Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

God nabij? (Lukas 6: 46-49)
Preek afkomstig van Ds. P. Warners van de Samen Op Weg Kerk te Utrecht.

       

Liturgie

Lezingen:

Psalm 145

Lucas 6:46-49

Preek

't Schepsel beeft en staat verwonderd, als de God der ere dondert. Mijn vader citeerde die zin als het onweerde. Uit de oude berijming psalm 29:2. Wij zijn niet meer zo geneigd in onweer onmiddellijk iets van God te horen. Toch zijn er momenten dat je voor je gevoel iets van God beleeft. Sprakeloos bent. Sprakeloos van bewondering. Van ontroering. Je beeft en staat verwonderd. Je kunt geen woord uitbrengen. Laat staan vinden. Alles in je doet mee. Je bent gebed. Je bent dank. Je bent lof. Een paar keer heb ik dat gehad. Een landschap. Zo mooi, dat ik het gevoel had: God heeft het net bedacht. Een zonsondergang aan de Westkust van Schotland. Alsof je de schepping in zijn oerheid en zuiverheid beleeft. Sprakeloos. Je komt niet verder dan '?h' en '?h' en 'moet je toch eens zien...' Graag zou je het vasthouden. De herinnering blijft. Het moment zelf kun je niet meer oproepen.

Mij schiet een chassidisch verhaal te binnen. Een herder kon niet lezen. Hij was diep bedroefd omdat hij de woorden uit het gebedenboek niet kon lezen. Hoe moest hij de Almachtige benaderen? Hij riep uit 'Alef, Beth' en de andere Hebreeuwse letters die hij zich te binnen kon brengen. Hij zei tegen God: 'Ik kan de woorden niet lezen. In plaats daarvan bied ik u de letters aan. U weet hoe U ze op de goede manier bij elkaar kunt zetten. Maakt U er alstublieft woorden van waarin u behagen hebt.' Het verhaal gaat verder dat de Rebbe uit die tijd aan de hemel vroeg wat het lot van zijn volk zou zijn. Hij hoorde het besluit van Boven: 'God zal de smekingen van zijn volk beantwoorden op grond van de schoonheid en oprechtheid die door die herder is uitgedrukt.' (Benjamin Blech: Understanding Judaism, p 210,211)

Dat '?h' en '?h' waar ik het net over had. Een vorm van sprakeloze lofprijzing. Uit het diepst van je ziel. Alleen wat klanken uitstoten. Daarmee niets en toch alles zeggen. Misschien is dat wel wat de bijbel tongentaal noemt... 'Aromimcha...' Eerste woord van psalm 145. Ik wil U verheffen. Verbeelding of niet: in dat eerste woord hoor ik al die emoties. De grootheid. De onpeilbaarheid. De onzegbaarheid. Alle letters van het alfabet worden in het geweer geroepen. Elk vers van psalm 145 begint met de volgende letter van het Hebreeuwse alphabet. Psalm 119 is ook zo ??n. Een lettergedicht van 22 strofen. Daarin wordt de volmaaktheid van de wet uitgedrukt. In onze psalm de grootheid en onpeilbaarheid van de Eeuwige.. Een kunstwerk om iets uit te drukken van de grootsheid en kunstigheid van de schepping.

Nog een verhaal. Een vraag aan Albert Einstein. Kort voor zijn dood. Een bevriende kernfysicus vroeg: 'is het heelal, zoals u het kent, denkbaar zonder een schepper-God?' Einstein antwoordde: 'Kan dit universum in heel zijn miljoenvoudige orde en precisie het resultaat van een blind toeval zijn? Dat is net zo geloofwaardig als wanneer een drukkerij explodeert. Vervolgens komen alle drukletters weer op de grond terecht in de voltooide en foutloze vorm van het woordenboek van Van Dale.' (Pinchas Lapide: uit de Bijbel leren leven, blz 14,15).

Alle letters van het alfabet worden in het geweer geroepen. De kenners onder ons is inmiddels iets opgevallen. Er ontbreekt een letter. In de liturgie aangegeven. Tussen vers 13 en 14. De nun. Ik kom daar nog wel op.

'Aromimcha' - eerste woord van de psalm. Ik zal U verhogen. God verhogen. Betekent dat: ik zelf wordt steeds kleiner? Nietiger? Een belangrijke uitlegkundige regel van de rabbijnen: kijk waar een woord of de stam van het woord voor het eerst in de Tora voorkomt. Het Hebreeuwse oor hoort hier de echo van de eerste keer dat deze juichkreet schalde. Hem wil ik verhogen. Exodus 15:2. Het lied dat schalde aan de Schelfzee. Toen Israël daardoor geleid was. In dit lied klinkt voor het eerst de verrassing van Israël door. De verrassing om het onvoorstelbare wonder. De Schepper van hemel en aarde is afgedaald naar de wereld in antwoord op de noodkreten van Zijn volk. De verrassing is niet dat de Schepper onmetelijk hoog boven zijn schepping verheven is. Dat weet elk religieus gemoed. De verrassing is dat Hij ondanks zijn verhevenheid zo op Zijn schepselen betrokken is. Zo dicht, dat in Israël de gedachte kan opkomen 'Hem tot een woning te zijn. ' Zo kun je exodus 15:2 ook vertalen: Deze (die ons heeft uitgeleid) is mijn God, Hem zal ik woning zijn.' Dat betekent: je leven zodanig in overeenstemming met zijn wil inrichten, dat Hij Zijn Aanwezigheid tussen de zijnen op aarde kan doen wonen. (S.R.Hirsch).

In dat eerste woord van psalm 145 wordt die nabijheid al uitgedrukt. Geen misverstand. De rest van de psalm is uitwerking. Van de grootheid en de nabijheid. Van generatie op generatie. Je hebt voor- en nageslacht er bij nodig om die grootheid en die nabijheid van de Eeuwige te beseffen. En uit te dragen. De Schepper een God van mensen. Zie Israël. Zie Jezus. Opdat alle mensenkinderen het zullen weten. Woord voor woord zou je deze psalm moeten uitleggen vanuit dat eerste woord. Maar ja - de tijd. Daarom nog een paar dingen. Ja op die ontbrekende letter kom ik ook.

Het gaat over die God die zijn hand opent en verzadigt al wat leeft naar wat het wil. In de Joodse gebedspraktijk wordt deze psalm drie keer op een dag gebeden. Als vers 16 gedachtenloos gezegd is moet de bidder hem van voor af weer zeggen. Velen plegen daarom bij het zeggen van dit vers de eigen hand te openen. Ze heffen hem wat op en leggen iets opzij voor de armen. Als God op aarde woont dan door de mensen die zijn wil doen. Die hun hand openen en daarmee Gods hand laten zien. Bovendien vertaalt een midrasj dit vers: Hij verzadigt al wat leeft met wil. Hij geeft eerst - zo wordt uitgelegd - ieder die voor Hem openstaat om de dingen te willen die bij God horen. Zo kan God ze dan gaan geven wat ze willen. Tot heil van de mensen. Zo wordt ook vers 19 uitgelegd als: de wil van die Hem vrezen, vormt Hij en daarmee hebben ze toekomst.

Dat zit ook in de ontbrekende letter. Waarom ontbreekt die ?ne? De nun. Wetenschappelijke commentaren brommen iets van: de tekst is hier beschadigd. En ze proberen te achterhalen wat er gestaan moet hebben. Vergeefse moeite. Ik denk: met opzet weggelaten. De letter nun is 50. En 50 staat voor de volheid van God. De hele psalm gaat daar over. Over die volheid. Die 50. 50. 50. Waar doet je dat aan denken? Hoe was het ook alweer... 50. 50e. Toen de 50e dag vervuld werd... Pinksteren. Onze naam voor dat feest betekent niets anders dan: 50e. De dag dat Gods volheid over mensen wordt uitgestort.

In de Joodse traditie: De dag dat het volk de Tora krijgt en op zich neemt met de woorden: Alwat de HEER gesproken heeft zullen wij doen en daarnaar zullen wij horen.

In onze traditie: de dag, dat de kerk zich te binnen brengt dat de Geest van Jezus over en in mensen komt. Jezus, die zo vol was van God, dat wij in Hem Gods beeld en gelijkenis zien, de mens zoals hij geschapen is naar Gods bedoeling. Zozeer, dat je in Hem God Zelf herkennen kunt. Jezus die de Tora ten volle vervuld heeft. Als de Geest van Jezus over ons en in ons komt - dan gaan we niet alleen zijn woorden h?ren maar ook doen. Dan doen ook wij de Tora! Werkelijk vol van God worden is: met beide benen in de werkelijkheid van vandaag staan. Bepaald niet uit de wereld zijn! Gods werk is pas volmaakt als wij er ons in laten betrekken.

God heeft Zijn volheid in onze handen gelegd. God waagt het met onze handen. Met onze voeten. Met ons hart. Wij zijn mee betrokken in het schragen van allen die vallen. Grote delen van de wereld schreeuwen om voedsel. Aller ogen zijn bewust of onbewust op Hem gericht. Wij weten dat God in zijn goedheid en voorzienigheid inderdaad voor allen genoeg heeft gegeven. Op Zijn tijd. Dat is de tijd dat het nodig is. Zo groot is Gods welbehagen, dat zijnerzijds niets de mensheid ontbreekt. Dat is zijn voorzienigheid. Hij heeft voorzien. Het daarmee tot onze verantwoordelijkheid gemaakt.

Het komt er op aan, dat wij Gods gerechtigheid spelen. Zo staat het in het lied van Hans Bouma, dat wij zongen. Niet spellen maar spelen. Op Zijn tijd, die voor ons genadetijd is. Door te delen. Een gelijkenis spelen van Gods gerechtigheid. Teken van bereidheid tot werkelijk leven uit Gods hand, als Gods beeld en gelijkenis... Als God zelf....

Daar gaat het toch om? Mensen die zo vol zijn van Hem, dat zij Zijn gerechtigheid spelen in het rollenspel in deze wereld. We mogen God doen. Gebouwd op de rots der eeuwen. In het spoor van Jezus, die ons voorgaat, inspireert met zijn Geest, weer op onze voeten zet als we volledig misgestapt zijn en uitgegleden. Zo worden de woorden van de psalm waar. Tot eer van God. Tot heil van de naaste.

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk dit even aan ons door te geven. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter