Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

De HERE ontmoet Jozua. (Jozua 5: 13-15)
Preek afkomstig van Ds. E. van der Linde van de Christelijk Gereformeerde Kerk te Almelo.

       

Liturgie

Ps. 122: 1 n.b.

Ps. 122: 2, 3 n.b.

Ps. 119: 20

Schriftlezing: Jozua 5

Ps. 25: 2, 4

Ps. 99: 4, 8

Ps. 68: 16, 17

Tekst: Jozua 5: 13-15

Preek

Liefde lezer!!

Temidden van veel mensen kun je soms behoorlijk alleen zijn. Dat kan vanwege je positie. Je moet een eigen koers varen, een eigen geluid laten horen. Dat moet je alleen doen!

Dat kan vanwege de programma's op radio of T.V. Die lijken ons gezelschap te bieden, maar dat valt vaak tegen. Wat vandaag getoond wordt via de massa-media is soms zo goedkoop. Ik kan me zo indenken dat men zegt: 'ik heb de T.V. maar uitgedaan, want er was echt niks aan.'

Het kan ook zijn dat je je eenzaam voelt vanwege je eigen situatie. Je voelt je hulpeloos. Het lichaam wil niet meer zo. Je emoties zijn je de baas. Tegenslagen maken je machteloos. Spanning op het werk, stress zetten een enorme domper. Soms heb je het idee dat je niet meer tegen het leven met zijn vragen en problemen opkunt.

Je voet je teruggeworpen op jezelf. Voelen we ons vanmorgen wellicht zo? Hier in de kerk, of wie meeluistert via de radio?

Jongeren die zich proberen mooier voor te doen, maar die weten: zo is het! Dit is raak!

Ouderen, die de moed wat laten zakken?

Ik heb vanmorgen van God een geweldige boodschap: God komt naar ons toe! Komt naar mij toe!

Hoe dan?

Nu op de manier van die mysterieuze man die Jozua ontmoet, die is omringd met een hemelse sfeer en die zegt: Nu ben ik gekomen! Voor jou, Jozua!

Nu!

Dat gebeurt, wanneer Jozua alleen wat ronddwaalt bij Jericho. Hij loopt daar als generaal met strategische vragen zoals: hoe zal ik deze sterke stad aanvallen? Hoe kom ik Jericho binnen, deze sleutelstad, die open m?et gaan wil ik Kanaan kunnen veroveren? Hoe zal het in de toekomst gaan? En je kunt opmaken uit dit gedeelte, dat hij het niet goed weet.

Verdiept in eigen gedachten botst hij bijna tegen een man op met een uitgetrokken zwaard. Er gaat een schok door hem heen. Hij grijpt naar zijn eigen zwaard en in hoogste staat van paraatheid vraagt hij: vriend of vijand?

En het imponerende antwoord op Jozua's vraag is: IK ben de vorst van het heer des HEREN: nu ben IK gekomen.

Het is de HERE Die Jozua hier ontmoet.

Nu!

Dat is ook op dit moment voor ons, voor mij!

Dat de HERE u, jou, mij ontmoet onder de prediking van het Evangelie. Tijdens het lezen van deze preek!

Thema voor deze preek is:

DE HERE ONTMOET JOZUA

1. als Helper in nood

2. als HERE der heerscharen

3. als de Heilige Israëls

1. Als Helper in nood

Israël is, gemeente, in Kana?n. Ze hebben de barri?re van de breed-stromende en hevig bruisende Jordaan kunnen nemen door het wonder van God. Het water week voor de ark, die als een veilig baken stond in het diepste punt, terwijl het water als een glazen muur omhoog rees. Ze hebben ervaren

Gods macht is groot

Gods trouw zal nooit vergaan!

En na 40 jaar zwerven in de woestijn zijn ze nu in het beloofde land. Maar het land hebben ze nog niet in hun bezit. Al imponeren Gods daden de Amorieten in het centrale bergland en de Kana?nieten aan de kust, er is nog een lange weg te gaan. Dat is: een weg van geloof, van vertrouwen op God, een weg van leven in en vanuit het verbond met God. Die verbondenheid met God komt in het O.T. tot uitdrukking in de besnijdenis. Daar kom ik zo nog op.

Het zijn bijzondere dagen geweest daar bij de Jordaan. Naast de besnijdenis werd er het Pascha gevierd. Er werd gegeten van het koren van het land. Het manna was niet meer nodig. Hoe goed is het, gemeente te leven in de schaduw van Gods zorg. Daar kun je soms zo van genieten!

Maar, daar in de velden van Jericho kunnen ze niet blijven. Hoog rijst Jericho op landinwaarts, massief zijn de muren, sterk de poorten. En op Jozua rust de verantwoordelijkheid deze eerste stad in te nemen.

Hoe moet dat?

Zeker, hij had de belofte van God: 'Ik ben met u', en: 'elke plaats die uw voetzool betreden zal, geef Ik u'. Maar Gods beloften werken niet automatisch. Ze worden niet slapende vervuld. Leven uit het geloof kan nooit op de automatische piloot. Dat is heel belangrijk voor ons.

We worden niet slapende zalig en komen niet slapende in de hemel. Vanzelf gaat het mis en missen we het feest van de hemelse Bruidegom, zo toont ons de gelijkenis met die 5 domme meisjes.

Gods beloften worden vervuld in de weg van strijd. De strijd van het geloof, als de werkelijkheid anders lijkt. De strijd in het geloof als we de druk van Gods tegenstander, de duivel, in toenemende mate ervaren. De strijd door het geloof, ziende op onze krachtbron en hulp, Jezus Christus.

En juist in die strijd zijn Gods beloften zo heel belangrijk. Dat we die gebruiken. Niet als tuinstoel om op uit te rusten, maar als werktuig om te hanteren, als een wapen in deze strijd, en dan vooral in combinatie met bidden (Efese 6).

Doet Jozua dat?

We krijgen toch het idee, dat hij nogal over de situatie in zit. Geen wonder zou je zeggen. Hij heeft tijdelijk een gehandicapt leger. Alle mannen zijn besneden en dat was een hele pijnlijke zaak. We lezen b.v. in Genesis 34 dat de 2 zonen van Jakob, Simeon en Levi, misbruik maken van de besnijdenis-situatie en met het zwaard inhakken op de Sichemieten die hevige pijn lijden, omdat ze zich lieten besnijden ter wille van het gezin van aartsvader Jakob. Daar worden deze zonen wel om bestraft, maar het laat zien dat een man behoorlijk ziek en zwak was van een besnijdenis.

Wanneer Jozua dan zijn verkenningstocht houdt met Jericho in het vizier, dan is daar plotseling die mysterieuze man. We krijgen de indruk dat Jozua verbeten de lippen op elkaar knijpt en in de afweerhouding springt. Dit kan hij nu even niet gebruiken. Wat is dat voor een vreemde snuiter?

Jozua kent de HERE God, leeft uit het geloof, maar nu is hij in de opperste concentratie voor zijn plan om Jericho in te nemen. Jozua had de wonderen van God meegemaakt, de doortocht door de Rode Zee, de Jordaan, maar nu met de poorten van Jericho in het vizier is het van de twee 'bidt en werkt' toch meer werken, dan bidden. Hij wist niet zoals wij - laten we dat niet vergeten - dat Jericho zou vallen door er 13 maal omheen te trekken. Dat hoort hij str?ks pas.

Wat zien we dus hier?

Opnieuw moet Jozua leren diep afhankelijk te zijn van de HERE God. Dat hij niet kan leven van vroegere genade, maar dat hij het nu moet hebben van deze Helper in nood.

Dat moeten wij, gemeente, ook dikwijls leren. We zetten het geloof maar zo op de automatische piloot. En vervolgens gaan we aan de slag vanuit onze eigen gedachten. We laten ons dan leiden door onze emoties, we voelen ons gelukkig, verdrietig, boos, verveeld, opgewonden, neerslachtig, vol liefde, vol zorg, vol haat of vol wrok. In plaats van steeds die voeling te houden met de Here. Deze geschiedenis in Jozua 5 zet ons aan om te leven vanuit het 'Merk op mijn ziel, wat antwoord God u geeft!' Geestelijk leven heeft alles te maken met een actieve luisterhouding. Aandacht voor het bewegen van Gods Geest in ons, althans indien de Geest van God in ons woont. De Geest van God Die met onze geest getuigt dat we kinderen van God zijn en die ons leiden wil (Rom. 8).

Jozua ziet hier iets van eigen onmacht. De dikke muren van Jericho zijn niet in eigen kracht te nemen. Wat is het goed als we dat in ons leven telkens weer ervaren, soms door schade en schande: ik kan het zelf niet

ik wordt er alleen maar chagrijnig, korzelig en verdrietig van. Maar er is een Helper, groot van kracht en steeds bereid. De HERE staat gereed om te helpen!

Gemeente, zie ik dat? Of niet?

Hebben we Gods kracht in ons leven of niet?

Vertrouwen we op de God, die redt in alle omstandigheden?

Kunt u, kun jij nog bidden of is het op dit moment alleen maar werken? En daar wordt je zo moe van!

Dan is het nu Gods tijd.

Tijd voor een verbondsvernieuwing. Door een persoonlijke ontmoeting met God. Heel indringend wordt ons die beschreven in Jozua 5 met als climax dat: ''N? ben IK gekomen'.

Hier wordt heilsgeschiedenis beschreven. God komt tot Jozua, tot ons. En daarin ligt een belangrijk verschil tussen God en de afgoden, van vroeger en van tegenwoordig. Van deze afgoden geldt dat wij tot hen moeten komen. 'Zorg dat je erbij bent.' Span je in om dat toegangskaartje te bemachtigen. Maak dat evenement met die en die ster mee. Mis dit programma niet. Enz.

Bij God geldt, dat Hij tot ons komt. Dat is al zo vanaf het Paradijs. Toen Adam en Eva gezondigd hadden, verborgen ze zich voor God. God kwam tot hen en riep: Waar zijn jullie? God neemt het initiatief.

Zo ook hier in Jozua 5.

Hier openbaart de HERE God zich als de Helper in nood, al beseft Jozua dat niet zo goed.

2. En ten tweede als de HERE der heerscharen

Het bijzondere is, gemeente, dat het woord 'God' niet voorkomt in vers 13-15. Ook treffen we hier geen directe aanduiding van God aan. Toch kan het moeilijk betwijfeld worden dat de mysterieuze man die bij Jericho Jozua tegemoet kwam de HERE God zelf was, of zoals je ook kunt zeggen: de Oudtestamentische gedaante van de HERE Jezus. Hiervoor zijn drie aanwijzingen in deze verzen.

Allereerst is dit op te maken uit de reactie van Jozua. Jozua was een echte generaal. Hij was van plan om zijn mannetje te staan als het op een duel aan zou komen. Niet voor niets stapt hij op deze persoon af met de vraag: 'Behoort u tot ons of tot onze tegenstanders?' Hij is klaar voor de strijd.

Maar als de 'Man' Zich bekend maakt, zich openbaart als de vorst van het heer (van het leger) des HEREN, dan werpt Jozua zich plotseling op de grond. Dat is in heel de Bijbel de reactie van een mens tegenover God.

In de tweede plaats - en dat is nog belangrijker - is de opdracht die Jozua krijgt zijn schoenen van de voeten te doen, omdat de plaats waarop hij staat heilige grond is. Deze opdracht is woordelijk gelijk aan de opdracht die Mozes kreeg bij de brandende braambos. Hier openbaart God zich aan Mozes als de IK ben Die IK ben,

de IK zal zijn die IK zijn zal.

Hier klinkt het vol majesteit uit de mond van Jozua's opponent: 'IK ben de vorst van het heer des HEREN'.

En ten derde valt het op, dat die mysterieuze man er zo maar, ineens was. De verschijning van die 'Man' was voor Jozua een complete verrassing. Jozua was niet in gebed. Hij loopt maar zo tegen deze vorstelijke verschijning aan.

Dan kan de conclusie alleen maar zijn: hier komt de HERE God Jozua tegemoet. We horen hier de echo van de 'IK ben - uitspraken van de HERE Jezus. Hier is het mysterie, het geheim van God die in mensen een welbehagen heeft, die zich openbaart, zich toont aan Jozua.

Ergens stelt Jozua, gemeente, zich onbewust op tegen God, zoals wij dat bewust of onbewust kunnen doen met vragen als: Hoe kan God dat nu doen?

Waarom laat God dat nu toe?

Heel begrijpelijk. God heeft daar ook niets op tegen. Jozua's vraag wordt beantwoord, maar wel negatief. 'Behoort u bij ons of bij onze tegenstanders?', zegt Jozua. Kunnen we wat met u of niet? Past u in ons straatje of niet? Hebben we wat aan God in onze problemen, of niet? Kunnen we grip krijgen op God en op Gods bestuur of is God onbegrijpelijk ver weg?

Wat doen we met dit alles? Ergens willen we, gemeente, God rekenschap vragen en dan zullen wij bepalen, hoe onze houding vervolgens tegenover Hem zal zijn.

Let dan eens op, wat Gods antwoord aan Jozua is. 'Hoort u bij ons of bij onze tegenstanders?' is de vraag. Het antwoord is kort en bondig: 'Neen!' God laat zich niet in menselijke hokjes indelen. God laat zich niet door Jozua ter verantwoording roepen. God laat zich onze keuzes en dilemma's niet opdringen. Hij zegt: 'Neen, maar IK ben de vorst van het heer, van het leger des HEREN.'

IK ben vriend noch vijand!

IK ben pro noch contra!

God is ook niet neutraal. Hij is vorst, Bevelhebber, Koning der koningen, HERE der heren.

Hij schaart zich niet aan Jozua's kant, omdat Jozua zich aan Zijn kant, aan Gods kant moet scharen. Niet Jozua's zaak is Gods zaak, maar Gods zaak is Jozua's zaak. Daarom dit 'Neen!'

Hoe vaak gaan wij ervan uit, gemeente, dat God wel aan onze kant moet staan? We zijn toch christen/christelijk? Onze kerk heet toch Christelijke Gereformeerde kerk of iets anders? Hoe gemakkelijk gaan wij ervan uit dat we wel goed zitten. Zijn we druk met het organiseren, met het opzetten van aanvalsplannen, enz. Maar hebben we de HERE God ook nodig? Of zou God Zich geruisloos kunnen terugtrekken uit onze kerk, en niemand van ons zou het merken! We zouden gewoon doorgaan met de dingen die we deden? Bidden we echt dat Hij regeert, dat Hij ons leven, onze gezinnen, onze kerk, onze stad vervult met zichzelf. Dat Hij de toon aangeeft? Dat Christus' Zijn geur verspreidt door ons heen?

Stellig moeten we in ons leven van die omslagpunten kennen, waarin God ons tegemoet komt. Dat de vorst van de hemelse legers ons als zijn aardse commandanten, zijn aardse milities, tegen komt en heilig respect afdwingt, tot aanbidding brengt!

Petje af, door de knieën, bidden, aanbidden

HERE der heerscharen

Koning van Keizers en presidenten

U wil ik eren

U wil ik lofzingen

Rost van alle eeuwen

U bent mijn Redder, mijn Verlosser en Koning!

U hebt als vorst van de hemelse legers HET werk gedaan. U kon in Getseman?, met uw vingers knippen en een legioen engelen zou te hulp snellen. Op Golgotha behoefde U de strijd tegen de duivel niet alleen te voeren! En toch deed U het. U HERE Jezus bent niet als de aardse vorsten. Die sturen legers uit en laten mensen voor zich sterven. U als de hemelse vorst deed dat helemaal anders. U stierf zelf voor de mensen, zodat zij leven, zodat ik leef! zodat wij leven! Wij vereren U als onze HERE en Koning.

Ken ik dit aanbidden, gemeente?

God eren om wie Hij is?

En, gemeente, laten we niet vergeten: De HERE aanbidden, zonder te luisteren en te gehoorzamen is een slag in de lucht: dat is schijngodsdienst.

Hebt u de HERE Jezus lief, dan luistert u naar Hem en is het de vraag van uw hart, van jouw hart: 'Spreek HERE, uw knecht hoort!' niet: HERE, wilt U dit, en geeft U dat. Maar eerst: HERE in het doen van Uw wil ligt mijn kracht. In het volgen van U ligt mijn rust. In het luisteren naar Uw stem ligt mijn zaligheid.

Hoe is het met mij, gemeente?

Sta ik nog als Jozua in het begin, of kniel ik in aanbidding?

Zeg ik: ja maar, ik ben ?..

ik vind ??.

ik denk ??

ik wil ??..

Of heb ik de HERE Jezus gehoord in zijn zelfopenbaring

IK ben de vorst!

IK ben de goede Herder!

IK ben het Brood des Levens. Wie in Mij gelooft zal leven, vindt rust, vindt zaligheid.

3. Ten derde, gemeente, ontmoet de HERE Jozua als de Heilige Israëls.

Heel bijzonder is telkens in de Bijbel, wanneer de opdracht klinkt: 'Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat, is heilig.' Heilig doordat God er present is. Waar God is, daar worden de mensen en de dingen heilig. Onheilige dingen en delen kunnen daar niet blijven. De schoenen moeten uit. Die waren stoffig en vies. Wat vuil is moet het veld ruimen voor God. Zonden in ons leven moeten beleden worden wil een zondaar recht voor God komen. En dat niet aan de oppervlakte, maar tot in het diepste deel, het intiemste deel toe zal er reiniging, heiliging moeten plaatsvinden.

Als symbool ervan gold de besnijdenis. Op het meest intieme deel van de man drukte de HERE in Israël zijn stempel: mij gewijd. Heilig. Zoals gezegd: die besnijdenis deed pijn. Het hart laten besnijden, waar de uiterlijke handeling op doelt, doet ook pijn. Maar de zonde moet voor een heilig God worden weggesneden. Al mogen we wel weten dat dit gebeurde door een liefdevolle God en met een heilzaam doel.

Nog radicaler is het teken van de doop wat in het N.T. in plaats van de besnijdenis is gekomen en het is ook breder nl. jongens en meisjes worden gedoopt, als teken van kopje onder gaan, het doden van het oude leven. De zonde moet hierbij niet alleen worden afgesneden, weggesneden, maar wordt verdronken, gaat radicaal dood, met gevolgen en al. En een nieuwe mens staat op in Christus, leeft van genade en strijd in het geloof. Daarbij wijst het water van de doop ons op het bloed van Jezus Christus wat telkens weer reinigt van alle zonde.

Zo kunnen we leven als nieuwe, geheiligde mensen voor een heilig God.

De vraag is voor ons: Ben ik zo? Leef ik zo? Is de oude mens voor ons dood? Of moet deze opnieuw aan de hemelse Vorst aangeboden worden om uit ons leven verwijderd te worden? Leven we als geheiligde mensen? Persoonlijk en samen als gemeente? Geloven we nog de gemeenschap der heiligen?

Ik kan me indenken dat dan de vraag leeft: Wat is een heilige?

Om daarmee af te sluiten.

Dat vroeg eens een meester op school. En één van de kinderen was juist op vakantie in een grote Middeleeuwse Kathedraal geweest, met in de gebrandschilderde ramen figuren van heiligen. Hij vond dat prachtig, vooral als de zon er door heen scheen. En hij stak zijn vinger omhoog en zei: Een heilige is iemand die licht door zich heen laat schijnen! Dat was de spijker op de kop.

Zo is het: wie gelooft, is een lichtdrager. Gewoon het licht van Jezus Christus door zich heen laten schijnen met dit gebed:

Vorst des Levens!

schijn in mij,

Schijn door mij!

Amen.

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk dit even aan ons door te geven. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter