Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Entree Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 
Kerken.com \ Afdelingen \ Bijbel

Zoeken in Bijbel online

Hartelijk welkom op onze Bijbel afdeling. U kunt hier u favoriete bijbeltekst vinden door middel van een zoekopdracht of door het doorbladeren van de Bijbel. Ook kunt u uw onderwerp opzoeken in de Heidelbergse Catechismus.

  Bijbel:  
Bijbelboek:   Hoofdstuk:   


Zoekresultaat

Job

Hoofdstuk 32 (22 teksten gevonden)


1.  Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was.
2.  Zo ontstak de toorn van Elihu, den zoon van Baracheel, den Buziet, van het geslacht van Ram: tegen Job werd zijn toorn ontstoken, omdat hij zijn ziel meerrechtvaardigde dan God.
3.  Zijn toorn ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden.
4.  Doch Elihu had gewacht op Job in het spreken, omdat zij ouder van dagen waren dan hij.
5.  Als dan Elihu zag, dat er geen antwoord was in den mond van die drie mannen, ontstak zijn toorn.
6.  Hierom antwoordde Elihu, de zoon van Baracheel, den Buziet, en zeide: Ik ben minder van dagen, maar gijlieden zijt stokouden: daarom heb ik geschroomd engevreesd, ulieden mijn gevoelen te vertonen.
7.  Ik zeide: Laat de dagen spreken, en de veelheid der jaren wijsheid te kennen geven.
8.  Zekerlijk de geest, die in den mens is, en de inblazing des Almachtigen, maakt henlieden verstandig.
9.  De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet.
10.  Daarom zeg ik: Hoor naar mij: ik zal mijn gevoelen ook vertonen.
11.  Ziet, ik heb gewacht op ulieder woorden: ik heb het oor gewend tot ulieder aanmerkingen, totdat gij redenen uitgezocht hadt.
12.  Als ik nu acht op u gegeven heb, ziet, er is niemand, die Job overreedde, die uit ulieden zijn redenen beantwoordde:
13.  Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden: God heeft hem nedergestoten, geen mens.
14.  Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.
15.  Zij zijn ontzet, zij antwoorden niet meer: zij hebben de woorden van zich verzet.
16.  Ik heb dan gewacht, maar zij spreken niet: want zij staan stil: zij antwoorden niet meer.
17.  Ik zal mijn deel ook antwoorden, ik zal mijn gevoelen ook vertonen.
18.  Want ik ben der woorden vol: de geest mijns buiks benauwt mij.
19.  Ziet, mijn buik is als de wijn, die niet geopend is: gelijk nieuwe lederen zakken zou hij bersten.
20.  Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge: ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden.
21.  Och, dat ik niemands aangezicht aanneme, en tot den mens geen bijnamen gebruike!
22.  Want ik weet geen bijnamen te gebruiken: in kort zou mijn Maker mij wegnemen.


[vorige hoofdstuk] - [volgende hoofdstuk]

 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter