Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

Ons gebed als eerste levensbehoefte in onze omgang met God (Psalmen 102)
Preek afkomstig van Ds. H.J. Boiten van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Zaltbommel.

           

Liturgie

Psalm 102 : 1 en 6

schriftlezing: Psalm 102

Psalm 103 : 5

Tekst: HC Zondag 45

Psalm 102 : 10 en 13

Psalm 5 : 9 en 10

Psalm 141 : 1 en 2

Preek

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Bidden, dat doen we vooral in moeilijke situaties. Als we ziek zijn, of als we in de moeiten zitten. Of ook wel voor en na het eten. Want als God het ons niet geeft, dan lijden we honger. Wij bidden, als we iets nodig hebben. En we danken als we iets van God gekregen hebben. Zo is God voor ons iemand geworden die in al onze levensbehoeften voorziet en onze noden oplost.

Nood leert bidden. Ja, dat is waar. Maar is ons gebed alleen maar beperkt tot wat we nodig hebben? Ik zou het vanmiddag juist heel anders willen formuleren. Het gebed is niet een vragen om voorziening in onze levensbehoeften. Nee, het gebed is zelf onze eerste levensbehoefte. Bidden h??rt bij het leven, zoals God dat geschapen heeft. Een leven zonder gebed, dat schiet totaal aan zijn doel voorbij.

thema: Ons gebed als eerste levensbehoefte in onze omgang met God.

1.) Waarom wij bidden:

2.) waarvoor wij bidden:

3.) hoe wij bidden.

1.) Waarom bidden wij?

Bidden is niet maar bedoeld voor moeilijke situaties. Bidden, dat is spreken met God. Omgaan met God. Onze omgang met God, dat is ook Gods doel met ons leven. Hij wil met ons omgaan. Daarvoor heeft Hij ons geschapen. Hij wilde ons ontmoeten, ons spreken. Hij wilde ons in die ontmoeting zijn liefde geven, om van ons liefde terug te ontvangen. Wij zijn niet gemaakt als automaten, of als wezens zonder verstand, zoals de dieren. Wij hebben verstand, een eigen wil, we kunnen God antwoord geven. Zo heeft Hij ons geschapen, omdat Hij zo met ons om wil gaan.

Als God ons als redeloze wezens, als dieren of als dingen geschapen had, als automaten, robots, dan zou Hij weinig plezier aan ons beleven. Wij zouden precies doen wat Hij wilde, zoals Hij ons voorgeprogrammeerd had. Maar dat is niet wat God wilde. God heeft mensen geschapen, mensen die konden reageren op wat Hij deed en zei. Mensen die konden reageren op de liefde die Hij aan hen bewees. En zo wilde Hij het. Dat de mens met Hem omging. Hij wilde samen met de mens aan het werk gaan om zijn eigen schepping tot nog grotere heerlijkheid te brengen. Hij heeft de mens geschapen, omdat Hij wilde dat de mens samen met Hem zou genieten van die wondermooie schepping. En er met Hem ook over zou praten. En met Hem en voor Hem aan het werk zou gaan. Het contact tussen God en de mens, dat is daarbij een wezenlijk en onmisbaar element. Zonder dat contact zou de schepping van de mens helemaal zinloos zijn. Dan zou God niet bereikt hebben wat Hij wilde.

Ons leven is daarom pas ?cht leven, wanneer wij omgaan met God. En omgaan met God, spreken met God, dat is bidden. We kunnen niet met God omgaan, wanneer we niet bidden. Ons gebed is de allereerste levensbehoefte. Je kunt niet zonder. Bidden kun je eigenlijk ook beschouwen als een soort werkoverleg. God wil ons betrekken bij zijn werk. Hij deed dat in het paradijs al. God had de mens geschapen. Adam. En Eva. En God kwam in de avondkoelte in het paradijs, dan wandelde Hij door de hof. Hij kwam dan naar het paradijs toe, de werkplek van de mens, om daar de mens te spreken. Om met de mens door zijn schepping te wandelen. Zoals wij op een mooie zomeravond ook zo heerlijk door de natuur kunnen wandelen en van de natuur kunnen genieten. Zo wandelde God samen met de mens, met Adam en Eva, door de hof. In de avondkoelte. En ondertussen spraken ze met elkaar. God en de mens. Ze bespraken hun werk. De mens vertelde aan God waar hij mee bezig geweest was. En wat hij van plan was te gaan doen. En God sprak er met hem over en hechtte er zijn goedkeuring aan. God luisterde naar wat de mens in te brengen had. En God gaf aanwijzingen.

Hebben Adam en Eva in het paradijs gebeden? Jazeker hebben ze gebeden. Bidden, dat is spreken met God. En of ze dat gedaan hebben! Elke dag! Het hoorde er helemaal bij, bij hun leven. Ze zagen ernaar uit om elke avond weer God te vertellen hoe mooi zijn schepping was en wat voor mogelijkheden er in die schepping lagen. Ze hadden God lief, van harte lief en wilden graag met Hem spreken. Zo was het in het paradijs. Maar de zondeval is gekomen. En de zonde heeft niet alleen veel in Gods mooie schepping kapot gemaakt. De zonde was allereerst een aantasten en verbreken van dat contact tussen God en de mens. Op de avond van de dag, waarop de zondeval plaatsvond, kwam God opnieuw naar het paradijs en Hij wandelde opnieuw in de avondkoelte. Maar deze keer kwamen Adam en Eva niet naar Hem toe. Ze waren bang voor Hem. God moest de mens roepen. Waar zijn jullie?

Dat was een droevig werkoverleg voor God, die avond. Hij moest de mens bestraffen. Wat Hij zo mooi gemaakt had, dat was kapot. De mens, zijn medearbeider, was tot een vijand geworden. In plaats van de schepping verder te ontwikkelen, had de mens haar kapot gemaakt. En, wat het ergste was: de mens had het contact met God verbroken. En alleen God Zelf wist hoe veel moeite het zou kosten om dat contact weer te herstellen. Wat er allemaal voor nodig was. Maar toch deed God het! Hij liet het er niet bij zitten. Hij zei niet: als de mens niet wil, laat Ik hem maar aan zijn lot over. Nee, God was in zijn grote genade er juist weer op uit om dat contact te herstellen. Hij wilde zijn mooie schepping niet zomaar verloren laten gaan. Hij wilde het weer goed maken. Hij wilde ook de mens weer goed maken. Hem herstellen, zodat God weer samen met de mens kon omgaan en samen met de mens van de schepping kon genieten. Zodat God bovenal weer van de mens zelf zou genieten. Zijn omgang met de mens. God die omgaat met ons mensen, mensen die Hem lief hebben. Maar daarvoor moest de mens wel weer helemaal vernieuwd worden.

En juist omdat God in zijn genade het toch weer met de mens wilde proberen, juist daarom zien we dat na de zondeval God toch weer het contact tussen Hem en de mens herstelt. Al is dat voor lange tijd een gebrekkig contact. Voordat dat contact weer volmaakt is, moet Christus eerst komen. Hij moet zijn verlossingswerk volbrengen. De hele schepping moet vernieuwd worden, en bovenal, de mens zelf moet vernieuwd worden. Maar ondertussen is er wel weer contact tussen God en mensen mogelijk. Hoe gebrekkig ook van de kant van de mens. En in Genesis 5 lezen we dat op een gegeven moment Henoch wandelde met God. Wandelen met God. Dat is haast weer net als in het paradijs. Hij wandelde met God door zijn schepping. Al was de schepping door de zonde aangetast. Er vond toch werkoverleg plaats. God besprak met Henoch zijn taak in deze schepping. Henoch ging met God om, zoals God het bij de schepping bedoeld had. Het is toch weer mogelijk! En dan wordt van Henoch gezegd dat hij niet meer was, want God had hem opgenomen.

Bidden, als een vorm van werkoverleg. Maar tegelijk is het meer dan alleen maar werkoverleg. Wij zijn arbeiders in Gods schepping. Maar tegelijk is er een verhouding van liefde. God is onze Vader, wij zijn zijn kinderen. En ook dat is iets wat medebepalend is voor ons gebed. Het is niet maar een zakelijk werkoverleg. Het is tegelijk ook een gesprek waarin de liefde betuigd wordt. God heeft eerst zijn enorme liefde aan ons getoond. En in het gebed antwoorden wij met het betuigen van onze liefde en aanbidding voor God. In ons gebed vertellen wij Hem hoe lief we Hem hebben. Dat wil God. Dat vraagt Hij van ons. Dat is een heel wezenlijk onderdeel van ons gebed. En ook dat we Hem in ons gebed prijzen, Hem vertellen hoe we Hem bezig zien in zijn schepping. O ja, Hij weet alles al. Hij heeft het Zelf allemaal gedaan. Maar Hij hoort het toch graag weer van zijn kind. Hij wil graag horen dat zijn kinderen het ook zien. En daarom wil Hij graag dat we het Hem in ons gebed vertellen. Zoals een kind zijn vader aan het werk heeft gezien, en dan later aan zijn vader vertelt wat hij precies gezien heeft. Vader weet natuurlijk zelf het beste wat hij gedaan heeft, maar het is prachtig om dat uit de mond van zijn eigen kind te horen. Zo hoort God ons ook graag vertellen over dat prachtige werk van Hemzelf in zijn schepping. Zo wordt Hij door zijn kinderen geprezen.

En wij, wijzelf hebben het nodig om met God te spreken. Een klein kind dat geen vader of moeder in de buurt heeft, dat zijn vader of zijn moeder niet kan vinden, terwijl het wel op zoek is, voelt zich in de steek gelaten. Eenzaam. Hij raakt in paniek. Zo is het met ons ook wanneer wij geen contact met God hebben. We vereenzamen. We hebben dan nog wel contact met medemensen, maar uiteindelijk voelen we ons toch alleen staan. Uiteindelijk moet je het toch allemaal zelf doen. En als je daarover nadenkt, ja, dan vliegt het je aan. Ik ben blij dat ik dat zelf niet hoef mee te maken. En uiteindelijk zal dat betekenen dat je afsterft. Leven zonder God, dat eindigt onherroepelijk bij de dood. De eeuwige dood. Leven zonder God, dat is onmogelijk. Dat kan gewoon niet. Dat is in feite al de dood.

Omgaan met God, dat hoort bij het leven. Dat is wezenlijk voor het leven, zoals God dat geschapen heeft. En zoals God dat ook herschept, door zijn verlossingswerk. Bidden, dat is je eerste levensbehoefte. Je allereerste levensbehoefte. Het is als adem halen. Je leeft op de adem van Gods stem. Adem kun je niet missen: dan stik je. Tegelijk is het ook zo: het ademen, dat hoort erbij, elke dag opnieuw. We gaan niet pas ademen als we het benauwd krijgen. Ja, als je het benauwd hebt, dan denk je er bewust om dat je adem moet halen. Maar ook als je het niet benauwd hebt moet je ademen. Anders krijg je het benauwd. Ademen is iets wat je doet, wat er gewoon bijhoort. Zo is het ook met het bidden. Het h??rt gewoon bij het leven. Het is je allereerste levensbehoefte. En als je het niet doet, dan kun je het flink benauwd krijgen. Nood leert bidden, zo zeggen we. En dat is inderdaad zo. In de benauwdheden leert Gods volk vaak naar God terug te gaan. In benauwdheden, zo lezen we in de Bijbel en zo weten we uit de geschiedenis, zoeken vele mensen God. Omdat ze merken dat ze zonder Hem niet k?nnen leven. God geeft zijn volk juist benauwdheden, moeiten, om het te doen beseffen dat het moet bidden! Dat het moet ademen!

2.) Waarvoor bidden wij?

In benauwdheden, in moeilijke omstandigheden, dan gaan we vaak bidden. Dan wordt ons gebed vaak heel intens. Want dan besef je dat je het heel hard nodig hebt! Maar bidden hoort bij heel het leven. Niet alleen in benauwdheden. Juist in benauwdheid besef je de noodzaak. Dan is het heel dringend. Wat in het dagelijks leven gewoon is, wordt dan heel dringend. Als je dan niet bidt, dan zul je onherroepelijk stikken, stikken in je moeiten. In je benauwdheden. Dan zal je omgang met God afsterven. Dan zul je God kwijt raken. Door de zonde is de ellende in ons leven gekomen. De benauwdheid. Door de zonde is het gebed daarom des te meer noodzakelijk.

Maar ook voor de zondeval was er al het regelmatig gesprek van de mens met God. Ik vertelde er net al over. Na de zondeval is het contact met God verbroken. Maar God herstelt die omgang, dat contact, door de Here Jezus Christus. Daarom kon de mens, direct na de zondeval weer, met God omgaan. Maar het is toch anders: de zonde is er nu ook. Nog steeds. We weten: het wordt straks weer volmaakt. Maar de zonde is er nu wel. En de zonde bedreigt dat contact met God voortdurend. Daarom is ons gebed, dat voor de zondeval haast vanzelfsprekend was, nu niet meer zo vanzelfsprekend. We moeten erop l?tten dat we bidden. Anders komen we om.

Bidden, dat is die band met God vasthouden. Daar is ons gebed dan ook op gericht. Bidden om met God in contact te mogen blijven. Dat is heel belangrijk. Bidden om met God te blijven omgaan. En dat is alleen mogelijk door Christus. Christus houdt, door zijn Geest, onze omgang met God in stand. De Heilige Geest doet ons bidden. De Heilige Geest Zelf bidt voor ons. Hij bidt, wanneer wij geen woorden meer kunnen vinden om te bidden. Wanneer wij God zoeken, maar in onze benauwdheden bijna ondergaan. Dan herstelt de Geest van Christus dat contact met God, doordat Hij ons gebed naar God toe brengt.

En zo mogen wij naar God toe gaan. Ook in onze moeilijkste omstandigheden. Zo mogen wij door Gods genade ook dan blijven ademen, leven op de adem van zijn stem. Bidden, omgaan met God. Dat is het mooiste wat er is. Bidden, omgaan met God. Dat is al een doel op zich. We bidden niet allereerst om iets van God te krijgen. Om Hem onze verlanglijstjes voor te leggen. God is geen sinterklaas. Maar we bidden allereerst of toch bovenal die omgang met Hem in stand mag blijven. Het leven met God.

Die omgang in liefde, waarin wij voortdurend uit zijn op Gods eer. De eer van onze Vader in de hemel. Hem hebben we van harte lief en we willen dan ook allereerst dat Hij geëerd wordt. Ook door ons. En dat is bepalend voor ons gebed. De Here Jezus heeft ons in het 'onze Vader' allereerst leren bidden: uw naam worde geheiligd, uw koninkrijk kome, uw wil geschiede. Dat zijn niet maar drie beden, in een serie van zes, maar deze beden zijn richting-bepalend voor heel ons gebed. Alles wat wij vervolgens tegen God zeggen en van Hem vragen, wordt beheerst door deze eerste drie beden. De eer van Gods naam, de komst van zijn koninkrijk en het volbrengen van zijn wil. En ook onze zgn. 'vrije' gebeden zullen gericht zijn op Gods eer, op zijn Koninkrijk en gehoorzaamheid aan zijn wil. Dat is een gebed dat door God verhoord wordt. Je mag zeker bidden in benauwdheden: je mag je moeiten aan Hem voorleggen. Je bidt in ziekte, in zorgen. Breng dat maar bij God. Leg het aan Hem voor. Breng dat maar in je gesprek met Hem. In je werkoverleg. Het is op dat moment iets heel wezenlijks in je leven. Je loopt er tegenaan. Heel je leven leef je in overleg met God. Dus ook dat breng je in in je werkoverleg.

En vraag dan vervolgens wat je ermee aan moet. Verwacht niet dat God dan op het gebed meteen genezing of verbetering geeft. Daar gaat het niet om in het gebed. Verwacht wel van God dat God jou inzicht geeft hoe jij in die omstandigheden verder moet. Vergelijk het maar met een werkoverleg: je komt bepaalde moeiten tegen, soms zelfs heel direct in je eigen persoonlijke omstandigheden. Die bespreek je met God. En God laat jou dan zien hoe je verder moet. Het is niet zo dat God dan eventjes die moeiten voor jou uit de weg ruimt, zodat jij verder op je gemakje door kunt slenteren langs de prachtige etalages van Gods schepping. Nee, jij moet er weer mee aan het werk, in Gods schepping, in zijn dienst. En God laat jou zien h?e je ermee aan het werk moet. En daarom zul je in je gebed juist daarom vragen, om dat inzicht. En ga niet klagen als God die moeiten niet zomaar wegneemt. Wees juist blij dat God het jou waardig vindt om die grote moeiten één te pakken. God stelt vertrouwen in je! God weet dat je het aankunt, anders had Hij jou die taak ook niet te dragen gegeven. Aanvaard daarom blijmoedig die taak. In de Bijbel wordt gesproken over gelovigen die blijmoedig zelfs vervolgingen aanvaard hebben (vgl. Petrus en Johannes, die voor het Sanhedrin moesten verschijnen, hoe ze vervolgens gegeseld werden, maar ook hoe blij ze waren dat ze dit mochten dragen, voor Christus). Ze aanvaardden dat wat God op hun weg legde, blijmoedig: niet omdat het nou eenmaal moest, omdat het er nou eenmaal bijhoorde, maar juist omdat God hen zo'n zware taak opdroeg. Zij waren blij dat God zoveel vertrouwen in hen stelde, dat zij die taak mochten uitvoeren.

Ik weet het, het is heel moeilijk om zo te leven. Het is moeilijk te verwerken, als je ernstig ziek bent of diep in de problemen zit. Je kunt er soms aan onderdoor gaan. Ons geloof is vaak nog zo ontzettend zwak. We zijn vaak nog zoveel op onszelf gericht. We zouden zo graag willen dat God er was om onze moeiten op te lossen, om ons antwoorden te geven op al de vragen die we hebben. Maar de antwoorden die God geeft, die aanvaarden we niet. 'Mijn genade is u genoeg', zo zei God tegen Paulus, die ook met zulke vragen worstelde. Met andere woorden: God maakte Paulus duidelijk dat het nu eenmaal zijn taak was, die hij van God gekregen had. En die taak kon hij aan, omdat God hem die taak toevertrouwde. God zal nooit iemand een taak toevertrouwen die hij niet aankan. God weet wat wij aankunnen. En daarom zei God tegen Paulus: Mijn genade is u genoeg. Mogen leven van Gods genade. Mogen leven op de adem van zijn stem. Dat is het. Met God mee mogen werken aan de opbouw van zijn Koninkrijk en de eer van zijn naam. Dat is genade. Dat is rijkdom! En wie gelovig de taak op zich neemt die God hem daarin geeft, ook al is dat een moeilijk ziekbed, of een zware weg door veel problemen heen, die weet dat hij daarvoor ook de krachten en de mogelijkheden heeft. Omdat God hem die geeft. En God geeft nooit iets te dragen wat onze krachten te boven gaat. Hij weet wie wij zijn. Dat wij leven op de adem van zijn stem.

3.) Hoe bidden wij?

Zo bidden, dat staat eigenlijk wel heel ver van ons af. We zijn zo gewend van ons gebed een vragenlijst te maken. Om God telkens maar weer te bidden voor bepaalde dingen. Op zich is het ook niet verkeerd om God om iets te bidden. En om daar herhaaldelijk om te vragen. Maar toch, we hebben toch wel moeiten met de zgn. onverhoorde gebeden. We zeggen dan dat God alle gebeden verhoort. De Catechismus zegt dat ook, in zondag 52, als het gaat over het woordje 'Amen'. Maar toch, er zijn zovele gebeden die God eigenlijk niet verhoort. Althans, zo denken we dan.

Als je niet krijgt wat je vraagt, kun je dan nog wel zeggen dat God je gebed verhoort? Dan lijkt de hemel soms wel van koper. Dan lijkt het wel alsof onze gebeden God niet bereiken. Dan zeggen we met de dichter van psalm 102: 'HEER, hoor mijn gebed, laat blijken dat mijn klachten U bereiken.' Wanneer je psalm 102 doorleest, dan is de eerste helft één en al ellende. Maar als je goed leest, dan zie je dat de dichter daar ook alleen maar klaagt over zichzelf, over zijn eigen ellende. Tot aan vers 11 is het allemaal zijn eigen ellende, wat hij daar opnoemt. Maar in vers 11 komt hij tot de erkenning dat het Gods toorn is, die hem in deze ellende terecht bracht. En in vers 24 komt hij daar weer op terug. De HERE heeft hem gebroken, hem in zijn ellende neergeworpen. Waarom? Kennelijk om hem tot inkeer te brengen.

En dat is het wat ook de wending aangeeft in psalm 102. Als de dichter tot de erkenning komt dat het Gods toorn is, die hem in de ellende bracht, dan verandert ook de toon van de psalm. Het is geen klaagzang meer, maar het is een lofpsalm op Gods majesteit en macht en op zijn barmhartigheid en liefde. Daar gaat het om. Wat er ook verandert, wat er ook ondergaat, God blijft eeuwig, en Hij is in eeuwigheid dezelfde. En dan zien we ook, als de dichter zich daarop richt, dat hij spreekt over de verhoring van het gebed. Hij spreekt dan niet meer over hemzelf. Over wat God aan hem zal doen. Maar over Sion. Over Gods koninkrijk. En de eer van Gods naam onder de volken. De dichter is zeker van de verhoring van dat gebed. Niet van het herstel van zijn eigen glorie. Maar wel van de eer van God. En zo loopt deze psalm, die als een klaagzang begonnen is, uit op de lof van God. Al lezen we nergens dat de dichter uit zijn ellende is verlost. In feite is hij al uit zijn ellende verlost, juist doordat zijn jammerklacht door God veranderd is in een lofzang.

D?t is zijn verlossing. God heeft zijn gebed verhoort, al tijdens het gebed zelf. Niet door hem te bevrijden. Al weet hij dat dat uiteindelijk ook zal gebeuren. Maar God heeft zijn gebed verhoord, door hem nu blijdschap te geven, juist in het loven en grootmaken van de HERE. Zo omgaan met God, dat moet je oefenen. Dat komt niet vanzelf. We moeten allereerst van het idee af, dat ons gebed alleen maar een vragen is aan God. Dat is niet zo. Anders hadden Adam en Eva in het paradijs niet hoeven bidden. Alles ging toen toch goed? Ons bidden, dat is de levende omgang met God. Waarin we voortdurend erop uit zijn om God groot te maken. Over zijn liefde en over zijn majesteit te spreken en Hem erom te prijzen. En ook om onszelf, met heel ons bezig zijn en alles wat ons bezig houdt, ook met onze moeiten en verdriet, aan Hem toe te vertrouwen en ons in zijn dienst te stellen. En dan vragen wij Hem, om ons aan het werk te zetten. Aan het werk te zetten, ook met de moeiten die Hij ons te dragen geeft. Wij vertellen God niet hoe Hij onze problemen moet oplossen, maar we vragen God of Hij ons vertelt hoe wij onze problemen moeten oplossen.

Oefenen. Dat is belangrijk. Neem het 'Onze Vader' maar voor je. Begin je gebed maar met God te prijzen en God te bidden of Hij Zelf zijn eigen naam wil verheerlijken. Ook in jouw leven. Of Hij Zelf zijn Koninkrijk wil doen komen met kracht, ook door jouw leven. Of Hij ook jou gehoorzaamheid wil bijbrengen aan zijn wil. Laat dat je gebed maar beheersen. O, en dan mag je gerust alles wat je in je leven tegenkomt, aan de HERE voorleggen. Als dat eerste je gebed beheerst, dan wordt het gebed nooit oneerbiedig, wat je dan ook aan de HERE vertelt. Want dan is dat alles ondergeschikt aan Gods eer en aan zijn Koninkrijk. Dan staat dat alles toch in dat kader. En dan mag je ook gerust aan de HERE vertellen, dat je verdriet hebt. En dat je het moeilijk vindt om ziek te zijn. D?n mag je ook aan de HERE vertellen, dat je het moeilijk vindt om heel je leven van Hem te houden. Hem lief te hebben. En de zonden te haten. En dan zul je ook zeker Gods genade ontvangen. En die genade is voor je genoeg. Ja, en dan ook werkelijk meer dan genoeg. D?n kun je er weer tegen. D?n kun je weer volop aan het werk. Voor God. Tot zijn eer.

Amen

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter