Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Entree Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 
Kerken.com \ Afdelingen \ Bijbel

Zoeken in Bijbel online

Hartelijk welkom op onze Bijbel afdeling. U kunt hier u favoriete bijbeltekst vinden door middel van een zoekopdracht of door het doorbladeren van de Bijbel. Ook kunt u uw onderwerp opzoeken in de Heidelbergse Catechismus.

  Bijbel:  
Bijbelboek:   Hoofdstuk:   


Zoekresultaat

2 Koningen

Hoofdstuk 16 (20 teksten gevonden)


1.  In het zeventiende jaar van Pekah, den zoon van Remalia, werd Achaz koning, de zoon van Jotham, den koning van Juda.
2.  Twintig jaren was Achaz oud, toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaren te Jeruzalem: en hij deed niet dat recht was in de ogen des HEEREN zijns Gods,als zijn vader David.
3.  Want hij wandelde in den weg der koningen van Israel: ja, hij deed ook zijn zoon door het vuur gaan, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor dekinderen Israels verdreven had.
4.  Hij offerde ook en rookte op de hoogten en op de heuvelen, ook onder alle groen geboomte.
5.  Toen toog Rezin, de koning van Syrie, op, met Pekah, den zoon van Remalia, den koning van Israel, naar Jeruzalem ten strijde: en zij belegerden Achaz, maar zijvermochten niet met strijden.
6.  Te dierzelfder tijd bracht Rezin, de koning van Syrie, Elath weder aan Syrie, en wierp de Joden uit Elath: en de Syriers kwamen te Elath, en hebben daar gewoondtot op dezen dag.
7.  Achaz nu zond boden tot Tiglath-Pilezer, den koning van Assyrie, zeggende: Ik ben uw knecht en uw zoon: kom op, en verlos mij uit de hand van den koning vanSyrie, en uit de hand van den koning van Israel, die zich tegen mij opmaken.
8.  En Achaz nam het zilver en het goud, dat in het huis des HEEREN, en in de schatten van het huis des konings gevonden werd, en hij zond den koning van Assyrieeen geschenk.
9.  Zo hoorde de koning van Assyrie naar hem: want de koning van Assyrie toog op tegen Damaskus, en nam haar in, en voerde hen gevankelijk naar Kir, en hijdoodde Rezin.
10.  Toen toog de koning Achaz Tiglath-Pilezer, den koning van Assyrie, tegemoet, naar Damaskus: en gezien hebbende een altaar, dat te Damaskus was, zo zond dekoning Achaz aan den priester Uria de gelijkenis van het altaar, en zijn afbeelding, naar zijn ganse maaksel.
11.  En Uria, de priester, bouwde een altaar, naar alles, wat de koning Achaz van Damaskus ontboden had: alzo deed de priester Uria, tegen dat de koning Achaz vanDamaskus kwam.
12.  Als nu de koning van Damaskus gekomen was, zag de koning het altaar: en de koning naderde tot het altaar, en offerde daarop.
13.  En hij stak zijn brandoffer aan, en zijn spijsoffer, en goot zijn drankoffer en sprengde het bloed zijner dankofferen op dat altaar.
14.  Maar het koperen altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN was, dat bracht hij van het voorste deel van het huis, van tussen zijn altaar, en van tussen het huisdes HEEREN, en hij zette het aan de zijde zijns altaars noordwaarts.
15.  En de koning Achaz gebood Uria, den priester, zeggende: Steek op het grote altaar aan het morgenbrandoffer, en het avondspijsoffer, en des konings brandoffer, enzijn spijsoffer, en het brandoffer van al het volk des lands, en hun spijsoffer, en hun drankofferen: en spreng daarop al het bloed des brandoffers, en al het bloed desslachtoffer: maar het koperen altaar zal mij zijn, om te onderzoeken.
16.  En Uria, de priester, deed naar alles, wat de koning Achaz geboden had.
17.  En de koning Achaz sneed de lijsten der stellingen af, en nam die van boven het wasvat weg, en deed de zee af van de koperen runderen, die daaronder waren: enhij zette die op een stenen vloer.
18.  Daartoe het deksel des sabbats, dat zij in het huis gebouwd hadden, en den buitensten ingang des konings nam hij weg van het huis des HEEREN, vanwege denkoning van Assyrie.
19.  Het overige nu der geschiedenissen van Achaz, wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
20.  En Achaz ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven bij zijn vaderen, in de stad Davids: en Hizkia, zijn zoon, werd koning in zijn plaats. 2 Koningen 16


[vorige hoofdstuk] - [volgende hoofdstuk]

 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter