voor ons de enige is, de God die heel ons leven beheerst. Wanneer wij de Bijbel lezen zonder te bidden, dan blijft Gods Woord voor ons een gesloten boek. Dan is de Bijbel interessant, om al de verhalen die erin staan, maar we leren God er niet uit kennen. Maar wanneer wij bidden zonder de Bijbel te lezen, ook dan zullen wij God nooit naar waarheid leren kennen. Dan bidden wij misschien wel: uw naam worde geheiligd, maar we willen zelf de verhoring van die bede niet zien en aanvaarden.

Maar wie God naar waarheid leert kennen, die zal Hem leren kennen in al zijn grootheid en goedheid. Die zal God leren kennen als de machtige, de almachtige God, hoog verheven en groot in majesteit, de heilige God. En die zal Hem tegelijk leren kennen als goede, trouwe en genadige Vader. Die in zijn grote genade en goedheid naar ons omziet en met ons omgaat. Die zal God leren kennen als de Heilige die de zonde niet kan verdragen, en die zal Hem leren kennen als de God die zonden vergeeft en naar ons omziet. Die niet met ons doet naar onze zonden, maar ons deelgeeft aan onverdiende zaligheden. Wie God naar waarheid leert kennen, die komt diep onder de indruk van deze machtige, grote en genadige God en Vader. Hoe meer hij God leert kennen, hoe meer hij beseft dat hij God nooit goed genoeg kan kennen. Hoe meer hij van God te weten komt, hoe meer hij er op uit is om nog meer te weten te komen. Hoe meer wij met de Bijbel bezig zijn, des te meer zullen we ons verbazen over onze God.

En dat wil God nu juist bereiken. Dat er aan onze verwondering geen einde meer is. Daar heeft God plezier in. Het is niet voor niets dat Hij met ons om wil gaan. Het is niet voor niets, dat Christus door zijn zware werk ons geheiligd heeft, zodat God met ons om kan gaan. God wil er juist van genieten, hoe wij van de ene verbazing in de andere vallen. Dat wij woorden tekort komen om onze blijdschap en verwondering uit te drukken.

Hij wil dat zijn naam voor ons een wonderlijke naam is. Een bijzondere naam. Dat we, wanneer we zijn naam noemen, dat met eerbied en ontzag doen, omdat we daarbij diep onder de indruk zijn van alles wat we van Hem weten. Want zo wordt zijn naam geheiligd. Door ons. Doordat wij Hem naar waarheid leren kennen. En vervolgens ook doordat wij daarop reageren. In onze woorden en in onze daden.

2.) Daarom gaan we Hem prijzen.

Want waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Wanneer wij God naar waarheid kennen, dan zullen we ook zijn werken zien, waarin Hij Zich openbaart. En dan kunnen we natuurlijk denken aan de natuur. De Nederlandse geloofsbelijdenis zegt in art. 2 dat we Hem kennen op twee manieren. En daarbij wordt dan genoemd als één van die twee de schepping, onderhouding en regering van de hele wereld. Daarin openbaart God Zich ook aan ons. Daarin kunnen wij zijn almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid zien. Hoe prachtig is die schepping. En let er maar op hoe die schepping vertelt over God. Daarin zullen wij ook Gods naam groot maken.

Ja, er zijn boeken en talloze films gemaakt over de wonderen van de natuur en de wonderen van het heelal. Maar in veel daarvan wordt de naam van God op geen enkele manier genoemd. En toch heeft God daarin juist zijn naam geschreven. Psalm 8: 'HEER, onze Heer, hoe heerlijk en verheven hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven... Heer, onze God, hoe vol van majesteit hebt Gij uw naam op aarde uitgebreid.' Let er maar eens op hoe in heel de Bijbel regelmatig gesproken wordt over de natuur als de verkondiger van Gods eer. Alles in de natuur wijst op de Grote Schepper. Waarom letten wij daar vaak nog zo weining op? God wil ook dat wij Hem daarin zien en daarin ook prijzen. God wil dat we Hem in het dagelijks leven steeds meer en meer leren kennen. In alles wat er gebeurt.

In de natuur. Maar ook in heel ons dagelijks leven. Alles ook wat de mens heeft voortgebracht. Dat is niet door zijn eigen kracht. Maar het is God, die hem bijna goddelijk heeft verheven. Die hem doet heersen over zee en land, Die hem al zijn werken in de hand gaf. Het is God, die de mens de mogelijkheden geeft om zijn schepping te ontwikkelen. Om al de grootse dingen te doen die de mens nu kan doen. Het is ook God, die ons ons dagelijks werk geeft. Het is God, die ons al deze rijkdom geeft. Herkennen we God daarin nog? We vinden het tegenwoordig toch wel moeilijk om ons geloof in ons dagelijks leven ook werkelijk te beleven. We zijn er in ons dagelijks leven zo weinig mee bezig.

En toch komen we God in ons dagelijks leven elke keer weer tegen. In alles wat we doen. In alles wat er op deze wereld gebeurt, komt God naar ons toe. Daarin openbaart Hij zijn werk aan ons. Willen we het zien of sluiten we onze ogen daarvoor? Paulus zegt in Romeinen 1 dat wij God inderdaad kunnen kennen uit zijn schepping. Dat geldt voor alle mensen. Er is niemand die God niet kan kennen. Er is niemand die kan zeggen: ik heb het niet geweten. Want iedereen kon het weten. God heeft zich niet maar alleen bekend gemaakt in zijn Woord. Maar Hij heeft in heel de schepping zijn naam geschreven. En daaruit kan iedereen Hem leren kennen. En daarom kan niemand zich verontschuldigen, dat hij het niet had kunnen weten.

Paulus zegt daarover:

19 daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. 20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. 21 Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart.

Door het ongeloof, doordat zij God niet willen zien, zien zij God ook niet. Maar de schuld daarvan ligt niet bij God. Die ligt bij de mensen zelf. Wij kunnen God nooit de schuld geven, dat Hij Zichzelf niet aan ons bekend gemaakt heeft. Heel de schepping spreekt duidelijke taal. Maar we moeten het wel willen zien. We zien ook tegenwoordig heel duidelijk dat zeer velen absoluut niets willen weten van God als de Schepper van dit alles. Van heel de schepping. Men verzint liever allerlei andere theorie?n, zoals de evolutietheorie, dan te moeten aanvaarden dat God dit alles geschapen heeft. Dat is nou een concreet voorbeeld van wat Paulus hier in Romeinen 1 bedoelt. Maar toch heeft God in zijn grote genade zijn Woord, de Bijbel, gegeven, waarin Hij ons daarop nog eens nadrukkelijk wijst: Hij is de Schepper en de Onderhouder van alles. Hij is ook de God die ons verlost, door zijn Zoon, onze Here Jezus Christus.

En dat wij, uit genade alleen, zonder dat wij er iets voor hebben kunnen doen, zijn kinderen mogen zijn. En wat is daarop nou ons antwoord? Daar gaat het om in deze bede. 'Uw naam worde geheiligd.' Dat wil zeggen dat wij bidden of God ons wil geven dat wij niets anders meer willen dan Hem groot maken. Hem prijzen. In heel ons leven. Dat we in heel ons leven erop uit zijn om Hem te eren. Daarvoor heeft Hij ons geschapen. Daarvoor heeft Hij ons ook weer verlost.

Door zijn Woord heeft Hij ons Hemzelf weer leren kennen. En daardoor mogen we Hem nu in heel ons leven zien en herkennen. Hoe meer we Hem leren kennen, uit zijn Woord, des te meer zullen we ook al zijn werken in ons leven herkennen. Des te meer zal de verlossing in ons leven werkelijkheid worden. De verlossing, onze verlossing, het werk van de Here Jezus Christus, zegt ons vaak nog zo weinig. Het heeft vaak nog zo weinig te betekenen in ons dagelijks leven. Omdat we dat in ons leven nog zo weinig herkennen. Laat staan dat we God daarin heiligen, roemen en prijzen. Het doel van heel ons leven is de naam van de HERE te heiligen. Daarvoor heeft God ons geschapen. Daarvoor heeft Hij ons ook weer verlost, nadat wij in zonde gevallen waren.

Hij wil dat ons leven één grote lofprijzing wordt. Waarin wij voortdurend erop uit zijn dat zijn naam geëerd en geprezen wordt. Laten we dan met een oprecht hart deze bede bidden: 'Uw naam worde geheiligd.' Wanneer we dat oprecht bidden, dan willen we ook niets anders, dan dat in heel ons leven het heiligen van Gods naam, door ons, ook steeds meer en meer werkelijkheid wordt.

Dan wordt ons leven één groot loflied op Gods grootheid en op zijn genade. Dan roemen wij, niet in onszelf, niet in onze eigen werken. Maar dan roemen wij, alleen in God. Wie roemt, roeme in de HERE. Dan roepen we het uit: God is liefde, o englenstem, mensentong, verheerlijkt Hem.

Amen

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter