Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

GELEID WORDEN DOOR DE GEEST (Romeinen 8:1-17 & Galaten 3:19 - 4:7)
Preek afkomstig van Hans. J. F. van Veen. Sen. Pastor van de te Budel (NB).

       

Preek

Over leiding gesproken, daar wil ik het eens over hebben vandaag. Weet je, we kunnen vandaag aan de dag wel eigenwijs denken, dat je zelf je boontjes wel kunt doppen, maar binnen de kortste keren kom je er dan achter dat je zonder leiding niet zo ver komt. Dat je zonder (BEGE)leiding niet goed terecht komt.

Op vakanties, bijvoorbeeld en ook op tochten, genieten we wanneer er een goede reisleider is. Veel van het slagen in die weken hangt voor een deel af van de reisleider, Waar brengt hij/zij je heen, wie is het, en hoe doet hij of zij het. Soms geniet je al van tevoren dat je een goede reisleider hebt, en zo iemand brengt je van plaats naar plaats, en laat je elke plek die de moeite waard is zien. Meer dan eens keer je terug van een geslaagde vakantie, zij het dat er ook veel afhangt van de groep.

Gods kinderen zijn onderweg, Niet op een vakantietocht en zeker niet als zwervers. Hoewel elk van Gods kinderen het slot van Psalm 119 heel goed begrijpt: v: 176. Ik heb gedwaald als een verloren schaap, zoek uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten. Gods kinderen zijn op reis naar het beloofde land. Ze verkeren op deze aarde als pelgrims, op weg naar Sion.

Je hebt wellicht wel eens gehoord van het bekende boek van John Bunyan (of hebt het misschien gelezen):De pelgrimsreis naar de eeuwigheid. Je hoeft niet op eigen kracht op pad te gaan. De Heere Zelf brengt je op het smalle pad en Hij houdt je er ook op. Hij geeft je zelfs de beste Reisleider, Die denkbaar is. Hij geeft je op deze reis de Heilige Geest, en deze houdt je op de weg, laat je veel zien en brengt je op je bestemming.

Typerend is dat de Heilige Geest ons telkens ergens vandaan moet halen. Want in Galaten 5: 18 zegt Paulus dat zij, die door de Geest geleid worden, niet meer onder de wet zijn. De Heilige Geest verlost namelijk van de slavernij van de wet. De gemeenten in Galatië waren zo goed begonnen, zo lezen we. Ze zijn door Christus zalig geworden. Ze hadden Hem en Zijn volbrachte werk in het oog. Jezus Christus is als de gekruisigde hen voor ogen geschilderd, kan de apostel zeggen.

Maar wat is er toen gebeurd? Dwaalleraars kwamen en zeiden dat ze zelf toch wel het één en ander moesten doen en dat ze aan het werk moesten. En zo gingen deze christenen van het pad af, door te denken dat je er komt door Gods genade in Christus en door werken. Paulus toornt op deze christenen en roept verbaasd uit: (Galaten 3) :1. O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn: denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde? wie heeft u betoverd? U bent toch goed begonnen! Wie heeft u van het goede spoor afgebracht?

Met alle ernst wijst hij hen op Christus en op Zijn werk alleen. In Galaten 5: 18 voegt hij er aan toe dat de Geest Gods kinderen leidt en dat ze daarom niet meer onder de wet zijn. Ze zijn geen slaven, die zoveel voor hun Heer moeten doen. Ze staan niet in dienst van een slavenhouder! Ze zijn geen slaven, maar kinderen. Geen knechten, maar kinderen van God. En een kind draait geen uren voor zijn baas, maar mag elk moment thuis zijn bij Vader.

Wat doet de Heilige Geest? Hij haalt Gods kinderen, die zo snel weer vervallen tot dienstwerk en tot allerlei wetswerken. om daarmee toch iets te verdienen, weg uit deze sfeer. Hij laat hen zien dat ze kinderen van God zijn en dat ze van de verdiensten van Zijn Zoon vrij als kinderen mogen leven. De Heilige Geest brengt als het ware tot dit kinderleven, tot dit kinderlijk eenvoudig leven, dicht bij de Heere en voor de Heere. In het Oude Testament klonk het, - - - - (hetgeen jammer genoeg vroeger was, - - - -dat elke zondag morgen in de eerste kerkdienst,): Ik ben de Heere, Uw God Die u uit het diensthuis uitgeleid hebt. Gods volk werd uit Egypte geleid. Gods Geest laat weten dat Hij uit het diensthuis, uit de slavernij leidt en brengt tot de vrijheid van Gods kinderen. De Heilige Geest leidt namelijk tot Christus, zodat Gods kinderen zien, en al meer gaan zien dat alle werk door Hem is volbracht. De Geest neemt het uit Christus en verkondigt het telkens weer: u hoeft het werk niet te doen; het is gedaan. Het is volbracht!

Daarom gaat de Heilige Geest (steeds meer) onze ogen openen voor Christus en voor Zijn werk. Je gaat zien dat Zijn offer genoeg is en dat je aan Zijn voorbede genoeg hebt. Dat Hij de grote Profeet is, Die je alles leert. Dat Hij de grote Hogepriester is, Die het verzoenend werk heeft verricht, en dat Hij de Koning is, Die je beschermt en leidt en voor je zorgt.

Zo ga je Christus kennen als de volkomen Zaligmaker. Je ontdekt welke schatten in Hem voor jou klaar liggen en dat al wat van Hem is voor jou is. Zo wordt je schatrijk in Christus, door Hem steeds meer nodig te krijgen en je leert tegelijk uit Hem te leven. - - - - Het lijkt wel alsof je steeds dichter bij Hem komt en hoe langer hoe meer van Hem ziet. Dat is nu uitgerekend het werk van de Heilige Geest in je, Die je leidt naar Hem en Die je achter Christus Zijn Vader laat zien, zodat je niet alleen de liefde van Christus gaat ervaren, maar ook meer gaat zien van de liefde van de Vader. Hij heeft je zo uitnemend liefgehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon voor jou, verdorven mens, over had.

Vandaag praten de mensen niet meer zo, maar vroeger zei men nogal eens: dat zijn doorgeleide (standvastige) christenen. Zijn deze er nu dan niet meer? Wat bedoelde men te zeggen? Kun je zeggen dat er gelovigen zijn, die zo doorgeleid zijn, dat er niets meer te leiden is? Dat de Geest geen werk meer aan hen heeft?. Men bedoelde te zeggen, dat zulke mensen door de Heilige Geest door het werk van Christus heengeleid werden. Ze komen er doorheen. Ze zien steeds meer, want de Geest gaat door met Zijn werk. Hoe de Geest dit doet? Hij leidt Gods kinderen door Gods Woord heen. Dat is de reisgids van de Heilige Geest. Het Woord van God is het Woord van de Geest. We spreken niet ten onrechte over Christus in de Schriften. Met andere woorden in: de Schriften vinden we Christus. Maar daartoe moeten we leiding ontvangen. De Heilige Geest is de Geest der waarheid, Die het Woord van Zichzelf zo opent dat je Christus ontdekt. Zoals de Ethiopiër in Jesaja 53 zat te lezen en doordat de Geest Filippus naar hem toe leidde, deze man in de Schrift leidde en zo hem liet ontdekken Wie Christus was, als het Lam van God.

De Heilige Geest leidt door het Woord heen tot Christus en zo tot de zekerheid van het geloof en tot de blijdschap in het geloof. Steeds vaster ga je geloven: er staat geschreven! De Bijbel wordt door deze Gids het kompas op je weg. Daarom ga je zoveel van Gods Woord houden en lees je er vaker in. Ga je er ook naar leven. Je gaat de taal van Psalm 119 niet alleen begrijpen, maar ook overnemen, want deze Psalm is één loflied op het Woord van God!. Vanuit dit Woord ga je de beloften van het evangelie zien en daarop vertrouwen, daaruit leven en daarop hopen. Al de gebeden uit Psalm 119 worden jou gebeden, omdat je steeds meer leert vragen: gedenk aan het Woord, waarop U mij verwachting hebt gegeven. Zo ga je steeds krachtiger pleiten op Gods beloften en veel meer van de Heere verwachten.

Zo bid je niet alleen om leiding van de Heilige Geest, maar geef je je ook over aan Zijn leiding. Je weet dat Hij het goed doet en dat hij je op de beste plaats brengt. Met Palm 143 kun je bidden (vers 10) : Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God Uw goede Geest geleide mij in een effen land. - - - - Maar je geeft de leiding ook over, uit handen, je vertrouwt de leiding van je leven toe aan een Ander. En dat is heel wat, want vaak wil je het zelf doen en denk je het zelf beter te weten. Maar je komt erachter dat de Geest alleen weet wat bij God hoort en hoe je het beste kunt reizen Als Hij de leiding van je leven in handen heeft, gaat het goed. Al gaat het over de smalste paden en langs steilten die je de adem doet inhouden, - - - - je komt er. Hij weet de weg! Hij leidt je op de weg zodat je goed terechtkomt. Dat je niet dwaalt en verdwaalt. Hij leert je steeds meer afhankelijkheid.

Nu leidt de Geest de één anders dan de ander. Dat moeten we aan de Geest overlaten. Hij leidt naar Zijn wijsheid. Hij weet wat een ieder nodig heeft. Maar elk van Gods kinderen zal op deze manier in Sion komen. De één als hij/zij oud geworden is, de ander terwijl hij/zij nog jong is. Al Gods kinderen, zonder enige uitzondering, worden door de Geest geleid. Zou je je daarom niet laten leiden en de leiding helemaal toevertrouwen aan de Heilige Geest?

De Heilige Geest leidt Gods kinderen, zegt Paulus ook in Romeinen 8. Van deze kinderen geldt dat ze niet een geest van dienstbaarheid hebben. Die geest hadden ze. Ze waren slaven, die bang waren dat ze het niet goed deden voor hun Baas. Maar dat is verleden tijd, laat de apostel weten. De mensen in Rome, die eerst in geestelijke slavernij verkeerden, hebben nu een andere geest ontvangen. Ze zijn totaal veranderd en in een geheel andere wereld terechtgekomen. Ze hebben ontvangen de Geest van het kindschap. Met andere woorden; ze héten niet alleen kinderen van God, maar ze zijn het ook. Ze hebben een kinderhart, een kinderziel. Ze zijn geen kinderen des toorns meer, geen kinderen van de vader der leugens, maar ze zijn van vader, veranderd, omdat ze kinderen van God zijn geworden. Ze zijn door Hem tot kinderen aangenomen.

Dat is een groot wonder, want wie neemt nu zulke dwarse kinderen aan? Wie verheft zulke goddeloze kinderen nu tot de positie van kinderen van God? Dat is het grote wonder. Zó is God, in Zijn grote zondaarsliefde. Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, zo mocht Jeremia (in hoofdstuk 31) al zeggen. En deze liefde is openbaar geworden in Gods Zoon. Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, dat wij kinderen van God genoemd mogen worden. En we zijn het ook, roept de apostel Johannes verwonderd uit (1 Johannes 3):1. Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods zouden genaamd worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent. :2. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zien, gelijk Hij is. :3. En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.

Kinderen van God zijn voor de grondlegging der wereld uitverkoren in Christus, zo lezen we in het machtig hoofdstuk 1 van Efeze. Hij heeft ons tevoren bestemd om als kinderen van God te worden aangenomen. Het is te danken aan Zijn eeuwig welbehagen. En daarom begrijp je er niets van, maar dan ook helemaal niets en kun je je alleen maar verwonderen en je afvragen: hoe kan het! Daarom zingen al Gods kinderen over heel de wereld zo graag met Psalm 89: het is door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen. Uw vrije gunst wordt de ere toegebracht! Hierin is de liefde van God geopenbaard, dat Hij Zij Zoon overgaf, om zondaren als Zijn kinderen aan te nemen. Hierin is de liefde, niet dat wij Hem hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad. Je moet de brieven van Johannes er maar eens op nalezen. Aan de Galaten schrijft Paulus: gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus (Gal.3:26) .Zoals we in Johannes 1:12 lezen:
zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk hen, die in Zijn naam geloven.
Je wordt kind van God door het geloof, want Gods verkiezing en Gods aanneming gaan niet buiten ons geloof om en staan niet met elkaar op gespannen voet. Er geloofden er zovelen, als er uitverkoren waren, lezen we in (Handelingen 13): 48. Als nu de heidenen dit hoorden, verblijden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven. Dat wil zeggen dat zij die zo door God zijn aangenomen, metterdaad gaan geloven. Zij ontvangen het geloof en beoefenen het geloof. Het kan niet anders in het koninkrijk van God. Zo werkt God nu eenmaal!. Hier blijft een spanning bestaan, die we niet kunnen opheffen en die we ook niet met onze redeneringen moeten proberen op te lossen. Laat Gods verkiezing en het zalig worden door het geloof maar allebei eerbiedig staan. - - - - Maak er ernst mee. De verkiezing tot kind van God is het werk van de Vader. Op grond van het werk van Gods Zoon kunnen we tot kind van God worden aangenomen. En de Geest van God werkt het geloof in ons hart. Het is alles Gods werk, het werk van de drie-enige God. En toch - - - - God gelooft niet voor ons, maar roept ons om te geloven - - - - Gééft het geloof.

Paulus schrijft dat Gods kinderen de geest van aanneming tot kinderen ontvangen. Ze gaan van binnenuit iets krijgen, waardoor hun handen uitgestrekt raken en ze gaan aannemen wat God aanbiedt. Dat is iets wonderlijks. Je kunt het niet verklaren. Maar het gebeurt. Lege handen (want zo ga je ze zien) worden uitgestrekt naar God, om ze gevuld te krijgen. Hoe kinderlijk het geloof ook is, hartelijk wordt ervaren: daar strekt zich al mijn lust en liefde heen! Deze geest zit in Gods kinderen en deze geest komt steeds meer openbaar. Zo ontstaan geloofsoefeningen, zoals men dit wel uitdrukte.

Je ziel verlangt naar God, Als een kind, dat naar huis loopt, zo loop je God aan en je gaat met de verloren zoon/dochter mee, op weg naar God. Want je hebt ontvangen (en je beseft maar al te goed dat het alleen maar ontvangen is!) de geest van aanneming tot kinderen. Zo is je geestelijk (be) leven. Het hele geloofsleven is niet anders dan aannemen. Ieder begrijpt wel dat het niet een aannemen is, zoals je een eurostuk aanneemt. Je neemt niet een ding aan, maar je neemt God aan. Iemand heeft eens gezegd: het eerste wat een christen doet is het aannemen van Christus en al Zijn weldaden. En wat is het tweede ?. Het aannemen van Christus en al Zijn weldaden, want Gods kinderen hebben de geest van aanneming. Ze kunnen niet eens anders.

Aannemen en aanroepen gaan hand in hand. Zo schrijft Paulus erover in Romeinen 8. Het aannemen blijkt uit het aanroepen. En wie kent de tekst niet: een ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. Gods Geest getuigt namelijk met onze geest dat we kinderen van God zijn. Er staat niet dat Gods Geest áán onze geest getuigt, alsof we een stem uit de hemel hebben te verwachten. Er zijn wel mensen die daarop wachten en daarnaar uitzien. Dán zouden ze zeker zijn, menen ze. De Geest getuigt mét onze geest, want wanneer Gods kinderen in Gods Woord lezen (en de Geest leidt hen daartoe en daardoor, zoals we zagen), dan worden zij het eens met Gods getuigenis. Ze gaan het Woord van God naspreken. De Heilige Geest is voortdurend bezig om hen helemaal Gods Woord te laten na-zeggen. Er amen op te laten zeggen.

Zo praten Gods kinderen, het zichzelf niet aan dat ze kinderen van God zijn, maar de Geest getuigt en zij getuigen, dat wil zeggen dat ze overtuigd worden. Gods Woord overtuigt hen. Al zou iedereen zeggen: het is niet waar, dan nog geloven ze wat Gods Woord zegt. En zo worden ze hoe langer hoe meer overtuigd, door God, door Gods Geest. Calvijn schrijft:\\\'' Ons gemoed immers zou ons uit eigen beweging dit geloof niet dicteren, indien de getuigenis van de Heilige Geest niet vooraf ging\\\''. Om nog een citaat van Calvijn te geven: \\\''Ongetwijfeld, daar alleen het geloofsvertrouwen ons de mond opent, zal onze tong stom zijn om een gebed te vormen, tenzij de Geest in onze harten getuigenis geeft aangaande de vaderlijke liefde van God. Wij moeten toch altijd aan dit beginsel vast houden: dat wij God niet anders op de rechte wijze aanbidden, dan, gelijk wij Hem met de mond Vader noemen, wij evenzo in ons gemoed vast overtuigd zijn, dat Hij dit ook is
Het wordt ons gegeven dat we zien dat we kind van God zijn, vooral dat God onze Vader is. En daarom gaan we, daar de Heilige Geest met onze geest meegetuigd. roepen: Abba, Vader!. Wij roepen U als onze Vader aan. Evenals Maranatha en Amen is Abba een Aramees woord. Maar het zegt wel wat. Sommige woorden kun je beter niet vertalen, want je kunt in een andere taal niet weergeven wat je bedoelt te zeggen. Denk alleen ons woord papa. Dat zeg je niet tot iedereen. Het zijn van die vertrouwelijk klinkende woorden, die je maar voor één persoon gebruikt.

Ik keek er heel verrast van op toen ik op het strand van Eilat was in 2000, dat er achter me ineens een jongetje de aandacht van zijn vader vroeg en zo maar zei, met een toontje dat ik nooit zal vergeten: Abba!. Tóén begreep ik het. Ik had geen uitleg meer nodig! Zo mogen Gods kinderen gezamenlijk zeggen: onze Vader, Die in de hemelen zijt. Maar zo mag ook elk kind van God heel vertrouwelijk tot God gaan en Hem zomaar Abba noemen. Lieve Vader!. En antwoord hierop krijg je beslist, lees maar: Mijn geliefde kind, Ik houd van jou! Mijn Zoon Jezus vergoot Zijn bloed voor jou, om jou rein te maken; Geloof dat dat waar is! Je bent beminnelijk in mijn ogen en Ik schiep jou precies zoals je bent. Heb geen kritiek op jezelf of haal jezelf niet omlaag omdat je niet volmaakt bent in je eigen ogen. Dat leidt slechts tot frustratie. Ik wens dat je Mij vertrouwt, telkens één stap, één dag tegelijk.

Blijf rusten in Mijn macht en in Mijn liefde, en wees - - - - wees jezelf! Laat je niet opjagen door andere mensen. Ik wil je leiden als je Mij de kans wilt geven. Wees bij alles bewust van Mijn tegenwoordigheid. Ik geef jou geduld, vreugde, vrede, en verwacht van mij antwoorden, want Ik ben je Herder, en Ik wil jou leiden.

Volg slechts Mij, - - - - vergeet dit nooit. Luister en Ik zal je Mijn wil vertellen. Ik bemin jou! Ik bemin jou. Laat dit van je uitstromen - giet het over alles wat je aanraakt. Wees niet bezig met jezelf, want je bent voor Mijn verantwoording. Ik wil jou veranderen, haast zonder dat je het zelf merkt. Je moet jezelf beminnen en anderen beminnen, eenvoudig omdat ik jou bemin. Wend je ogen af van jezelf. Zie alleen op Mij,
Ik verander, Ik maak, - maar niet als je het zelf probeert. Ik wil niet vechten tegen jou krachtsinspanningen.

Je bent van Mij, gun Mij de vreugde jou te maken als Christus. Laat Mij jou beminnen! Laat Mij aan jou vreugde, vrede en vriendelijkheid geven. Niemand anders kan dat, zie je dat niet? Je bent niet van jezelf. Je bent gekocht met het bloed en nu behoor je aan Mij toe. Het is werkelijk jou zaak niet hoe Ik je behandel. Jouw enige opdracht is te letten op Mij - en Mij alleen! Nooit op jezelf en nooit op anderen. Ik bemin jou. Worstel niet zo, maar ontspan je in Mijn Liefde.

Ik weet wat het beste is en zal dat in jou doen. Wat verlang Ik naar vrijheid om jou te beminnen! Stop ermee iets te zijn en laat Mij jou maken tot wat Ik graag wil. Mijn wil is volmaakt! Mijn liefde is voldoende! Ik zal in jou behoefte voorzien! Zie op Mij! Ik bemin jou. Je hemelse Vader.

De Vadernaam van God wordt wel eens te vlot uitgesproken en te lichtvaardig gebruikt, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, dat God onze Vader is. Maar ook gebruiken Gods kinderen deze Naam wel eens te weinig en zou er meer vertrouwelijke omgang met de Vader mogen en moeten zijn en zou er meer kindertaal gehoord moeten worden en het veel vaker kinderlijk eenvoudig moeten gezegd worden: Abba! Het is de Heilige Geest die leert roepen: Abba. En in dit roepen zit een element van verwondering, als we goed luisteren naar de inhoud van dit roepen. Er komt ootmoed. Er is iets van de intonatie van de verloren zoon. De Heilige Geest leert je zo roepen en almeer roepen. Zo komen Gods kinderen steeds dichter bij de Vader en gaan meer op de Vader vertrouwen en willen graag voor deze Vader leven.
Op geen andere wijze dan door de aanroeping van God wordt ons geloof bewezen. Dan eerst komt vast te staan hoe oprecht je gelooft. Roepen wij zelf God zó aan? Heel vertrouwelijk? Omdat de Heilige Geest ons daartoe brengt? Want wie door de Geest geleid wordt, spreekt zo, en bidt zo. Zo iemand, zegt Paulus in Romeinen 8 en 9, wie - - - - de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. Dan worden we ertoe opgeroepen om te gaan roepen, want een ieder die de Naam des Heeren aanroept ZAL zalig worden. (Handelingen 2:21)
Wat een zegen wanneer de Heilige Geest in ons werkzaam is en we eenvoudig God als onze Vader mogen aanspreken. We hebben niet ontvangen de geest van dienstbaarheid tot vrees, zegt Paulus, maar de geest van aanneming tot kinderen, waardoor wij roepen en steeds meer gaan roepen: Abba, Vader!

Die Geest getuigt met onze geest dat we kinderen van God zijn. Kinderen van deze trouwe Vader.

AMEN.

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk dit even aan ons door te geven. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter