Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

DIENEN ALS HIJ (Lukas 22:24-30)
Preek afkomstig van Hans. J. F. van Veen. Sen. Pastor van de te Budel (NB).

       

Liturgie

LEZEN. LUCAS 22: 24-30

SLEUTELTEKST: LUCAS 22:27

Preek

“Maar IK ben in het midden van u als EEN Die dient”.

De ontmoetingen van de Heer onder vier ogen met een ziel zijn kenmerkend voor het Evangelie van Johannes.
De Heer wordt daar dikwijls voorgesteld als handelend in vertrouwen met de zondaar. HIJ onderhoudt Zich persoonlijk met hem, dikwijls zonder dat daar getuigen bij zijn.
Deze verhalen laten de manier zien waarop de Zoon van GOD en een ziel met elkaar in aanraking komen, en daarin ligt hun grote waarde.
Verschillend van elkaar door de toestand van de betrokken personen vormen zij een schilderij van eeuwige waarde, hetgeen we zien in de volgende geschiedenissen:

Nicodemus, uit Johannes 3, de leraar naar het oude verbond, die echter niet alles van GODS werk weet;

De Samaritaanse uit Johannes 4, waar we leren dat het Goddelijk plan verder gaat dan het heil van de zondaar;

De zieke in Bethesda, uit Johannes 5, beeld van een ziel in zijn ellende, zijn totale machteloosheid, tegenover de eis van de wet, voor zijn genezing;

De genezing van de blindgeborene uit Johannes 9, duisternis en licht tegenover elkaar gesteld.

Al deze geschiedenissen verheffen ons tot onvergetelijke hoogte. We zien GOD Zelf in verhouding met mensen, met hun verschillende noden. - - - Maar zij dienen tegelijkertijd als ondersteuning van de leer, een openbaring van kostelijke betekenis. Het geeft ons kostbaar praktisch onderricht hoe dienstknechten van GOD met zielen om moeten gaan. GOD heeft Zijn werk op aarde in Christus kunnen voltooien.

Nu zijn zij die Christus toebehoren, de instrumenten waardoor GOD werkt. Ze zijn allen geroepen om te dienen; zij vertegenwoordigen GOD in deze wereld. - - - Het voorbeeld van de Heer staat dus voor een ieder van ons. “Want hiertoe zijt gij geroepen, want ook Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen” (1Petr.2-21).

De Heer is er om antwoord te geven op de nood van Zijn schepsel in welke toestand die zich ook bevindt. HIJ doe dat altijd in Genade en Waarheid, en dit geldt voor alle ontmoetingen, of het nu gaat om:

de leraar in Israël, die de waarheid van de nieuwe geboorte niet kent (Joh.3), of
een persoon die zedelijk afwijkt (Joh.4), of
een mens die niet in staat is te profiteren van de wet (Joh.5), of erdoor veroordeeld wordt (Joh.8), of
de mens in toestand van geestelijke blindheid (Joh.9), of
de dode mens (Joh.11).

De Genade en de Waarheid zijn door Jezus Christus geworden. Dat is op zo’n manier gebeurd dat de heerlijkheid van de Zoon van GOD op aarde schittert.

Tot Nicodémus, die een leraar van de wet was, heeft de Heer Zich als overste Leraar gericht. Het gaat hier om de openbaring van de gehele Waarheid. In Zijn onderhoud met hem geeft HIJ op geen enkel punt toe, HIJ spreekt met een duidelijkheid die af en toe hard zou kunnen schijnen.

Heel anders is de weg die de Heer gaat om het hart en het geweten van de Samaritaanse vrouw te bereiken. HIJ spreekt de vrouw aan op het punt waar zij nu is.
De Waarheid heeft geen werking op de ziel als zij boven de praktische toestand van de ziel uitgaat.
Aan de Samaritaanse stelt de Heer zich dus niet voor als Leraar, maar als Heiland. HIJ stelt Zich op haar hoogte, spreekt haar aan op het terrein van haar dagelijkse gedachten, en HIJ spreekt tot haar over de dingen die zij kan begrijpen.

Een dienst moet altijd op deze manier worden uitgevoerd. De betrouwbaarste dienst blijft zonder resultaat als het bij theorie blijft. Ze moet toegepast worden op de toestand waarin de ziel zich op dat moment bevindt.
Niets is zo moeilijk als werkelijk contact met de ziel, je zou bijna zeggen: onmogelijk als de genade van GOD het niet bewerkt. Een aanknopingspunt vinden met de waarheid, die wij naar GODS gedachte te zeggen hebben, passend bij de toestand van de persoon met wie wij in aanraking komen, kan dus niet zonder oefening.

Juist door het gebrek aan oefening blijven veel pogingen onvruchtbaar. Het is dan ons werk en niet het werk van GOD. Het kan gebeuren dat wij iemand vermanen die vertroost had moeten worden.
Het punt is eerst werkelijk contact te vinden met de ziel, te weten wat werkelijk nodig is in biddend overleg met HEM. Het si de Heer Die de zegen geeft.
De dienstknecht heeft veel geduld nodig in de loop van het gesprek, het is een voortdurende oefening, maar in alle gevallen moet hij op duidelijke wijze geroepen zijn tot de dienst die hij op zich neemt.

De broodnodige afhankelijkheid zal verwerkelijkt worden als de dienstknecht niet uit het oog verliest dat het om het werk van de Heer gaat, - - - om GODS werk. Als we ons daar niet van bewust zijn, zal onze dienst tevergeefs zijn.
Om met een hart, met een geweten te spreken moet men de toestand van het hart, het geweten kennen en alleen GOD kent het. Daarom zal de dienstknecht de persoon tot wie hij zich richt, alleen bereiken als hij bewaard wordt in afhankelijkheid van GOD.
Dan zal de Heilige Geest hem het Woord op de juiste plaats geven. Het heeft misschien wel niet gelijk resultaat, en de ziel wordt niet gelijk getroffen, maar het werk van GOD is begonnen in het hart, en dat is vaak een geleidelijk proces. (Het is vaak ook voor de dienstknecht misschien beter het resultaat van zijn woorden niet te weten.)

Daarom is er ook geduld nodig, en in Johannes 4 in het bijzonder zien wij de Heer met veel geduld te werk gaan.
Het is bijvoorbeeld treffend dat HIJ eerst over stoffelijke dingen tot de vrouw spreekt, - - - zij is gekomen om water te putten. De Heer Zelf, vermoeid van de reis, het dorst.
Over deze dingen, lichamelijke behoeften, - - - begint de Heer met de vrouw te spreken. HIJ moet hiermee beginnen, want en ander woord had misschien het gevaar opgeleverd de vrouw af te stoten of haar te laten vertrekken, HIJ probeerde haar te winnen, met beleid, zonder haast.

Het is belangrijk erop te letten dat de Heer Zich in geen enkel opzicht boven de Samaritaanse vrouw verheft (Joh.4:1-42). HIJ stelt Zich op haar niveau.
De neiging om zich te verheffen boven hen die men wil dienen, is algemeen aanwezig. Zij die voor de Heer willen werken, moeten er voor oppassen als zij met anderen spreken.

Als wij onszelf willen dienen, verborgen of in het openbaar, en teveel spreken over onze activiteiten, dan verachten wij het voorbeeld van onze Heere Jezus, en wij lopen dan het gevaar dat wij de persoon voor wie we ons interesseren, niets kunnen brengen omdat zelfverloochening onmisbaar is om te kunnen dienen.

Laten we kijken naar HEM, op Wie al de heerlijkheid van GODS raadsbesluiten rust, een Man vermoeid van de reis, Die niets heeft, geen geld, geen relaties, geen invloed, schijnbaar de zwakste van alle mensen.
Dat was de weg van de vrijwillige vernedering van de Zoon van GOD. Het heeft HEM gebracht tot het niveau van het schepsel, uitgenomen de zonde. Het schepsel, tot wie HIJ Zich wilde richten, had een schuldig geweten, en we zien dat in de hof van Eden. Direct na de zondeval werd het wantrouwig en vreesachtig. De vernedering van de Zoon was nodig om het vertrouwen van het schepsel te winnen.

De Heer geeft ons het voorbeeld van de dienst en de toepassing daarvan. HIJ is bij de Samaritaanse alsof HIJ niets anders te doen heeft, alsof Zijn hele dienst bestond uit deze ontmoeting.
Hij wijdt zich er helemaal aan, en het is deze toewijding die ons vaak ontbreekt, de toewijding die ons met oprechte en diepe belangstelling zou laten vragen naar de omstandigheden van hen met wie wij spreken.
Er is geen andere toegang tot de ziel dan deze, in het bijzonder bij onbekeerden.

Deze toewijding komt voort uit de Goddelijke liefde. GOD werkt als Degene Die de wereld zo lief had. Dat wij als Zijn arbeiders dezelfde liefde mogen tonen!

De Goddelijke liefde leidt de Heer naar de put van Sichar om de Samaritaanse vrouw te ontmoeten, en deze liefde wint haar vertrouwen.
Zij ziet: dat is geen Samaritaan, maar een Jood, en ze is verrast. Ze denkt: “Kijk, Iemand die mij niet veracht, Die Zich niet beter voelt dan ik”. Deze manier van doen verwondert ook de discipelen.
Onze natuurlijke neiging tot regeltjes en beginseltjes is zo erg, dat als de Heere Jezus Zich regelrecht tot het hart richt, HIJ ons verbaast.

In de geest van de vrouw gaat het eenvoudig om een van die menselijke scheidingen die tussen verschillende klassen van mensen hier op godsdienstig vlak tussen Joden en Samaritanen zijn opgericht.
Laten we ervoor oppassen enige afstand te laten voelen, en laten we daartoe vervuld zijn met de liefde van GOD door de Heilige Geest.
Dat is een kwestie van werkelijkheid en niet van theorie. We zullen elke keer opnieuw hierin geoefend moeten worden, en wat onszelf betreft in de tegenwoordigheid van GOD moeten blijven.

In Zijn tegenwoordigheid verdwijnt elk werelds onderscheid, en alles wat de menselijke trots veroorzaakt, wordt daar geoordeeld. Daarom zijn alle godsdienstige rangen en standen ook net zo’n grote gruwel.

Het onveranderlijke beginsel dat wij ons voortdurend moeten blijven herinneren, is: “Onder u zal het niet zo zijn. Maar een ieder die onder u groot wil woorden, die zij uw dienstknecht” (Matth.20:26).
Deze nederigheid, waarvan de Heer ons het volmaakte voorbeeld geeft, is niet de vrucht van onze eigen wil.

Nagebootste nederigheid is in het oog van GOD niet beter dan een bedekte hoogmoed. - - - Nabootsen van toewijding is ook zonder waarde voor de Heer. Wat waar is in HEM, is ook waar in de Zijnen; alleen de “karaktertrekken” die wij in Christus zien en die HIJ in ons wil voortbrengen, hebben waarde.

Laten we eraan denken dat deze Goddelijke trekken, toewijding en nederigheid, uitsluitend openbaringen van de nieuwe mens zijn.
Laten we moed vatten, niet om die trekken uitwendig na te bootsen, maar om uit diezelfde bron te drinken als zij die ons zijn voorgegaan, om nederigheid te verwerkelijken, die het bewustzijn van de tegenwoordigheid van GOD in de gelovige met zich meebrengt, en die zich openbaart door toewijding in afhankelijkheid.
Dit legt de vinger op veel dingen die de dienst een deel van de kracht en waarde zouden kunnen ontnemen.

Het is gemakkelijk zich bezig te houden met veel verschillende diensten, maar het is moeilijker één dienst goed te volbrengen, een dienst in het verborgen, maar een dienst door de Heer opgedragen en erkend.
De praktische toestand, met het oog op een doeltreffende dienst, houdt boven alles in: de nederigheid van hem die dient.

Er bestaan twee grote gevaren in relatie tot de werking van de dienst. De eerste is de geneigdheid om te zeggen: Omdat GOD alles doet, waarom moeten wij dan iets doen? Zo spreekt het vlees van de luiaard.
Laten we nooit vergeten dat GOD zowel door de Zijnen als in de Zijnen werkt. De tweede is de geneigdheid om iets te gaan doen zonder diepe en voortdurende oefening van het hart.

De luiheid van het vlees te vervangen door de ijver van onze menselijke wil en door een menselijke toewijding is zeker niet naar de gedachte van GOD.
Het kan zijn dat men voor een dienst terugschrikt omdat men terugschrikt voor de voorafgaande oefening (van het hart) die deze dienst eist. In dat geval is het ook luiheid.

Een leven van dienst is een leven van ononderbroken gemeenschap met de Heer. Om te kunnen dienen moet je van tevoren met HEM geweest zijn. Dat geldt ook tijdens de dienst en na het beëindigen van de dienst.
Als de dienst afgelopen is, kunnen er nog gevaren zijn. - - - Dienen is bij HEM zijn. Wij hoeven niet te kiezen wat we zouden moeten doen. De Heer heeft niet gekozen, want Zijn oor werd iedere morgen geopend door de Heere HEERE en HIJ luisterde als die geleerd moest worden (Jes.50:4).

ZIJN hele dienst was voor HEM afgebakend, en net zo min als HIJ, moeten wij kiezen. En hoe vaak doen we dat toch! Gebeurt het niet soms, dat we aarzelen om een bezoek te brengen, omdat we zo weinig aanknopingspunten hebben met de te bezoeken persoon?
Of dat we een dienst nalaten, die ons in de schaduw zou stellen, terwijl we eigenlijk iets zoeken wat ons meer op de voorgrond stelt?
Laten we toch liever naar de Heer luisteren. HIJ geeft het geheim van het grootste geluk dat iemand op aarde kan smaken:

“Mijn spijs is, dat IK de wil doe van HEM Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng” (Joh.4:34)

Laten we er ook aan denken dat een dienstknecht tot op een zeker ogenblik gediend kan hebben in afhankelijkheid, maar daarna handelt op een wijze die tegenovergesteld is aan de wil van de Heer.
Een goede praktische toestand is inderdaad niet iets wat men eens voor altijd heeft verkregen. Het veronderstelt een voortdurende waakzaamheid.
De afhankelijkheid in de dienst moet onophoudelijk vernieuwd worden. Het gevaar van gewoonte (sleur) bestaat overal en in de dienst in het bijzonder.

De Heer had geen gewoonte in die zin dat ze sleur waren. Het Christelijk leven kan en mag ook geen sleur worden. De dienst is gen vak, want als het dat wordt, is het geen dienst meer. In de Christenheid heeft men het gemakkelijk gevonden de diensten te veranderen in beroepen, en de Christelijke dienst vereist net als het Christelijk leven zelf een ononderbroken oefening.

Er wordt nog een les geleerd bij de put van Sichar in Johannes 4.
De Heer is er alleen. Er is geen trainer in de dienst, er is niet iemand die je op weg helpt, een persoon die je stuurt en je leidt. Je kunt elkaar aanmoedigen, elkaar aansporen, zoals Paulus dat doet bij Archippus. Je kunt ook samen een dienst verrichten.

Paulus spreekt dikwijls over zijn medearbeiders, over zijn medewerkers en medestrijders, maar de dienst met zijn tweeën sluit op geen enkele wijze de afhankelijkheid uit van elk van hen.

Omdat iedereen onbewust de neiging heeft om te wandelen met het geloof van de ander, is de persoonlijke afhankelijkheid moeilijker te verwerkelijken in een dienst met zijn tweeën.
De Heer heeft zijn discipelen twee aan twee weggezonden. Zij vormden tezamen een afdoend en volledig getuigenis, twee getuigen van de Heer.

In het geval van een dienst voor twee personen staan beide dienstknechten niet altijd op hetzelfde vlak of dezelfde geestelijke hoogte. De jongeling van Jonathan droeg zijn wapens, en schijnbaar heeft hij nog niet veel bijzonders gedaan, maar hij was een steun, een aanvulling voor zijn meester (1Sam.14:7-13).

Dat is ook zo als je als vriend bidt voor de arbeider in de dienst van de Heer. Toen Paulus samen met Barnabas werkte, had ieder zijn deel in het werk, - - - het deel van Paulus viel misschien meer in het oog, maar tussen hen was geen jaloezie.
Timotheus had met Paulus in het Evangelie gewerkt, gediend, zoals een kind zijn vader helpt (Fil.2:22). Paulus kon van hem zeggen: “Want ik heb niemand van gelijke gezindheid als hij “(vs.20).

Marcus is wel begonnen, maar heeft niet volgehouden, - - - en Barnabas, - - - Barnabas zelf een dienaar van grote waarde, houd er mee op. De dienst met z’n tweeën was dus moeilijk, al in de tijd van de apostelen.

De Heer roept iedere dienstknecht afzonderlijk, en dat sluit samenwerking niet uit, integendeel. Maar het kan alleen goed gaan als ieder geroepen is alsof hij alleen was.
Iemand kan een dienstknecht volgen end at kan alleen naar de wil van GOD zijn tot zijn onderricht, laten daarom er voor oppassen regeltjes op te stellen over dit onderwerp, en dat geldt ook voor andere onderwerpen, behalve dit ene: afhankelijkheid.

Een broeder kan niet een andere broeder tot dienst aanzetten, hi kan hem wel te hulp komen. Als hij onderscheidingsvermogen heeft en GOD vreest, dan zal hij erkennen dat zijn broeder iets van de Heer heeft ontvangen.
Ten eerste zal hij voor hem bidden, hem aanmoedigen, maar zonde te dwingen. Iemand aanzetten is hem blootstellen aan struikelen, je zet n.l. iemand op een plaats waarvoor hij misschien niet geroepen is, of je moedigt hem aan tot dingen die boven zijn geloof gaan.

Wij lezen dat Paulus wilde dat Timothéus met hem mee zou gaan (Hand. 16:3), maar we lezen ook dat de genadegave voor de dienst door profetie en door de oplegging van handen van de gezamenlijke oudsten aan Timothéus was gegeven (1 Tim.4:14). Zeker, de Geest had het eerst gesproken, zoals dat ook in Antiochië was gebeurd.
Waar godsvrucht is, zullen ook roepingen komen van GOD. In Jesaja 6 lezen we: “Wie zal IK zenden, en wie zal voor Ons heengaan? Toen zeide ik: Zie hier ben ik, zend mij heen” (vs.8). Het beginsel is: GOD zendt haat Zijn dienaar.

Het feit dat de roeping van GOD moet komen, is des te ernstiger omdat men tegenwoordig de neiging heeft dat te vergeten. Wij weten dat iedere dienstknecht zijn dienst moet verrichten vanuit zijn persoonlijk geloof, zelfs als hij de dienst verricht in samenwerking met anderen.

Dat sluit gemeenschappelijke activiteiten niet uit. Gemeenschappelijke ondernemingen waarvoor men genoegen neemt met een vermenging van personen van wie de een geroepen is en de ander niet, - - - vinden we niet in de Schrift. Behalve op de manier - - - en dat is belangrijk - - - zoals staat in Hand. 14:26 en Filippi 1:27. De Heer is de Meester van de dienst en van Hem zijn allen afhankelijk en moeten inderdaad rechtstreeks afhankelijk zijn.
Dat sluit materiële hulp voor de dienst niet uit. Dat is een openbaring van gemeenschap in de dienst.

In de tegenwoordige wereld ziet men steeds meer vriendschappelijke vormen van samenwerking, en deze verbindingen winnen terrein in de Christelijke kringen.
Organisaties gaan met elkaar vriendschappelijke verbindingen aan, waar nog niets georganiseerd was, worden nu comités geïnstalleerd.

Gelijkvormigheid aan de wereld overweldigt het Christelijk terrein. Groter, meer invloed, geen verspilling van arbeidskracht en economischer werken kunnen de plausibele achterliggende ideeën zijn, en deze manier is in tegenstelling met het werk van GOD en in tegenstelling met wat de Schrift leert.

Dikwijls zijn deze verbindingen gebaseerd op het bestaan en het spel van de persoonlijke wil, niet onderworpen en gehoorzaam aan de Heer. Het vlees wordt er door aangemoedigd in plaats van bestreden, en zo zijn dergelijke dingen die niet steunen op de wil van de Heer alleen, - - - zijn een groot gevaar.
Waar comités de plaats innemen van de persoonlijke roeping en als er geen rekening gehouden wordt met een persoonlijke opdracht voor het aangezicht van de Heer, wordt er veel schade aangericht.

Laten we wensen dat er in de gemeente zo’n sfeer heerst als in Antiochië, dat de Geest Zich er kan uitdrukken zoals daar het geval was, met de profeten en leraar (Hand.13:1).
“En terwijl zij de Heer dienden en vastten, zei de Heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe IK hen geroepen heb” (Hand.13:2).

Niet de profeten en leraars hebben Barnabas en Saulus gezonden, ook de gemeente niet, maar de sfeer van godsvrucht heeft de Geest veroorloofd de wil van GOD duidelijk te maken.
In de gemeenschap met de Geest hebben zij na oefeningen van vasten en gebed hun handen opgelegd, als teken van gemeenschap, en zij hebben hen de Heer aanbevolen.

Een dergelijke sfeer van godsvrucht is onmiskenbaar wenselijk in de Gemeente, zodat de Geest kan handelen zonder bedroefd te worden. De zwakheid die wij in de praktijk van de dienst moeten betreuren, staat in relatie met het feit dat het geestelijke niveau van de individuele gemeentes laag is.

Dat vormt de hinderpaal voor de ontplooiing van de kracht van de Geest door middel van hen die de Heer wil gebruiken in Zijn dienst. Er is dus een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en een persoonlijke verantwoordelijkheid van hen die deel uitmaken van de Gemeente van GOD. Laat ieder daaraan denken als wij wensen dat het werk van de Heer gedaan wordt zoals HIJ dat wenst.

Laten we stilstaan bij wat dat inhoudt. Dat de liefde van de Heer - - - - die onverenigbaar is met elke persoonlijke gedachte, wil of belang - - - onze enige begeerte in de dienst mag zijn.

Amen

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk dit even aan ons door te geven. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter