Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 
Kerken.com \ Afdelingen \ Overdenkingen

Geld en het koninkrijk van God!

2 Korinthiërs 9:1-15

Geld en het koninkrijk van God

In het OT was tiende ingesteld onder de wet van Mozes voor de Israëlieten om de Levieten te onderhouden die geen bezittingen mochten hebben zoals andere stammen van Israël. Hetgeen men geven moest betrof zelden geld maar meestal tienden van de producten van de aardbodem, van de bomen of elk jaar nieuwe wijn en olie en de eerstgeborenen van de kudde, landerijen of huizen. Maar, en dit is belangrijk, men kon niet uitkiezen wat men wilden geven maar men moest het beste geven van alles wat men had.

Het NT spreekt wel over mensen die meer dan hun 10e gaven zoals Barnabas. Ook de noodzaak van geld geven aan de kerk wordt vermeld maar alleen met de juiste houding. God zegent zijn volk dat wil geven overeenkomstig juiste motieven. Het interessante is dat het NT geen enkele keer instructie over tiende geven, of enige berisping geeft voor het nalaten van tiende geven. Sommige kunnen meer geven dan een ander maar als men geld geeft aan de kerk moet dat alleen onder de juiste motieven gedaan worden. Het juiste motief is de liefde voor Christus en de onbekeerde mens.

Het gedeelte wat wij zonnet hebben gelezen spreekt over blijmoedig geven wat in het Grieks ‘Hilaros’ betekent.
Geven met blijdschap, vanuit mensen hun vrolijkheid en dat op een uitbundige manier moet gebeuren. Het tegenovergestelde van Hilaros is geven met tegenzin wat `Lupe´ betekent. Geven met tegenzin, vanuit droefheid en verdriet vanuit ergernis.

De wet vraagt een percentage maar genade vraagt een geven vanuit het hart. (1 Timotheus 6:18-19) Geven vanuit het hart betekent geven vanuit de liefde die u voor God heeft. Niet omdat het moet, maar omdat u het wilt, omdat u het belangrijk vindt om te investeren in Gods koninkrijk.

In handelingen verkochten christen hun spullen om de noden van de kerk door de wet van de liefde te beoefenen en het dragen van andermans lasten.

De Bijbel is openhartig over geld. Een op de acht verzen in de evangeliën heeft direct of indirect betrekking op geld.
Jezus sprak er bijzonder veel over. In dat licht bezien zou je de vraag kunnen stellen of het onderwerp niet wat onderbelicht is in de kerk. In elk geval is het duidelijk dat het een bijbelse zaak is om in de kerk openlijk te spreken over geld en over geven.

Geven in bijbels perspectief
1. Theoretisch gezien is geld een neutrale substantie, die kan worden ingewisseld voor allerlei goederen en diensten.
In de praktijk is geld een macht, die zich laat gelden in de samenleving en in het persoonlijk leven van mensen.
Als Jezus zegt: ‘Gij kunt niet God dienen en Mammon’ spreekt Hij over het geld alsof het over een persoon gaat.
Sterker nog: Hij typeert het geld als een concurrerende god die onze totale loyaliteit opeist. Maarten Luther stelde dat er drie bekeringen nodig zijn: die van het hart, die van het verstand en die van onze portemonnee. De bekering van de portemonnee is zeker niet de gemakkelijkste.

2. ‘De aarde en haar alles wat daarin is is van God.’
Dat is de gedachte die ten grondslag ligt aan alle christelijk omgaan met geld. Mensen zijn geen eigenaars, maar rentmeesters van de schepping en al wat daartoe behoort. Een rentmeester heeft behoorlijk veel vrijheid. Hij dient echter wel te handelen in de geest van zijn heer, want hij moet achteraf rekenschap afleggen.

3. Geven in bijbelse zin moet dan ook niet worden gezien als een gunst van degene die geeft aan degene die niet heeft. Geven is veeleer: delen met elkaar wat God ons in zijn goedheid heeft toevertrouwd (1 Kron.29:14).
Mensen ontmoeten elkaar daarin als volstrekt gelijkwaardig.

4. Geven betekent niet alleen heil voor de ontvanger, maar ook voor de gever. Het is niet zo dat de een erbij wint, terwijl de ander verliest. Geven maakt vrij van de gebondenheid aan geld en bezit. Bovendien is het een middel om iets van Gods Koninkrijk zichtbaar te maken in een gebroken wereld – en dat geeft grote voldoening.

5. De Bijbel stelt duidelijk dat wie geeft, door God gezegend wordt (Mal.3:10). We moeten op onze hoede zijn dat we dit niet financieel vertalen: als je een euro geeft, kun je een tientje terug verwachten. Dat is de benadering van de welvaartstheologie. Op die manier wordt geven een verkapte manier om jezelf te verrijken. Gods zegen is veel dieper en veelomvattender dan materieel gewin en heeft niet primair betrekking op wat we krijgen, maar op wat we worden.

Tienden
Gesprekken over geven onder christenen concentreren zich vaak op de vraag of je tienden moet geven. Is dat gebod nog geldig onder het Nieuwe Testament? Zo ja, ga je dan uit van je bruto, je netto of je belastbaar inkomen? Mag je soms eerst je vaste lasten aftrekken? Daar zit een gevaarlijke kant aan. Al gauw draait het om de vraag hoeveel je God minimaal moet geven om van Hem af te zijn. Bovendien betekent het geven van tienden voor sommige mensen honger lijden betekent, terwijl anderen tienden kunnen geven en zich evengoed nog kunnen baden in weelde.
Maar Jezus vond het niet zo belangrijk hoeveel iemand precies gaf. Hij was vooral geïnteresseerd in de vraag of er sprake was van een wezenlijk offer. Vandaar dat Hij het muntje van de weduwe hoger inschatte dan alle andere giften, die in de offerkist werden gegooid.

De bekende opwekkingsprediker John Wesley (1703-1791) was een gulle gever. Zijn eerste baan leverde 32 pond per jaar op. Hij leefde van 28 pond en gaf de rest weg. Toen hij meer ging verdienen, bleef hij leven van 28 pond.
Zelfs toen hij professor in Oxford was, hield hij dit vol. De Britse schrijver C.S. Lewis was uit hetzelfde hout gesneden.
Alles wat hij met zijn boeken verdiende, gaf hij weg. Zijn opinie over de vraag hoeveel een mens weg zou moeten geven was: ‘Ik vrees dat er maar één veilige regel is: meer geven dan we missen kunnen. Als we onszelf niets hoeven te ontzeggen om te kunnen geven, geven we te weinig.’

Geven in de praktijk
Geven is een investering in Gods Koninkrijk. Spreuken 3:9 moedigt ons aan om de Heer te vereren met onze rijkdom.
Met de eerstelingen wel te verstaan. Om te zorgen dat God geen genoegen hoeft te nemen met wat overblijft.

Elke kerkelijke gemeente werft geld.
Een deel daarvan dient om de gemeente zelf draaiende te houden, een deel wordt besteed aan externe doelen. Ik geloof dat u helemaal niets hoeft te geven. Nog geen cent, immers God heeft alleen de blijmoedige gever liever.

Bron: [ Onbekend ] Onbekend - Toegevoegd op 24/01/2011 door Bijbelstudie
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter