Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Entree Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 
Kerken.com \ Afdelingen \ Bijbel

Zoeken in Bijbel online

Hartelijk welkom op onze Bijbel afdeling. U kunt hier u favoriete bijbeltekst vinden door middel van een zoekopdracht of door het doorbladeren van de Bijbel. Ook kunt u uw onderwerp opzoeken in de Heidelbergse Catechismus.

  Bijbel:  
Bijbelboek:   Hoofdstuk:   


Zoekresultaat

Nehemia

Hoofdstuk 8 (19 teksten gevonden)


1.  Als nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in hun steden waren,
2.  Zo verzamelde zich al het volk als een enig man op de straat voor de Waterpoort: en zij zeiden tot Ezra, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wet van Mozes zouhalen, die de HEERE Israel geboden had.
3.  En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevendemaand.
4.  En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen: en de orendes gansen volks waren naar het wetboek.
5.  En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, enHilkia, en Maaseja, aan zijn rechterhand: en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.
6.  En Ezra opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven al het volk: en als hij het opende, stond al het volk.
7.  En Ezra loofde den HEERE, den groten God: en al het volk antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den HEERE,met de aangezichten ter aarde.
8.  Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maaseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten onderwezen het volk in de wet. Enhet volk stond op zijn standplaats.
9.  En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk: en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen.
10.  En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk: Deze dag is denHEERE, uw God, heilig: bedrijft dan geen rouw, en weent niet: want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden.
11.  Voorts zeide hij tot hen: Gaat, eet het vette, en drinkt het zoete, en zendt delen dengenen, voor welken niets bereid is, want deze dag is onzen Heere heilig: zobedroeft u niet, want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte.
12.  En de Levieten stilden al het volk, zeggende: Zwijgt, want deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet.
13.  Toen ging al het volk henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken: want zij hadden de woorden verstaan, die menhun had bekend gemaakt.
14.  En des anderen daags verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten, tot Ezra, den schriftgeleerde, en dat, om verstandte bekomen in de woorden der wet.
15.  En zij vonden in de wet geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israels in loofhutten zouden wonen, op het feest in dezevende maand:
16.  En dat zij het zouden luidbaar maken, en een stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit op het gebergte, en haalt takken vanolijfbomen, en takken van andere olieachtige bomen, en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, om loofhutten temaken, als er geschreven is.
17.  Alzo ging het volk uit en haalden ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat derWaterpoort, en op de straat van Efraimspoort.
18.  En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten: want de kinderen Israels haddenalzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe: en er was zeer grote blijdschap.
19.  En men las in het wetboek Gods dag bij dag, van den eersten dag tot den laatsten dag. En zij hielden het feest zeven dagen, en op den achtsten dag den verbodsdag,naar het recht. Nehemia 9


[vorige hoofdstuk] - [volgende hoofdstuk]

 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter