Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Entree Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 
Kerken.com \ Afdelingen \ Bijbel

Zoeken in Bijbel online

Hartelijk welkom op onze Bijbel afdeling. U kunt hier u favoriete bijbeltekst vinden door middel van een zoekopdracht of door het doorbladeren van de Bijbel. Ook kunt u uw onderwerp opzoeken in de Heidelbergse Catechismus.

  Bijbel:  
Bijbelboek:   Hoofdstuk:   


Zoekresultaat

Micha

Hoofdstuk 2 (13 teksten gevonden)


1.  Wee dien, die ongerechtigheid bedenken, en kwaad werken op hun legers: in het licht van den morgenstond doen zij het, dewijl het in de macht van hunlieder hand is.
2.  En zij begeren akkers, en roven ze, en huizen, en nemen ze weg: alzo doen zij geweld aan den man en zijn huis, ja, aan een iegelijk en zijn erfenis.
3.  Daarom, alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik denk een kwaad over dit geslacht, waaruit gijlieden uw halzen niet zult uittrekken, en zult zo rechtop niet gaan: want het zal een boze tijdzijn.
4.  Te dien dage zal men een spreekwoord over ulieden opnemen: en men zal een klagelijke klacht klagen, en zeggen: Wij zijn ten enenmale verwoest: Hij verwisselt mijns volksdeel: hoe ontwendt Hij mij: Hij deelt uit, afwendende onze akkers.
5.  Daarom zult gij niemand hebben, die het snoer werpe in het lot, in de gemeente des HEEREN.
6.  Profeteert gijlieden niet, zeggen zij, laat die profeteren: zij profeteren niet als die: men wijkt niet af van smaadheden.
7.  O gij, die Jakobs huis geheten zijt! Is dan de Geest des HEEREN verkort? Zijn dat Zijn werken? Doen Mijn woorden geen goed bij dien, die recht wandelt?
8.  Maar gisteren stelde zich Mijn volk op, tot vijand, tegenover een kleed: gij stroopt een mantel van degenen, die zeker voorbijgaan, wederkomende van den strijd.
9.  De vrouwen Mijns volks verdrijft gij, elkeen uit het huis van haar vermakingen: van haar kinderkens neemt gij Mijn sieraad in eeuwigheid.
10.  Maakt u dan op, en gaat henen: want dit land zal de rust niet zijn: omdat het verontreinigd is, zal het u verderven, en dat met een geweldige verderving.
11.  Zo er iemand is, die met wind omgaat, en valselijk liegt, zeggende: Ik zal u profeteren voor wijn en voor sterken drank! dat is een profeet dezes volks.
12.  Voorzeker zal Ik u, o Jakob! gans verzamelen: voorzeker zal Ik Israels overblijfsel vergaderen: Ik zal het te zamen zetten als schapen van Bozra: als een kudde in het midden vanhaar kooi zullen zij van mensen deunen.
13.  De doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken: zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken: en hun koning zal voor hun aangezicht henengaan: ende HEERE in hun spits.


[vorige hoofdstuk] - [volgende hoofdstuk]

 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter