Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

TERUG NAAR BETHEL (Genesis 35)
Preek afkomstig van Hans. J. F. van Veen. Sen. Pastor van de te Budel (NB).

       

Preek

Als we kijken naar deze schriftlezing (van vandaag), dan zien we dat we geconfronteerd worden met een gezin dat “zwaar in de problemen” zit. Het gaat immers helemaal niet goed in het gezin van Jacob. We zouden zelfs zonder overdrijving rustig kunnen stellen dat het in het leven van deze aartsvader tot een echt dieptepunt is gekomen.

Wie de samenhang van het verhaal niet meer zo goed kent, raad ik aan om maar eens de hoofdstukken 27 tot en met 35 er eens rustig op na te slaan, en dan zul je het met me eens zijn dat Jacob er “tot over zij oren in de problemen zit”.
Stel jezelf maar even in de plaats van onze “aartsvader: zijn dochter Dina werd door de Sichemieten zopas onteerd. Dat kan je als vader en hoofd van de familie toch zeker niet onverschillig laten. En alsof dat feit op zich nog niet erg genoeg was, hebben zijn zonen er zich ook nog mee gaan bemoeien.
Zij hebben gemeend dat ze wraak moesten nemen. Dat op zichzelf natuurlijk is altijd verkeerd, maar bovendien hebben ze het op een alles behalve goed te praten manier gedaan: met mooipraterij hebben ze de stam van Hemor zo ver weten te krijgen, dat de mannen van dit volk zich lieten besnijden, zogezegd om op die manier huwelijken met vrouwen uit de stam van Jacob mogelijk te maken.
En wanneer dit gebeurd is, en de mannen van de Sichemieten liggen te bed - - - ziek van de wondkoorts, - - - dan gaan de zonen van Jacob over tot de aanval en maken ze deze mensen in hun slaap af. Een laffe moordpartij, waarna ze dan de stad totaal plunderen en vrouwen, kinderen, vee en alle andere bezittingen als buit meenemen. We kunnen dit gerust “misdadigheid van de bovenste plank” noemen.
En Jacob steekt zijn afkeer en angst dan ook niet onder stoelen of banken: “Toen zeide Jacob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt Mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaänieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis”. (Genesis 34:30)
Met andere woorden: door zo te handelen hebben jullie mij het leven hier onmogelijk gemaakt. Jullie hebben bovendien ons hele gezin in groot gevaar gebracht, en het is niet onwaarschijnlijk dat er nu een nieuwe wraakactie van de tegenpartij komt.- - - En we weten, ook uit de recente geschiedenis, maar al te goed tot welk eindeloos bloedvergieten zulke wederzijdse vergeldingsacties kunnen leiden.

Heeft iemand van jullie zich nooit eens afgevraagd hoe het mogelijk is dat gelovige mensen soms ook zulke zware problemen, moeilijkheden of beproevingen in hun leven moeten doormaken - - - en heb je die vraag misschien zelfs al ooit voor jezelf gesteld: “Waarom moet mij dit overkomen” Of je kent toch op z’n minst mensen uit eigen omgeving of kennissenkring die “diep in de puree” zaten, of misschien nog wel zitten - - - waarbij we ons wel eens de vraag stellen: “Waarom grijpt God hier nu niet in”. Nu het er zo penibel aan toe gaat mag God mij, hem, of haar toch niet in de steek laten?.
Zo’n beeld van God hangen wij toch heel graag op: een grote, almachtige God, die ons doen en laten van op een grote afstand gade slaat en die ons zoveel mogelijk met rust laat maar wel klaarstaat om in te grijpen wanneer het grondig mis dreigt te lopen. - - - Jaren geleden hoorde ik een broeder in Maastricht het in een prediking eens een “Touring Wegenhulp” – god noemen. Ik betaal trouw mijn bijdrage, en wanneer ik Hem dan nodig heb, dan verwacht ik ook dat Hij klaar staat om mij te helpen.
En die God moet nu, nu er in het gezin van de leider van Zijn “uitverkoren volk” zulke zware problemen zijn ontstaan, toch zeker ingrijpen. Jacob is toch de “aartsvader”, de drager van Gods belofte. Hem zal de Heere toch zeker niet in de steek laten?. De Bijbel barst toch van de beloften met betrekking tot Gods hulp en bijstand.
Wanneer ons leven op een dieptepunt gekomen is, dan mogen wij er inderdaad op vertrouwen dat God ons ter hulp zal komen. - - - maar dan is het ook het moment om eventjes stil te staan en ons te bezinnen, - - - een moment om ons af te vragen waarom het zo gekomen, en gelopen is, waarom we in zo’n situatie zijn terecht gekomen, en bekijken wat we zelf kunnen en moeten veranderen.
Precies daarom is onze schriftlezing van vandaag zo leerzaam en zo belangrijk. Er zit veel meer in dit verhaal, dan dat we bij een oppervlakkige lezing zouden vermoeden, - - - Goed om alles eens op een rijtje te zetten.

God spreekt inderdaad tot Jacob in deze moeilijke ogenblikken, maar de opdracht die de Heer aan Jacob geeft lijkt me op het eerste gezicht toch een beetje vreemd: “Daarna zeide God tot Jacob: Maak u op, trek op naar Beth-El, en woon aldaar:” (Genesis 35:1a) Zo staat er in het eerste vers, - - - Wil de Here dan dat Jacob maar zo snel mogelijk op de vlucht gaat om een eventuele weerwraak van de Kanaänieten en Ferezieten op die manier te ontlopen?
Ik geloof niet echt dat het Gods bedoeling is, en om deze opdracht van de Heer te begrijpen zouden we even terug moeten gaan naar hoofdstuk 28: “Jacob dan toog uit Berséba, en ging naar Haran”. (Genesis 28:10)
Toen, zoveel jaren eerder was Jacob voor de eerste keer in Bethel. En merkwaardig genoeg: - - - toen was hij ook op de vlucht. Hij liep toen weg van huis om de wraak van zijn broer Ezau te ontlopen, en we kunnen ons dat misschien wel herinneren hoe Jacob op een listige manier, met medewerking van zijn moeder Rebecca, Ezau het eerstgeboorterecht had ontfutseld, - - - En dan herinneren we ons ook misschien de mooie en beloftevolle droom die Jacob die nacht in Bethel kreeg: - - - dat fantastisch visioen waarin hij een ladder zag die tot aan de hemel reikte een waarlangs engelen op en neer klommen en waar bovenaan de Here Zelf stond.
Het was in die nacht dat God de belofte, die Hij eerder aan Abraham en Isaäk gedaan had, nu aan Jacob hernieuwde: - - - het land waarop hij nu lag zou het land van zijn nageslacht worden, en dat nageslacht zou talrijk worden als het stof der aarde. Dat “uitverkoren volk” zou zich uitbreiden naar het Westen, Oosten, Noorden en Zuiden en alle geslachten van de aarde zouden daaruit gezegend worden.
Toen Jacob wakker werd deed hij, precies op deze plaats, een belofte aan de Here, Hij beloofde God, wanneer deze hem verder zou begeleiden, hem zou voorzien van voedsel en kleding, en ervoor zou zorgen dat hij achteraf veilig en wel bij zijn vader thuis zou kunnen weerkeren, - - - dan zou Jacob op deze plaats, - - - daar in Bethel, een heiligdom voor die God oprichten, en de volgende morgen stelde Jacob, als bezegeling van die gelofte, de steen waarop zijn hoofd had gerust tot een “opgerichte steen” waarover hij olie goot.. Die steen werd het teken van de belofte die hij tegenover de Here gedaan had.
Wat zien wij, zoveel jaren later? De Here is Zijn belofte nagekomen; God heeft Jacob zelfs meer gezegend dan verwacht: Jacob is een welgesteld man geworden, - - - Hij bezat nu vele kudden, een legertje dienstknechten en personeel, een groot gezin, Jacob was nu iemand die “er warmpjes bijzat”. God had bovendien Jacob niet alleen veilig terug thuis gebracht, - - - Hij had er zelfs voor gezorgd dat er opnieuw een verzoening met zijn broer Ezau tot stand was gekomen. We kunnen hier gerust stellen dat de belofte langs de kant van de Here was vervuld, - - - en meer dan vervuld zelfs.
En hoe staat het aan de kant van Jacob? In Bethel staat nog altijd een “opgerichte steen”, maar nog altijd géén altaar, géén heiligdom.
Dat is dan misschien ook de eerste vraag die wij, als het in ons leven tot een dieptepunt is gekomen, moeten stellen vooraleer we ons tot de Heer wenden: hebben wij, heeft u of ik misschien nog ergens een “opgerichte steen” staan? - - - Is er misschien nog een belofte, die we op zeker moment aan de Here God deden, nog onvervuld gebleven.
Hoe vaak hebben wij, ook ik, gebeden: “Here, als U ervoor zorgt dat ik dit of dat verkrijg - - - dan zal ik eens wat meer ernst gaan maken met mijn gebedsleven; dan zal ik eens wat meer tijd maken voor mijn Bijbelstudie; dan zal ik erover waken dat ik de samenkomsten trouwer bezoek - - -“.
Laat ieder voor zich dit lijstje maar eens compleet maken, - - - net als bij Jacob: een “opgerichte steen”. Als God dit of dat doet, dan zal ik - - -..
Maar de steen staat er nog steeds, en weet je: ik twijfel er geen moment aan dat Jacob een lange lijst had met heel goede redenen waarom die steen daar in Bethel nog altijd was blijven staan, want wat zal die man het druk hebben gehad in de afgelopen jaren. - - - Beeld je maar eens in: de zorg voor een groot gezin, de verantwoordelijkheid voor een groot bedrijf met een massa vee en een legertje personeel - - -. Waar moet je dan nog de tijd vinden om een heiligdom of een altaar te gaan bouwen?.
Maar hoe dan ook: God heeft zijn belofte gehouden en Jacob niet, en wanneer Jacob nu opnieuw in de problemen zit, is het eerste wat hij moet doen, het met God in orde brengen. Hij moet terug naar Bethel en daar zijn belofte nakomen.
Jacob heeft dit blijkbaar wel begrepen, want uit wat we verder lezen blijkt dat hij het niet alleen begrepen heeft, maar dat hij er ook verder over nadenkt en er alle consequenties uit trekt. - - - Hij moet “schoon schip” maken met God: niet alleen die “opgerichte steen” staat blijkbaar tussen hem en de Here, - - - er zijn nog een paar zaken die nu maar eens eerst in het reine moeten getrokken worden, want nu we toch aan het opruimen zijn moeten we daar dan ook maar eens een komaf mee maken, en het eerste wat Jacob nu beveelt aan al de zijnen is, - - - dat ze alle “vreemde goden”, alle afgoden, moeten wegdoen.
We weten al uit de vorige hoofdstukken dat die afgoden er waren (Zie Hoofdstuk 31:22-25) Wanneer Jacob bij zijn schoonvader Laban wegtrekt, dan neemt zijn vrouw Rachel stiekem de huisgoden de terafim mee, en we lezen dat Laban de familie van Jacob achtervolgt en de tent binnenkomt waar die afgodsbeeldjes verstopt liggen, - - - en ook weten we hoe Rachel er op een listige manier in slaagt om deze afgoden voor haar vader toch verborgen te houden.
En er zullen misschien nog wel andere afgoden geweest zijn; - - - onder de bedienden en knechten van Jacob zullen er ook wel geweest zijn die afgoderij bedreven. En ook daar zat Jacob natuurlijk weer fout, omdat hij als hoofd van het gezin, en als leider van het bedrijf hiervoor medeverantwoordelijk was.
Zelfs al boog hij zich misschien niet zelf voor die afgoden: hij mocht hun aanwezigheid niet dulden, want we weten immers uit de Bijbel dat afgoderij voor de Here de grootste gruwel is die er bestaat. - - - Het is de allereerste waarschuwing in de tien geboden: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in het water onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten.
In heel het Oude Testament lezen we hoe God dienaars van afgoden keer op keer zwaar straft. Hele volken, zelfs Gods “eigen volk”, worden herhaaldelijk gestraft als ze in afgoderij vervallen. Haast alle profeten hebben hier voortdurend tegen gewaarschuwd: “Afgoderij is voor de Here een gruwel. Hij is de Enige en de almachtige God en naast Hem kunnen géén andere goden bestaan!”.
Hoe vaak zien we niet dat mensen hebben bedacht dat dit allemaal wel kon, en steeds opnieuw waarschuwt de Bijbel dat het onmogelijk is. Ook Jezus herhaalt het: “Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon. (Matt.6:24) Juist die keuze had men in het gezin van Jacob niet willen maken. Men diende zeker de “ware God, Jahweh”, maar men wilde ook de familie –goden trouw blijven, en misschien was dat wel de reden waarom het in dit gezin de verkeerde kant uitging: - - - men kan zich niet tegelijkertijd aan Gods geboden houden en aan de wereldse afgoden.
U en ik, - - - wij, knielen natuurlijk niet voor afgoden, wij hebben geen afgodsbeelden in huis, maar we moeten ons wel bewust zijn dat alles wat ons van de Here kan weghouden, alles wat een zeker beslag legt op ons leven en onze tijd, een “afgod” kan worden, - - - en daar moeten we waakzaam voor blijven.
Onze auto, onze TV, onze hobby - - - het kunnen stuk voor stuk afgoden “worden” in ons leven. - - - Onze drang naar steeds meer bezit, en Paulus schrijft heel terecht dat hebzucht een afgod is: “Doodt dan uw leden, die op aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst”. (Kolossenzen 3:5)

Dat was dus hert eerste wat Jacob, nog voor het vertrek naar Bethel, met de Here in orde moest brengen: alle afgoden moesten weg uit zijn leven, uit zijn gezin, uit de kring van zijn dienaren, en Jacob heeft dit héél serieus aangepakt: “Toen gaven zij Jacob al die vreemde goden, die in hun hand waren, en de oorsierselen, die aan hun oren waren, en Jacob verborg ze onder den eikenboom, die bij Sichem is”. (Genesis 35:4)
Alle vreemde goden, alle sierraden, de ringen die in hun oren waren, - - - het werd allemaal weggedaan en door Jacob persoonlijk begraven. - - - Weg met al die dingen waar ze tot dan toe veel en veel te veel aan vast gezeten hadden.
Sierraden en afgoden waren in die tijd heel nauw met elkaar verbonden. Sierraden dienden voornamelijk als amuletten: er werd een beschermende kracht aan toegeschreven en we weten dat ook vandaag sierraden nog vaak gedragen worden in de overtuiging of met de hoop dat ze de drager zullen beschermen of geluk zullen bijbrengen. Horoscopen en sierraden met bepaalde halfedelstenen waar een zekere magische kracht aan toegeschreven wordt gaan ook nu nog als warme broodjes over de toonbank.
Zelfs bij mensen die helemaal niet bijgelovig zijn spelen sierraden ook een soort “beschermende” functie, zij het dan iets meer materialistisch. Ze worden dan vaak beschouwd als een soort “appeltje voor de dorst” om ons te beschermen in slechtere tijden. “Wie, - - - wie zijn leven op de Heer bouwt, heeft geen afgoden en geen amuletten nodig: zijn of haar hulp komt van de Here, en van de Here alleen”.

De sierraden en de afgoden waren dus door Jacob opgeruimd e begraven, maar er was nog meer: “reinigt u, en verandert uw klederen; En laat ons opmaken, en optrekken naar Bethel; en ik zal daar een altaar maken dien God, Die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg, dien ik gewandeld heb”. (Genesis 35:2a-3)
Dat was dus het volgende, - - - Ook dat moest dus nog gebeuren alvorens ze naar Bethel konden trekken om daar op een waardige wijze voor de Here een heiligdom te gaan bouwen.
Reiniging en verwisselen van klederen, - - - we komen dat in de Bijbel veelvuldig tegen, en het is telkens een uiterlijk teken van een nieuwe start, - - - het afleggen van het oude en het helemaal opnieuw beginnen, en precies dat moeten we kunnen en durven doen wanneer we in ons leven op één of andere manier een “dieptepunt” bereikt hebben; en er problemen zijn of zelfs gewoon van “geestelijke vermoeidheid” of “dorheid” sprake is in ons leven.
Dan is het echt het moment om ons te reinigen van alles wat in ons leven verkeerd gaat; het moment om ons los te maken van alles waarmee we eigenlijk niet zo goed voor de Here durven te verschijnen. Precies dan moeten we Hem in alle nederigheid en in alle ootmoed vragen om ons te reinigen, om ons te helpen een en ander nu eens voorgoed uit ons leven te verwijderen. Nu kunnen we ons dus afvragen of het verwisselen van onze kleren, hiervoor niet genoeg, en reinigen alleen dan niet voldoende is, maar ik geloof dat er achter dat “wisselen van de klederen” twee belangrijke dingen schuil gaan.
Het eerste ligt voor de hand: wie zich reinigt, en dan terug zijn vieze oude spullen aan trekt, die wordt natuurlijk opnieuw vuil. - - - Het effect van zijn “reiniging” zal dan ook maar van korte duur zijn. Ook het tweede effect van het wisselen van de klederen is heel belangrijk, want wanneer ik andere klederen aantrek, dan kunnen ook mensen zien dat er in ons leven iets veranderd is, - - - het wordt dan ook voor anderen zichtbaar dat er iets vernieuwd is.
En precies dat is voor ons vaak een delicaat punt: die “oude klederen” wegdoen; dat “imago” naar de buitenwereld, dat we vaak zo zorgvuldig hebben opgebouwd. Want die oude kleren, - - - ze zitten ons als gegoten, en ze zorgen ervoor dat we ons honderd procent thuis voelen in onze buurt, in onze kennissenkring, op ons werk, want we willen toch precies zo overkomen bij onze familie, onze vrienden, onze collega’s. Ze moeten er toch niet mee worden geconfronteerd dat we anders zijn, - - - dat we de Heer dienen?.
Maar toch vraagt God die klederen te verwisselen en jezelf te reinigen niet zomaar: “En wordt deze wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij. (Rom.12:2) “En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen”. (Rom.8:28-29) Dus of we het nu prettig vinden of niet: we moeten ons reinigen en de oude kleren moeten weg, - - - we moeten nieuwe mensen worden, apart gezet voor de Heer.

Zo en nu is Jacob klaar om te vertrekken. Drie dingen heeft hij moeten doen om over het diepte punt in zijn leven heen te komen.- - - Hij moest alle vreemde goden, alle bindingen met afgoden, uit zijn leven wegdoen; - - - Hij moest zich reinigen en nieuwe klederen aantrekken: zijn leven zowel innerlijk als uiterlijk vernieuwen; - - - en hiij moest de beloften die hij tegenover de Heer had gedaan nakomen.
Dan kan de Here met Jacob verder gaan. God zal “verder wandelen” met Jacob, hem “goedgunstig zijn”, nadat het in zijn leven zo tot een omekeer is gekomen. - - - Misschien heeft de Psalmist wel aan deze gebeurtenis gedacht, toen hij neerschreef: “Gij zijt Uw lande gunstig geweest, HEERE! De gevangenis van Jacob hebt Gij gewend. De misdaad Uws volks hebt Gij weggenomen; Gij hebt al hun zonden bedekt, Gij hebt weggenomen al Uw verbolgenheid; Gij hebt U gewend van de hittigheid Uws toorns” (Psalm 85: 2-4)
Zo bracht God een ommekeer in het leven van Jacob - - - nadat hij eerst zelf in zijn leven enkele dingen in orde had gebracht. Ook al kon Jacob aan zijn omstandigheden niets veranderen; wat gebeurd was , was nu eenmaal gebeurd, en daarom tot slot dit gebed, waarvan ik niet weet wie dit ooit geschreven heeft, maar ik vind het heel toepasselijk in het leven voor wie in een dieptepunt is terecht gekomen en zich eerlijk de vraag wil stellen of hij of zij misschien iets in zijn houding tegenover de Here dient te veranderen:

HEER, - - - Geef mij moed om dingen te aanvaarden, die ik niet kan veranderen; Geef mij de kracht om die dingen te veranderen die ik moet veranderen; Geef mij de wijsheid om het verschil te zien tussen die twee.
AMEN.

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk dit even aan ons door te geven. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter