Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Entree Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 
Kerken.com \ Afdelingen \ Bijbel

Zoeken in Bijbel online

Hartelijk welkom op onze Bijbel afdeling. U kunt hier u favoriete bijbeltekst vinden door middel van een zoekopdracht of door het doorbladeren van de Bijbel. Ook kunt u uw onderwerp opzoeken in de Heidelbergse Catechismus.

  Bijbel:  
Bijbelboek:   Hoofdstuk:   


Zoekresultaat

Numeri

Hoofdstuk 18 (45 teksten gevonden)


1.  Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1.  Zo zeide de HEERE tot Aaron: Gij, en uw zonen, en het huis uws vaders met u, zult dragen de ongerechtigheid des heiligdoms: en gij, en uw zonen met u, zultdragen de ongerechtigheid van uw priesterambt.
2.  Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven: eens iegelijkennaam zult gij schrijven op zijn staf.
2.  En ook zult gij uw broederen, den stam van Levi, den stam uws vaders, met u doen naderen, dat zij u bijgevoegd worden, en u dienen: maar gij, en uw zonen met u,zult zijn voor de tent der getuigenis.
3.  Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi: want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.
3.  En zij zullen uw wacht waarnemen, en de wacht der ganse tent: doch tot het gereedschap des heiligdoms en het altaar zullen zij niet naderen, opdat zij niet sterven,zo zij als gijlieden.
4.  En gij zult ze wegleggen in de tent der samenkomst, voor de getuigenis, waarheen Ik met ulieden samenkomen zal.
4.  Maar zij zullen u bijgevoegd worden, en de wacht van de tent der samenkomst waarnemen, en allen dienst der tent: en een vreemde zal tot u niet naderen.
5.  En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien: en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israels tegen Mij, welkezij tegen ulieden murmureerden.
5.  Gijlieden nu zult waarnemen de wacht des heiligdoms, en de wacht des altaars: opdat er geen verbolgenheid meer zij over de kinderen Israels.
6.  Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven:Aarons staf was ook onder hun staven.
6.  Want Ik, zie, Ik heb uw broederen, de Levieten, uit het midden der kinderen Israels genomen: zij zijn ulieden een gave, gegeven den HEERE, om den dienst van detent der samenkomst te bedienen.
7.  En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht des HEEREN, in de tent der getuigenis.
7.  Maar gij, en uw zonen met u, zult ulieder priesterambt waarnemen in alle zaken des altaars, en in hetgeen van binnen den voorhang is, dat zult gijlieden bedienen: uwpriesterambt geve Ik u tot een dienst van een geschenk: en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.
8.  Het geschiedde nu des anderen daags, dat Mozes in de tent der getuigenis inging: en ziet, Aarons staf, voor het huis van Levi, bloeide: want hij bracht bloeisel voort,en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.
8.  Voorts sprak de HEERE tot Aaron: En Ik, zie, Ik heb u gegeven de wacht Mijner hefofferen, met alle heilige dingen van de kinderen Israels heb Ik ze u gegeven,om der zalving wil, en aan uw zonen, tot een eeuwige inzetting.
9.  Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des HEEREN, tot al de kinderen Israels: en zij zagen het, en namen elk zijn staf.
9.  Dit zult gij hebben van de heiligheid der heiligheden, uit het vuur: al hun offeranden, met al hun spijsoffer, en met al hun zondoffer, en met al hun schuldoffer, dat zijMij zullen wedergeven: het zal u en uw zonen een heiligheid der heiligheden zijn.
10.  Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen: alzo zult gij eeneinde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.
10.  Aan het allerheiligste zult gij dat eten: al wat mannelijk is zal dat eten: het zal u een heiligheid zijn.
11.  En Mozes deed het: gelijk als de HEERE hem geboden had, alzo deed hij.
11.  Ook zal dit het uwe zijn: het hefoffer hunner gave, met alle beweegofferen der kinderen Israels: Ik heb ze aan u gegeven, en aan uw zonen, en aan uw dochterenmet u, tot een eeuwige inzetting: al wie in uw huis rein is, zal dat eten.
12.  Toen spraken de kinderen Israels tot Mozes, zeggende: Zie, wij geven den geest, wij vergaan, wij allen vergaan!
12.  Al het beste van de olie, en al het beste van de most, en van koren, hun eerstelingen, die zij den HEERE zullen geven, u heb Ik ze gegeven.
13.  Al wie enigzins nadert tot den tabernakel des HEEREN, zal sterven: zullen wij dan den geest gevende verdaan worden? Numeri 18
13.  De eerste vruchten van alles, wat in hun land is, die zij den HEERE zullen brengen, zullen uwe zijn: al wie in uw huis rein is, zal dat eten.
14.  Al het verbannene in Israel zal het uwe zijn.
15.  Al wat de baarmoeder opent, van alle vlees, dat zij den HEERE zullen brengen, onder de mensen, en onder de beesten, zal het uwe zijn: doch de eerstgeborenen dermensen zult gij ganselijk lossen: ook zult gij lossen der eerstgeborenen der onreine beesten.
16.  Die nu onder dezelve gelost zullen worden, zult gij van een maand oud lossen, naar uw schatting, voor het geld van vijf sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms, dieis twintig gera.
17.  Maar het eerstgeborene van een koe, of het eerstgeborene van een schaap, of het eerstgeborene van een geit zult gij niet lossen, zij zijn heilig: hun bloed zult gijsprengen op het altaar, en hun ver zult gij aansteken, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE.
18.  En hun vlees zal het uwe zijn: gelijk de beweegborst, en gelijk de rechterschouder, zal het uwe zijn.
19.  Alle hefofferen der heilige dingen, die de kinderen Israels den HEERE zullen offeren, heb Ik aan u gegeven, en aan uw zonen, en aan uw dochteren met u, tot eeneeuwige inzetting: het zal een eeuwig zoutverbond zijn, voor het aangezicht des HEEREN, voor u en voor uw zaad met u.
20.  Ook zeide de HEERE tot Aaron: Gij zult in hun land niet erven, en gij zult geen deel in het midden van henlieden hebben: Ik ben uw deel en uw erfenis, in hetmidden van de kinderen Israels.
21.  En zie, aan de kinderen van Levi heb Ik alle tienden in Israel ter erfenis gegeven, voor hun dienst, dien zij bedienen, den dienst van de tent der samenkomst.
22.  En de kinderen Israels zullen niet meer naderen tot de tent der samenkomst, om zonde te dragen en te sterven.
23.  Maar de Levieten, die zullen bedienen den dienst van de tent der samenkomst, en die zullen hun ongerechtigheid dragen: het zal een eeuwige inzetting zijn voor uwgeslachten: en in het midden van de kinderen Israels zullen zij geen erfenis erven.
24.  Want de tienden der kinderen Israels, die zij den HEERE tot een hefoffer zullen offeren, heb Ik aan de Levieten tot een erfenis gegeven: daarom heb Ik tot hengezegd: Zij zullen in het midden van de kinderen Israels geen erfenis erven.
25.  En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
26.  Gij zult ook tot de Levieten spreken, en tot hen zeggen: Wanneer gij van de kinderen Israels de tienden zult ontvangen hebben, die Ik u voor uw erfenis vanhenlieden gegeven heb, zo zult gij daarvan een hefoffer des HEEREN offeren, de tienden van die tienden:
27.  En het zal u gerekend worden tot uw hefoffer, als koren van den dorsvloer, en als de volheid van de perskuip.
28.  Alzo zult gij ook een hefoffer des HEEREN offeren van al uw tienden, die gij van de kinderen Israels zult hebben ontvangen: en gij zult daarvan des HEERENhefoffer geven aan den priester Aaron.
29.  Van al uw gaven zult gij alle hefoffer des HEEREN offeren: van al het beste van die, van zijn heiliging daarvan.
30.  Gij zult dan tot hen zeggen: Als gij deszelfs beste daarvan offert, zo zal het den Levieten toegerekend worden als een inkomen des dorsvloers, en als een inkomendes perskuips.
31.  En gij zult dat eten in alle plaatsen, gij en uw huis: want het is ulieden een loon voor uw dienst in de tent der samenkomst.
32.  Zo zult gij daarover geen zonde dragen, als gij deszelfs beste daarvan offert: en gij zult de heilige dingen van de kinderen Israels niet ontheiligen, opdat gij niet sterft


[vorige hoofdstuk] - [volgende hoofdstuk]

 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter