Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 
Kerken.com \ Afdelingen \ Overdenkingen

Gods Almacht en onze vragen

Genesis

Lezing op de startavond
Opening van het Bijbelstudieseizoen GKv Middelburg 2008-2009
door Dr. D. Griffioen

Gods Almacht en onze vragen
Wie de macht heeft, kan iets voor elkaar krijgen. Dat leren we al in de kinderstoel en op de crèche. Voor het oplossen van kleine probleempjes heb je niet zoveel macht nodig. Maar als het om de echte, grote, wereldwijde problemen, dan moet je de beschikking hebben over een adequate hoeveelheid macht. Mensen die op God vertrouwen geloven al sinds jaar en dag dat alleen God almachtig is – de perfecte hoeveelheid macht heeft om alle problemen van de hele wereld op te lossen en ook de wijsheid om de hele schepping goed te besturen. God is en blijft Heer en Meester van zijn wereld, dat geloven ook christenen sinds de tijd van het Nieuwe Testament.
Er zijn natuurlijk mensen, ook christenen, die God ervan verdenken dat zijn bestuur van de wereld niet goed is. Vanzelfsprekend zijn er vragen in verband met de beoordeling van Gods regering van de wereld. Dat is wat anders dan suggereren dat God zijn almacht niet goed gebruikt. Mensen kunnen er van overtuigd zijn dat God in de hemel regeert en ook zekere macht heeft op aarde. Maar ze zien dat de aarde óók de plek waar ongoddelijke dingen plaatsvinden. Ze zien dat er oorlog heerst waar vrede moet zijn, dat er bederf en ellende bestaat, waar rust en leven moest zijn. Men mist het gezag en de macht van God in veel dingen. Als wij alleen kijken naar de dingen die gebeuren, dan is het glashelder dat het minstens betwijfeld kan worden of Gods soevereiniteit over de gehele wereld wel te merken is. Ik hoef u niet te vertellen dat die twijfel aan de goedheid van Gods bestuur al ongeloof en verzet tegen God ten grondslag ligt. Niet zelden loopt die twijfel aan Gods almacht en soevereiniteit uit op de vraag waarom God de zonde en het onrecht toelaat. De wijze waarop men Gods almacht betwijfelt, verraadt de manier waarop men gelooft in God.
In de jaren dat ik onder de Papua’s verbleef werd ik getroffen door de manier waarop men over God sprak en hoe men tegen Hem aankeek. Ik vond er een treffende gelijkenis in met wat ik in het geseculariseerde Westen van mensen hoorde over God. De Papua’s spraken over God alsof het een van hun voorouders was. “Pai’ Tua di Atas” – ‘die oude man daarboven’. In de speelfilm Bruce Almighty wordt óók op heel menselijke wijze gesproken over God. Soms heel plat en oneerbiedig: ‘the guy next door became to the guy upstairs’ – ‘de man van de straat werd de man van daarboven’.
Bij alle serieuze vragen en grootst mogelijke onzin die je vandaag de dag kunt horen over God de Almachtige, is dit voor mij toch wel het meest treffende en ook wel het meest stuitende dat men altijd over God spreekt op zulke platte, zo’n menselijke wijze. Vooruitlopend op wat ik straks over dat moderne minimale geloof, of beter ongeloof, over God wil zeggen, moet ik eerst de belangrijke oorzaak noemen van dit vreemde godsgeloof van deze tijd. Dit Godsgeloof is ontstaan in de tijd van de Verlichting. Men geloofde wel in God, ook wel in zijn almacht, maar voorzover dat met de rede, het verstand in overeenstemming was te brengen. De historische ontwikkeling van dit specifieke ongeloof van de Verlichting laat zien dat men begonnen is de openbaring van God (de Woordopenbaring) te verlagen tot een menselijk spreken. Dus het rust op de twijfel of God wel echt gesproken had tot mensen, of Hij zich wel werkelijk bekend gemaakt heeft in het verleden. We vinden daarvan de uiteindelijke ontwikkeling in het ongeloof van het postmodernisme, geïllustreerd door theologen als Kuitert. Zijn ontwikkeling is een even treffend als tragisch voorbeeld: Hij maakt de dramatische keuze van geloof naar ongeloof door te zeggen dat alles wat we weten over ‘boven’ van ‘beneden’ komt. Geen wonder dat alle bewuste of onbewuste volgelingen van deze moderne ongeloofsprofeet over God zeggen, puur menselijk is.
In gesprekken om ons heen, wat we opvangen van flitsende tv-shows, al die vervelende praatprogramma’s en nog stomvervelender diepte-interviews in glimmende tijdschriften, ademen een geest van een beeld van God die eigenlijk één van ons is. Men schetst het beeld van een God die menselijk denkt, die hoger is dan een mens, maar toch onvolmaakt is, die wel heel machtig is, maar toch ook niet alle wereldwijde problemen de baas kan. Die wel vaak ingrijpt in de mensenwereld, maar het willekeurig doet en onberekenbaar is. We voelen wel aan dat deze God, de Almachtige Schepper van hemel en van aarde, daarom de schuld krijgt van alles wat in de ogen van mensen fout is.
Dit moderne menselijke geloof in een God die beperkt is, loopt uit op het beeld van een God die al te menselijk is. Dit geloof sijpelt door de muren van onze kerkgebouwen heen. Het dringt als kwelwater zelfs door de muur van ons rotsvaste geloof in God Almachtig heen. Laten we ons niets wijsmaken. We ademen dit ongeloof in, ongemerkt en in grotere concentraties dan ons lief is. Het tast ons vertrouwen aan. En vroeg of laat gaan we nét zo denken als die geseculariseerde Harry’s en de postmoderne Anita’s. Het begint ermee als we niet meer sterk genoeg staan in het vertrouwen op God Almachtig, de Almachtige Vader van de Schriften. Als we niet meer wonen in de Schriften die ons God leren kennen als de Almachtige Schepper van hemel en aarde. Dat begint ook als we diep in ons hart denken: ja, al die mensen die kritiek hebben op Gods regering van de wereld hebben eigenlijk wel gelijk, want ik heb óók zoveel vragen. Het bestuur van God is niet toereikend! Wie is de Almachtige God van de Schriften?
In de Schrift is de almacht en de soevereiniteit van God zó overtuigend en indrukwekkend aanwezig, dat het moeilijk is daar aan te twijfelen. David prijst deze God in zijn lofverheffing bij de overdracht van zijn troon aan Salomo en tevens de lancering van het plan voor de tempelbouw:
“U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort U toe, HEER, U bezit het koningschap en de heerschappij. 12 Roem en rijkdom zijn van U afkomstig, U heerst over alles. In uw hand liggen macht en kracht besloten, U beslist wie groot en machtig is. 13 Daarom danken wij U, onze God, en prijzen wij uw luisterrijke naam.” 1 Kronieken 29,11-13.
De Psalmen bevatten dezelfde ondubbelzinnige boodschap dat alles wat God doet niet alleen indrukwekkend is, maar ook goed en vredebrengend.
“Van de HEER is de aarde en alles wat daar leeft, de wereld en wie haar bewonen,” Psalm 24,1: “Kom en zie wat de HEER heeft gedaan, verbijsterend is wat Hij op aarde verricht: wereldwijd bant Hij oorlogen uit, bogen breekt Hij, lansen verbrijzelt Hij, wagens verbrandt Hij met vuur. “ Psalm 46,9-10:
“God is koning van heel de aarde. Zing een feestelijk lied.” Psalm 47,8.
Een andere Psalm voegt er nog het diepzinnige gedachte van de wijsheid en het inzicht van God bij. “Groot is onze Heer en oppermachtig, zijn inzicht is niet te meten”, Psalm 147,5 (Vertaling NBG’51: ‘zijn verstand is onbeperkt’)
Deze Almacht en soevereiniteit is de grondslag voor alle aansporingen om Hem te vertrouwen, Hem te prijzen en om zich aan Hem toe te vertrouwen.
Velen die het geloof in Gods almacht op moderne wijze trachten te interpreteren, gaan uit van een gesloten wereldbeeld, waarin geen plaats is voor een ingrijpen van God. Ik heb de indruk dat de vloedgolf van deze twijfel aan Gods almacht, ook gaten slaat in de dijken van ons geloof dat God almachtig is.
Het werkelijke probleem met de leer van Gods almacht vanuit menselijk gezichtspunt is niet dat deze leer onwaar zou zijn. Mensen hebben onoverkomelijke moeiten met het erkennen van dit ontzagwekkende en voor mensen vernederende aspect van Gods heerlijke eigenschappen. Ten diepste betwijfelt men of deze wereld wel veilig in Gods handen is. Het is niet alleen onder invloed van het existentialisme (denk aan Friedrich Nietzsche, Jean-Paul Sartre, Albert Camus en Martin Heidegger). In ieder mens zit de duivelse neiging om als God te zijn en als God te willen zijn. De mens wil autonoom zijn, en als God soeverein en onafhankelijk te zijn. Dan zou de wereld beter af zijn. Herkent u de ‘oerzonde’ erin: het ‘als God willen zijn’? En nu ook precies de boodschap die mensen die teleurgesteld zijn in Gods Almachtige bestuur uitdragen: je moet dus zelf ‘als God zijn’. De boodschap is: ‘Jíj moet het wonder tot stand brengen’ (... want van God kún je dat kennelijk niet meer verwachten).
Er bestaat een moderne Amerikaanse speelfilm waarin op amusante en tegelijk heel serieuze wijze wordt duidelijk gemaakt dat God niet op de correcte wijze omspringt met zijn schepping. Dat is de reden dat gewone mensen zich gaan afvragen of zij het niet beter kunnen. Ik bedoel de speelfilm Bruce Almighty, waarin dit thema heel indringend en confronterend aan de orde komt.
Het plot van de film gaat als volgt. Bruce Nolan (gespeeld door de Canadese bekkentrekker Jim Carrey) is een televisieverslaggever die ontslagen wordt vanwege enkele wanprestaties. Na een reeks mislukkingen is hij de hele wereld zat, ondanks zijn populariteit en zijn mooie vriendin (Jennifer Aniston). Na een dag op zijn werk waarbij alles fout gaat wat fout kan gaan, wordt hij heel boos op God die de schuld zou zijn van al zijn ellende. Hij richt op keiharde wijze het verwijt tot God dat Hij zijn leven tot een puinhoop heeft gemaakt. Als God (gespeeld door Morgan Freeman die zich voor doet als schoonmaker en dan in volledig witte kleding als God verschijnt) dat hoort nodigt Hij Bruce Nolan uit voor een bezoek op zijn kantoor. Hij komt dan in een oud en leeg groot kantoorpand. God stelt zich aan Bruce voor als ‘I am the One’ – ‘Ik ben Hem’. Hij biedt Bruce Nolan aan dat hij een weeklang voor God mag spelen. Hij geeft hem al Zijn krachten, om te laten zien hoe moeilijk Zijn ‘baan’ wel niet is.
Bruce Nolan krijgt dus voor een week de absolute macht om dingen beter te doen dan God. Hij mag Gods almacht gebruiken om alles in de wereld beter regelen onder twee voorwaarden: 1. hij mag er met niemand over spreken dat hij ‘god’ is, en 2. hij moet de vrije wil van personen respecteren.
De ontevreden journalist die tijdelijk als God Almachtig alles kan doen wat hij wil, doet grappige dingen, hij laat een brandweerkraan spuiten als een fontein die straten blank zet (‘I’ve got the power’ is de song daarbij), hij splijt de tomatensoep in zijn kom alsof het de Rode Zee is, hij verandert zijn oude Datsun 280Z roestbak in een Saleen S7 sportwagen, hij leert zijn hond netjes op de wc plassen, hij trekt de maan dichterbij, maar veroorzaakt daardoor een tsunami in Japan, hij geeft zijn vriendin een perfect figuur, enz. Hij speelt met zijn macht, maar ontdekt ook heel hinderlijk dat hij goed moet luisteren naar gebeden en die moet beantwoorden. Hij wordt doodmoe van alle gebeden die in zijn oren klinken. Hij besluit die gebeden via e-mails aan te horen en met een muisklik ‘YES’ geeft hij miljoenen mensen allemaal wat ze verlangen. Als hij iedereen z’n zin geeft, ontstaat er een grote chaos. De aandeelhouders maken ongekende winsten en de economie raakt uit z’n evenwicht. Honderdduizenden mensen winnen de Lotto en krijgen daarom slechts $ 17. Er breken rellen uit in de stad Buffalo. Bruce erkent dat hij dit heeft veroorzaakt door iedereen zijn zin te geven en alle gebeden te verhoren. En uiteindelijk verwaarloost hij zijn vriendin door met een ander aan te pappen. Als zijn vriendin wegloopt, kan hij haar echter niet tegenhouden, want hij moet haar vrije wil respecteren. Langzamerhand beseft de ontevreden almachtige verslaggever dat het moeilijker is dan verwacht om voor God te spelen.
Dit wordt geïllustreerd in een scène waarin Bruce van God vraagt dat de persoon van wie hij houdt ook van hem houdt:
Bruce: Hoe kan U maken dat iemand van je houdt, zonder dat het effect heeft op hun vrije wil?
God: Heh, welkom in mijn wereld, zoon. Als jij het voor elkaar kunt krijgen op die vraag een antwoord te geven, laat mij het weten.
Deze film heeft een tijd lang grote populariteit genoten onder jonge intellectuelen. Ik moet zeggen dat ik de hele film met zeer gemengde gevoelens heb aanschouwd. Zeer herkenbaar zijn de vragen die leven bij een gewone jongen, die als journalist te maken krijgt met allerlei vragen en twijfels over het onrecht en de tegenslagen die hij te verwerken krijgt.
Het zijn de vragen die volgens mij precies zo leven bij álle jongelui die ook maar enigszins nadenken over de gang van de geschiedenis, over het onrecht dat er in de wereld is. Jongelui die wel wíllen geloven in een Almachtig God, maar kunnen ondertussen niet rond komen met alle losse einden die er zijn in deze gebroken wereld en geteisterde samenleving van mensen en dieren. Zeer herkenbaar is de overmoedige gedachte van Bruce Nolan dat hij dénkt dat hij het beter kan dan God.
De film bevat een overvloed aan grappige elementen, de scènes waarin God zelf in beeld wordt gebracht zijn heel menselijk, al te menselijk gespeeld. Dat blijkt al uit de o omslag van de DVD Bruce Almighty, dat een persiflage is op de beroemde fresco van Migelangelo in de Sixtijnse Kapel te Rome van Gods schepping van Adam, die ik eerder liet zien. Deze scènes waarin God zelf optreedt, zijn zeker niet zo bedoeld, maar zijn voor wie God kent, en in Hem gelooft als de Almachtige, toch uiteindelijk duidelijk blasfemisch. Dat is ook de reden waarom zeer bewust besloten heb hier geen beelden van te vertonen. Zeker hebben veel van onze kerkjeugd (en zeer waarschijnlijk ook ouderen) de film al gezien of draaiden de DVD in de huiskamer.
De teksten van de film spelen in op een diep gevoel dat bij veel – ook vrijzinnige – mensen leeft. Wat denkt u van de volgende dialoog tussen Bruce Nolan en God nadat Bruce op miljoenen e-mail gebeden met ‘Ja’ had geantwoord, waarbij God zegt:
God: Je hebt er een rommeltje van gemaakt, hè?
Bruce: Er zijn ook zóveel mensen! Ik heb ze daarom maar gegeven waar ze om gevraagd hebben.
God: Ja, maar sinds wanneer heeft iedereen een goede reden om te krijgen wat ze willen?
Er is een scène waarin een diepere theologische gedachte schuilt die opvallende verwantschap vertoont met het theologische vrijzinnige denken van mijn collega Klaas Hendrikse van de Middelburgse Koorkerkgemeente.
God: Het in tweeën delen van je soep is geen wonder, Bruce, het is een tovertruc. Een ongetrouwde vrouw die twee banen heeft en ook nog tijd vindt om haar kind naar de voetbaltraining te brengen, dát is een wonder. Een tiener die nee zegt tegen drugs en ja tegen onderwijs, dát is een wonder. Mensen die willen dat ik alles voor hen doe, en niet beseffen wat dat betekent, die hebben de macht [nl om wonderen te doen]. Jij wilt een wonder zien, jongen, je moet een wonder zijn!
Dat laatste is het wat ten diepste achter de film verscholen zit. God wordt omlaag gehaald, gedomesticeerd zou ik willen zeggen, al te menselijk voorgesteld, en de mensen worden opgeroepen om vooral mens te zijn, en daarin een goddelijk wonder te zijn. En dat is een diepe maar godslasterlijke gedachte, die ook verwoord is in één van de songs van de film, One of Us, (gezongen door Joan Osborne), dat God gelijk gemaakt wordt aan één van ons mensen. Met andere woorden: houd maar op met het kijken naar boven, je hoeft niet langer alles van God te verwachten. Kijk daarentegen naar jezelf. Bid niet om een wonder, je moet zelf een wonder zijn!. De film ademt deze boodschap: Wees zelf een wonder! Maak het verschil, geef bloed aan anderen, neem de hoge weg, zie om naar andere mensen, vergeef elkaar, wees tevreden met wat je hebt. En dat is het. Daarin ben je zelf ‘god’. Maar wat compleet afwezig is in deze film is dat we God nodig hebben om eruit en erdoor te komen.
En daarmee kom ik eigenlijk tot één van de kernpunten van mijn lezing van deze avond. De vragen die in deze film Bruce Almighty opgeroepen worden en van een antwoord voorzien, zijn ten diepste ook vragen die in óns leven bestaan. Wij léven in deze tijd, waarin de vragen aan en de kritiek op God in de lucht zitten. Iedereen in onze omgeving vindt dat God zijn Almacht verkeerd gebruikt. U weet het misschien wel beter dan ik, dat bijna iedereen afhaakt van geloof en kerk met de opmerking: áls God inderdaad almachtig is, waarom blijft er dan zoveel ellende bestaan in de wereld? Soms wordt het uitgesproken en meestal blijft het verhuld: Er is kritiek op Gods beleid, de manier waarop Hij de wereld bestuurt en de schepping door de geschiedenis leidt. Men zegt het niet altijd met zoveel woorden, maar je voelt de arrogante hoogmoed: ik zou het beter doen als ik maar de almacht had van God.
Ziedaar de kern van mijn verhaal. Wat gelooft u van de Almacht van God? Heeft ú nog vertrouwen in God de Almachtige Schepper van de hemel en de aarde, die om Christus’ wil mijn God en mijn zorgzame Vader wil zijn, en dat ook is omdat Hij Almachtig is?

In de Schepping leren we op advies van de Psalmdichter (Psalm 92,2-5) God kennen als de rechtvaardige én de barmhartige God. In de komst van Gods Zoon, de daad van alle daden, wordt Gods Naam gepresenteerd. In de confessie leren we (art. 1 NGB) Gods deugden of eigenschappen kennen. Wat hebben wij te verstaan onder Gods eenvoudigheid, zijn geestelijkheid, zijn eeuwigheid? Men spreekt wel van Gods deugden, Gods attributen, en in navolging – jawel – van Karl Barth kunnen wij Gods heerlijke eigenschappen beter zijn volkomenheden noemen. Gods eigenschappen zijn anders dan ónze (karakter) eigenschappen. Gods liefde is anders dan menselijke liefde. Gods almacht anders dan menselijk macht, enz. Het geloof in God Almachtig begint met de erkenning dat God God is. En dat wij maar mensen zijn, ‘mere men’ zoals C.S. Lewis zegt. De verwijzing naar Psalm 9,20-21 is ontdekkend:
Sta op HEER, laat de macht niet aan de mensen. Mogen de volken berecht worden in uw aanwezigheid. Jaag ze angst aan, HEER, zij moeten weten dat ze mensen [enosj] zijn.
Wij zijn mensen, ‘maar mensen’, en God is GOD. Dat is het begin van ons menselijke geloof in God Almachtig.
De Schrift spreekt van Gods verhevenheid én van zijn nabijheid. In dogmatische termen gezegd: God is transcendent én immanent tegelijk. In Jesaja 57,15-16 lezen we:
Dit zegt Hij die hoog is en verheven,
die troont in eeuwigheid – heilig is zijn naam:
In hoogheid en heiligheid zal Ik tronen
met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn,
opdat de onaanzienlijke geest herleeft,
opdat het verslagen hart tot leven komt.
16 Want niet eindeloos blijf Ik twisten,
niet eeuwig duurt mijn toorn.
Al doe Ik de levensadem stokken,
Ik ben het ook die het leven geeft.
En Daniël verwoordt deze nabijheid én verhevenheid wel heel indrukwekkend toen hij tot God bad en zijn schuld en die van zijn volk beleed:
“Heer, grote en geduchte God, die zijn beloften nakomt en trouw is aan wie Hem liefhebben en doen wat Hij gebiedt,” Daniël 9,4.
Als we het over de almacht van God hebben (omnipotentia Dei) dan mogen we echter niet uitgaan van ons denkbeeld van macht in superlatieven. Dat zou de grootst denkbare macht zijn, volgens menselijk maat, maar geen Goddelijke macht. Gods macht verschilt niet gradueel, maar essentieel van alles wat wij macht noemen.
De HEER God maakt zich bekend als God de Almachtige. Daarop wijst de titel van God, de naam Heer van de hemelse Legermachten. Die naam komt in het OT wel 280 keer voor. Ook in het Nieuwe Testament staat die naam geschreven: De Almachtige, Openbaring 1,8. Er zijn teksten die spreken over de vraag of iets voor God onmogelijk is. In Genesis 18,14 zegt de HEER tegen Abraham:
Is ook maar iets voor de HEER onmogelijk? Op de vastgestelde tijd, over precies een jaar, kom ik bij je terug en dan heeft Sara een zoon. Vergelijk Jeremia 32,17-19.
In de Geloofsbelijdenis is onze eerste en belangrijkste belijdenis geformuleerd in simpele woorden: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige Schepper van de Hemel en de Aarde. Deze geloofsovertuiging dat God onze Almachtige Vader is, moet ons ervoor behoeden dat we van deze volkomen eigenschap van God geen abstract begrip maken.
Vanuit de overtuiging dat voor God letterlijk alles mogelijk is, moeten we niet door middel van spitsvondige redeneringen daaraan afbreuk doen door te opperen dat God ook beperkingen kent. De Schrift zelf maakt ons attent op enkele van die onmogelijkheden. De belangrijkste is wel het getuigenis dat God Zichzelf niet kan verloochenen. Hij kan niet liegen, en kan zelf niet verzocht worden door het kwade, 2 Timoteüs 2,13: Hebreeën 6,18: Jacobus 1,13. Of zoals de onvergetelijke kerkvader en kind in het geloof Augustinus het noemde:
“Kortom, Hij kan, omdat Hij machtig is, alles doen en maken wat Hij doen en maken wil. Ik vertel u namelijk ook wat Hij niet kan: Hij kan niet sterven. Hij kan niet zondigen. Hij kan niet liegen, Hij kan zich niet vergis¬sen. Hij kan alles niet wat zó is dat, als Hij het kon, Hij niet almachtig zou zijn. In Hem moet u dus geloven en Hem moet u belijden, want met het hart gelooft men tot rechtvaardiging, maar met de mond belijdt men tot verwerving van het heil."
De maat van Gods Almacht ligt in Hem zelf. Zijn Goddelijk Almacht komt naar ons toe altijd naar voren als God heilsmacht. Omdat Gods Almacht zich juist daarin naar ons toe openbaart als zijn heilmacht om ons te verlossen in zijn Zoon Christus Jezus. De Almacht van God is altijd weer de almacht van zijn liefde, omdat Hij in Christus Jezus zijn Vaderhart ontsluit. Wij kennen Gods Almacht dus in de eerste plaats als zijn genadige Almacht.

Een ander aspect van Gods Almacht is dat wij te gemakkelijk vergeten dat God niet alleen almachtig is, maar ook soeverein. God komt alle lof, eer en macht toe, “want U Heer, onze God, hebt alles geschapen en wil is de oorsprong van alles wat er is”, Openbaring 4,11. Dat is een forse belijdenis die de mens de ware vrijheid biedt, want het laat alle ruimte aan Gods terechte en effectieve soevereiniteit over heel zijn schepping. Want wat is een God wiens macht en soevereiniteit constant wordt tegengewerkt door de plannen en acties van mensen en de duivel? Wat voor een soort God geloven wij dan wiens macht in toenemende mate wordt beperkt omdat Hij niet kan binnendringen in de citadel van de vrije menselijke wil? Wie kan tot aanbidding komen van een dergelijke God die beperkt is? Geloven wij in een meelijwekkende God? De Amerikaanse presbyteriaan Arthur W. Pink (1886-1952) schreef “een ‘god’ wiens wil wordt tegengestaan, wiens plannen worden gefrustreerd, wiens doel schaakmat wordt gespeeld, bezit geen recht op de titel Godheid, en bevindt zich ver van het object van verering te zijn, die ‘god’ verdient geen waarde dan verachting.” (The atributes of God, p. 28). Wij kennen God zoals de profeet Jesaja Hem te zien kreeg:
“In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. 2 Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. 3 Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit,’” Jesaja 6,1-3.
Wat Jesaja zag is het beeld van onze Almachtige God die zich bekend maakt, niet van een of andere onberekenbare mindere ‘god’ van de menselijke verbeelding.
Natuurlijk, deze belijdenis van Gods doeltreffende almacht geeft ons vastheid en zekerheid te midden van alle verleidingen, zorgen en verdriet. De regie over óns leven, én over de loop van deze wereld is veilig bij Gods die de macht ervoor heeft. De apostel Petrus schrijft:
“Verheug u hierover, ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kost¬baarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst – en zo ver¬werft u lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren.”, 1 Petrus 1,6-7.
Ook de apostel Paulus schrijft aan de gemeente in Tessalonika die veel van hun geliefde moesten missen door de dood, dat de Heer Jezus Christus terug zal keren en degenen die nog leven zal verenigen met hun geliefden die al gestorven zijn.

Het zwijgen van God wordt vaak gelijkgesteld met de weerloosheid van zijn overmacht. Alsof Hij wel zou wíllen ingrijpen, maar het niet (meer) kunnen. Dat is een heel vlijende en op het eerste gezicht aanlokkelijke gedachte voor moderne en postmoderne mensen. Deze mensen willen immers slechts in Gods almacht geloven voor zover het strookt met hun eigen gevoelens en ze het kunnen meemaken. Deze gedachte komen we ook bij veel moderne theologen tegen (waarschijnlijk is Hendrikus Berkhof in zijn Christelijk Geloof daarin de eerste geweest). Zij stellen het voor dat God in Zichzelf almachtig is, maar dat Hij bij de schepping die macht gedeeltelijk afstond aan de mens, waardoor zijn almacht aan betekenis inboette. In de Schrift is geen spoor te bekennen van de gedachte dat Gods almacht zou lijden onder de vrijheid van mensen. Of dat de opstandigheid van de mens afbreuk zou doen aan de almacht van God.
God is almachtig en liefdevol. Aan het begin zei ik al: Gods almacht is altijd zijn genadige almacht. Hij is er op uit om mensen te redden. Uit de brief aan de Hebreeën blijkt dat Hij dat doet door zijn Zoon. En deze Zoon van God wéét waar wij mee zitten. Hij is zelf óók op de proef gesteld.
“Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan hij ieder die beproefd wordt bijstaan.” Hebreeën 2,18.
Wat zoiets betekent? De apostel Paulus schrijft aan de gemeente in Korinte die in zwaar weer is,
“U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: Hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.”, 1 Korintiërs 10,13.
De schrijver van die brief aan de Messiasbelijdende Joden zegt dan:
“Zo kan hij ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten,” Hebreeën 7,25.
De apostel Paulus weet dat hij veel moet meemaken, omdat hij een verkondiger, apostel en leraar van dit evangelie is. Hij zegt
“daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat Hij die bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt,” 2 Timoteüs 1,12.
En is dit niet een gewéldige bemoediging voor geplaagde mensen in deze tijd? Paulus zegt dat God altijd groter is dan wij denken.
“Aan Hem die door de kracht die in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan Hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen,” Efeziërs 3,20-21.
En Judas schrijft, en dat is beslist niet ten overvloede aan onze oren gezegd:
“De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, Hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen.” Judas 24-25.
Moge dit overal een door iedereen geloofd worden.
Ik heb gezegd,
© dr Dirk Griffioen


Bron: [ ] Dr. D. Griffioen - Toegevoegd op 15/09/2008 door Garuda
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter