Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Entree Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 
Kerken.com \ Afdelingen \ Bijbel

Zoeken in Bijbel online

Hartelijk welkom op onze Bijbel afdeling. U kunt hier u favoriete bijbeltekst vinden door middel van een zoekopdracht of door het doorbladeren van de Bijbel. Ook kunt u uw onderwerp opzoeken in de Heidelbergse Catechismus.

  Bijbel:  
Bijbelboek:   Hoofdstuk:   


Zoekresultaat

Job

Hoofdstuk 29 (25 teksten gevonden)


1.  En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:
2.  Och, of ik ware, gelijk in de vorige maanden, gelijk in de dagen, toen God mij bewaarde!
3.  Toen Hij Zijn lamp deed schijnen over mijn hoofd, en ik bij Zijn licht de duisternis doorwandelde:
4.  Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was:
5.  Toen de Almachtige nog met mij was, en mijn jongens rondom mij:
6.  Toen ik mijn gangen wies in boter, en de rots bij mij oliebeken uitgoot:
7.  Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.
8.  De jongens zagen mij, en verstaken zich, en de stokouden rezen op en stonden.
9.  De oversten hielden de woorden in, en leiden de hand op hun mond.
10.  De stem der vorsten verstak zich, en hun tong kleefde aan hun gehemelte.
11.  Als een oor mij hoorde, zo hield het mij gelukzalig: als mij een oog zag, zo getuigde het van mij.
12.  Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.
13.  De zegen desgenen, die verloren ging, kwam op mij: en het hart der weduwe deed ik vrolijk zingen.
14.  Ik bekleedde mij met gerechtigheid, en zij bekleedde mij: mijn oordeel was als een mantel en vorstelijke hoed.
15.  Den blinden was ik tot ogen, en den kreupelen was ik tot voeten.
16.  Ik was den nooddruftigen een vader: en het geschil, dat ik niet wist, dat onderzocht ik.
17.  En ik verbrak de baktanden des verkeerden, en wierp den roof uit zijn tanden.
18.  En ik zeide: Ik zal in mijn nest den geest geven, en ik zal de dagen vermenigvuldigen als het zand.
19.  Mijn wortel was uitgebreid aan het water, en dauw vernachtte op mijn tak.
20.  Mijn heerlijkheid was nieuw bij mij, en mijn boog veranderde zich in mijn hand.
21.  Zij hoorden mij aan, en wachtten, en zwegen op mijn raad.
22.  Na mijn woord spraken zij niet weder, en mijn rede drupte op hen.
23.  Want zij wachtten naar mij, gelijk naar den regen, en sperden hun mond open, als naar den spaden regen.
24.  Lachte ik hun toe, zij geloofden het niet: en het licht mijns aangezichts deden zij niet nedervallen.
25.  Verkoos ik hun weg, zo zat ik bovenaan, en woonde als een koning onder de benden, als een, die treurigen vertroost.


[vorige hoofdstuk] - [volgende hoofdstuk]

 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter