Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Entree Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 
Kerken.com \ Afdelingen \ Bijbel

Zoeken in Bijbel online

Hartelijk welkom op onze Bijbel afdeling. U kunt hier u favoriete bijbeltekst vinden door middel van een zoekopdracht of door het doorbladeren van de Bijbel. Ook kunt u uw onderwerp opzoeken in de Heidelbergse Catechismus.

  Bijbel:  
Bijbelboek:   Hoofdstuk:   


Zoekresultaat

2 Samuël

Hoofdstuk 4 (12 teksten gevonden)


1.  Als nu Sauls zoon hoorde, dat Abner te Hebron gestorven was, werden zijn handen slap, en gans Israel werd verschrikt.
2.  En Sauls zoon had twee mannen, oversten van benden: de naam des enen was Baena, en de naam des anderen Rechab, zonen van Rimmon, den Beerothiet,van de kinderen van Benjamin: want ook Beeroth werd aan Benjamin gerekend.
3.  En de Beerothieten waren gevloden naar Gitthaim, en waren aldaar vreemdelingen tot op dezen dag.
4.  En Jonathan, Sauls zoon, had een zoon, die geslagen was aan beide voeten: vijf jaren was hij oud als het gerucht van Saul en Jonathan uit Jizreel kwam: en zijnvoedster hem opnam, en vluchtte: en het geschiedde, als zij haastte, om te vluchten, dat hij viel en kreupel werd: en zijn naam was Mefiboseth.
5.  En de zonen van Rimmon: den Beerothiet, Rechab en Baena, gingen heen, en kwamen ten huize van Isboseth, als de dag heet geworden was: en hij lag op deslaapstede, in den middag.
6.  En zij kwamen daarin tot het midden des huizes, zullende tarwe halen: en zij sloegen hem aan de vijfde rib: en Rechab en zijn broeder Baena ontkwamen.
7.  Want zij kwamen in huis, als hij op zijn bed lag, in zijn slaapkamer, en sloegen hem, en doodden hem, en hieuwen zijn hoofd af: en zij namen zijn hoofd, engingen henen, den weg op het vlakke veld, den gansen nacht.
8.  En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot den koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, den zoon van Saul, uw vijand, die uwziel zocht, alzo heeft de HEERE mijn heer den koning te dezen dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad.
9.  Maar David antwoordde Rechab en zijn broeder Baena, den zonen van Rimmon, den Beerothiet, en zeide tot hen: Zo waarachtig als De HEERE leeft, Diemijn ziel uit alle benauwdheid verlost heeft!
10.  Dewijl ik hem, die mij boodschapte, zeggende: Zie, Saul is dood: daar hij in zijn ogen was als een, die goede boodschap bracht, nochtans gegrepen en te Ziklaggedood heb, hoewel hij meende, dat ik hem bodenloon zou geven:
11.  Hoeveel te meer, wanneer goddeloze mannen een rechtvaardigen man in zijn huis op zijn slaapstede hebben gedood? Nu dan, zou ik zijn bloed van uw handenniet eisen, en u van de aarde wegdoen?
12.  En David gebood zijn jongens, en zij doodden hen, en hieuwen hun handen en hun voeten af, en hingen ze op bij den vijver te Hebron, maar het hoofd vanIsboseth namen zij, en begroeven het in Abners graf te Hebron.


[vorige hoofdstuk] - [volgende hoofdstuk]

 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter